Leerdoelen
1. De fysiotherapeut in opleiding (FIO) kan de persoonskenmerken benoemen van de ander en
zichzelf.
2. De FIO kan de invloed van de persoonskenmerken benoemen op de inter-persoonlijke
communicatie.
3. De FIO kent zijn eigen coping stijl en kan de voor- en nadelen ervan benoemen.
Voorbereidingsopdracht (SBU 60 min.)
Lees de bijlage Persoonsgebonden factoren.
Bronnen
Bijlagen > BIJ Persoonsgebonden factoren (auteurs Burgt, M. van der & Verhulst, F. 2009). Uit
het boek Doen en blijven doen. Houten: BSL)
Het doel:
Waarom een Fysio een inschatting moet kunnen maken van persoonsfactoren van patiënt?
- Je krijgt een totaalbeeld van het functioneren, activiteit en participatie
- Je bouwt een relatie op
- Een behandeling die aansluit op de patiënt, in zijn context kunnen plaatsen.
- De patiënt voelt zich meer begrepen en op zijn gemak.
De P-factoren:
- Demografische kenmerken
Leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, beroep, cultuur achtergrond.
- Locus of control
De neiging om de gebeurtenissen in je leven toe te schrijven aan interne of externe factoren.
De patiënt denkt dat alles van anderen komt, externe locus of control
De patiënt denkt dat alles vanuit zichzelf komt, interne locus of control.
- Attributie stijlen
3 demensies; intern/extern(locus of control), stabiel/instabiel, specifiek/ globaal
Locus en stijl gesignaleerd, dan in gesprek uitleggen over de locus zodat de patiënt inzicht krijgt over
de mogelijk heden.
Bv. Uitleggen dat ze zelf ook veel kunnen doen en dat het niet alleen aan de fysiotherapeut ligt.
- Stress
Subjectieve ervaringen van verlies van controle op de situatie, beoordeling van een situatie
Stressor: situatie die als stresserend ervaren worden
Stress is een gevolg van een interactie tussen:
Persoonsgebonden factoren, stressor (intern/extern), hulpmiddelen (intern / extern)
Primaire appraisel: wat betekent deze situatie voor mij
- Schade? Bedreiging? Uitdaging?
Secundaire apprailsal: wat kan ik hier aan doen?
- Heb ik genoeg hulpmiddelen(internet extern)?
, - Coping, manier hoe iemand met een situatie omgaat.
Probleem georiënteerde coping(wijzigen van situatie of eigen gedrag)
Emotie regulerende coping(reguleren van emotionele spanning)
7 stijlen van coping
- Actief aanpakken
- Palliatieve reactie (verzachtend)
- Vermijden
- Sociale steun zoeken
- Passief reactiepatroon (ik heb wat, maar vind het fijn dat er voor me gezorgd wordt)
- Expressie van emoties
- Geruststellende gedachten
Wat doen als fysio met coping?
- Analyse van situatie
- Onderzoeken van stijlen van coping
- Onderzoeken alternatieven, anders denken, anders gedragen (durven anders te gedragen), je
gevoelens uiten.
- Aansturen op beïnvloeden van situatie (intern en extern)
- Emotie
Bang: Bezorgd Paniek
Boos: Geïrriteerd Woede
Bedroefd: Teleurgesteld Rouw
Blij: Tevreden Lyrisch
Affectie: Aardig vinden Liefde
De emotionele gesteldheid van de patiënt blijft belangrijk. Je kan aan zijn gezichtsuitdrukking
zien hoe de patiënt zich voelt. Ook zie je aan de lichaamstaal hoe ze zich voelen.
De P-factoren:
- Demografische kenmerken
- Locus of control
- Attributie stijl
- Stress
- Coping
- Emoties.
1. De fysiotherapeut in opleiding (FIO) kan de persoonskenmerken benoemen van de ander en
zichzelf.
2. De FIO kan de invloed van de persoonskenmerken benoemen op de inter-persoonlijke
communicatie.
3. De FIO kent zijn eigen coping stijl en kan de voor- en nadelen ervan benoemen.
Voorbereidingsopdracht (SBU 60 min.)
Lees de bijlage Persoonsgebonden factoren.
Bronnen
Bijlagen > BIJ Persoonsgebonden factoren (auteurs Burgt, M. van der & Verhulst, F. 2009). Uit
het boek Doen en blijven doen. Houten: BSL)
Het doel:
Waarom een Fysio een inschatting moet kunnen maken van persoonsfactoren van patiënt?
- Je krijgt een totaalbeeld van het functioneren, activiteit en participatie
- Je bouwt een relatie op
- Een behandeling die aansluit op de patiënt, in zijn context kunnen plaatsen.
- De patiënt voelt zich meer begrepen en op zijn gemak.
De P-factoren:
- Demografische kenmerken
Leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, beroep, cultuur achtergrond.
- Locus of control
De neiging om de gebeurtenissen in je leven toe te schrijven aan interne of externe factoren.
De patiënt denkt dat alles van anderen komt, externe locus of control
De patiënt denkt dat alles vanuit zichzelf komt, interne locus of control.
- Attributie stijlen
3 demensies; intern/extern(locus of control), stabiel/instabiel, specifiek/ globaal
Locus en stijl gesignaleerd, dan in gesprek uitleggen over de locus zodat de patiënt inzicht krijgt over
de mogelijk heden.
Bv. Uitleggen dat ze zelf ook veel kunnen doen en dat het niet alleen aan de fysiotherapeut ligt.
- Stress
Subjectieve ervaringen van verlies van controle op de situatie, beoordeling van een situatie
Stressor: situatie die als stresserend ervaren worden
Stress is een gevolg van een interactie tussen:
Persoonsgebonden factoren, stressor (intern/extern), hulpmiddelen (intern / extern)
Primaire appraisel: wat betekent deze situatie voor mij
- Schade? Bedreiging? Uitdaging?
Secundaire apprailsal: wat kan ik hier aan doen?
- Heb ik genoeg hulpmiddelen(internet extern)?
, - Coping, manier hoe iemand met een situatie omgaat.
Probleem georiënteerde coping(wijzigen van situatie of eigen gedrag)
Emotie regulerende coping(reguleren van emotionele spanning)
7 stijlen van coping
- Actief aanpakken
- Palliatieve reactie (verzachtend)
- Vermijden
- Sociale steun zoeken
- Passief reactiepatroon (ik heb wat, maar vind het fijn dat er voor me gezorgd wordt)
- Expressie van emoties
- Geruststellende gedachten
Wat doen als fysio met coping?
- Analyse van situatie
- Onderzoeken van stijlen van coping
- Onderzoeken alternatieven, anders denken, anders gedragen (durven anders te gedragen), je
gevoelens uiten.
- Aansturen op beïnvloeden van situatie (intern en extern)
- Emotie
Bang: Bezorgd Paniek
Boos: Geïrriteerd Woede
Bedroefd: Teleurgesteld Rouw
Blij: Tevreden Lyrisch
Affectie: Aardig vinden Liefde
De emotionele gesteldheid van de patiënt blijft belangrijk. Je kan aan zijn gezichtsuitdrukking
zien hoe de patiënt zich voelt. Ook zie je aan de lichaamstaal hoe ze zich voelen.
De P-factoren:
- Demografische kenmerken
- Locus of control
- Attributie stijl
- Stress
- Coping
- Emoties.