Basisboek de geo
B1:
Aardrijkskunde is het beschrijven en verklaren van de inrichting van gebieden als China en Dubai. Je
beschrijft de kenmerken en legt uit waarom er verschillen of overeenkomsten zijn. Je let niet alleen
op de natuur, maar ook op de mensen in een gebied.
Aardrijkskunde = geografie
B2:
Een gebied of regio is een stuk van het aardoppervlak. Dit noem je ook wel landschap.
- Natuurlandschap: niet door mensen veranderd.
De Fysische geografie bestudeert hoe een natuurlandschap door de natuur is gemaakt.
- Een ingericht landschap: door mensen veranderd en ingericht met wegen, gebouwen en
akkers. De sociale geografie kijkt naar de manier waarop de mensen een landschap hebben
ingericht.
B3:
Een gebied kun je beschrijven en verklaren.
Beschrijven: Wat en waar?
Verklaren: uitleggen hoe iets komt. Je legt een verband tussen twee of meer dingen. Waarom….?
natuurlijke en menselijke factoren spelen een rol.
B7:
Bij aardrijkskunde worden de volgende schaalniveaus gebruikt:
- Lokale schaal: plaatselijk
- Regionale schaal: landsdeel, provincie of streek
- Nationale schaal: landelijk
- Continentale schaal: een werelddeel
- Mondiale schaal: de wereld
B8:
De 5 invalshoeken : dimensies van aardrijkskunde:
- Fysische dimensie: Je bekijkt natuurlijke onderwerpen, zoals de klimaat of de bodem
- Economische dimensie: geld verdienen en de werkgelegenheid
- De sociaal-culturele dimensie: talen, godsdienst, leefomstandigheden
- Demografische dimensie: aantal mensen en de veranderingen (bijvoorbeeld leeftijd)
- Politieke dimensie: wie het voor het zeggen heeft, invloed van een ministerie of een
belangengroep etc.
B1:
Aardrijkskunde is het beschrijven en verklaren van de inrichting van gebieden als China en Dubai. Je
beschrijft de kenmerken en legt uit waarom er verschillen of overeenkomsten zijn. Je let niet alleen
op de natuur, maar ook op de mensen in een gebied.
Aardrijkskunde = geografie
B2:
Een gebied of regio is een stuk van het aardoppervlak. Dit noem je ook wel landschap.
- Natuurlandschap: niet door mensen veranderd.
De Fysische geografie bestudeert hoe een natuurlandschap door de natuur is gemaakt.
- Een ingericht landschap: door mensen veranderd en ingericht met wegen, gebouwen en
akkers. De sociale geografie kijkt naar de manier waarop de mensen een landschap hebben
ingericht.
B3:
Een gebied kun je beschrijven en verklaren.
Beschrijven: Wat en waar?
Verklaren: uitleggen hoe iets komt. Je legt een verband tussen twee of meer dingen. Waarom….?
natuurlijke en menselijke factoren spelen een rol.
B7:
Bij aardrijkskunde worden de volgende schaalniveaus gebruikt:
- Lokale schaal: plaatselijk
- Regionale schaal: landsdeel, provincie of streek
- Nationale schaal: landelijk
- Continentale schaal: een werelddeel
- Mondiale schaal: de wereld
B8:
De 5 invalshoeken : dimensies van aardrijkskunde:
- Fysische dimensie: Je bekijkt natuurlijke onderwerpen, zoals de klimaat of de bodem
- Economische dimensie: geld verdienen en de werkgelegenheid
- De sociaal-culturele dimensie: talen, godsdienst, leefomstandigheden
- Demografische dimensie: aantal mensen en de veranderingen (bijvoorbeeld leeftijd)
- Politieke dimensie: wie het voor het zeggen heeft, invloed van een ministerie of een
belangengroep etc.