9.1 Kapitaal
Duurzame kapitaalgoederen hebben een lange levensduur en zijn essentieel voor het
productieproces. Voorbeelden zijn bedrijfsgebouwen en infrastructuur zoals wegen en waterwerken.
Deze kapitaalgoederen zijn onderhevig aan slijtage en moeten periodiek worden vervangen, wat leidt
tot vervangingsinvesteringen door ondernemingen.
Vlottende kapitaalgoederen worden verwerkt in het eindproduct en omvatten halffabricaten die al
enige bewerking hebben ondergaan. Hulpstoffen, zoals energie, worden ook gebruikt in het
productieproces en verdwijnen grotendeels tijdens het productieproces.
De kapitaalcoëfficiënt geeft aan hoeveel kapitaalgoederen nodig zijn voor de productie van een
eindproduct. De productiecapaciteit, oftewel de maximale hoeveelheid goederen en diensten die een
economie kan produceren, is mede afhankelijk van de voorraad kapitaalgoederen.
9.2 Arbeid
9.2.1 Arbeid: Aanbod en Vraag
De arbeidsmarkt is vooral gericht op mensen tussen de 15 en 65 jaar, ook wel de potentiële
beroepsbevolking genoemd. De participatiegraad geeft aan welk deel van de potentiële
beroepsbevolking actief deelneemt aan het arbeidsproces. Werkloosheid treedt op wanneer iemand
werkzoekend is, 15 jaar of ouder is en geen baan heeft.
Conjuncturele werkloosheid ontstaat bij een afname van economische bedrijvigheid en neemt af
wanneer de economie aantrekt. Structurele werkloosheid is van langdurige aard en kan leiden tot het
verlies van relevante kennis en vaardigheden.
De arbeidsvraag en het bruto binnenlands product (BBP) zijn gerelateerd aan de
arbeidsproductiviteit. De arbeidsproductiviteit, het productievolume per werknemer per jaar,
vermenigvuldigd met de werkgelegenheid, bepaalt het BBP.
9.2.2 Beloning van Arbeid
De hoogte van lonen varieert sterk tussen landen. Loonstijgingen worden beïnvloed door vraag en
aanbod op de arbeidsmarkt. Hoge werkloosheid resulteert meestal in beperkte loonstijgingen, terwijl
gunstige arbeidsmarktomstandigheden werknemers in staat stellen hogere lonen te eisen.
Werkgevers en werknemers onderhandelen soms over loonstijgingen op basis van prijscompensatie
en stijgingen in arbeidsproductiviteit. Overheidsbeleid, met belastingen en sociale premies,
beïnvloedt ook de loonvorming.
Arbeidskosten per eenheid product, het verschil tussen loonsom per werknemer en
arbeidsproductiviteit, is belangrijk voor de concurrentiepositie van een onderneming. Een hoge wig
(verschil tussen loonkosten en nettoloon) kan de aanpassing van de arbeidsmarkt belemmeren.
De arbeidsinkomensquote (AIQ) geeft de verdeling van toegevoegde waarde over arbeid en kapitaal
weer. Veranderingen in AIQ zijn belangrijk voor de concurrentiepositie van bedrijven.