Vraag 1: Wat is GEEN competentie die bij de rol van Zorgverlener past?
A: De verpleegkundige stelt op basis van klinisch redeneren de behoefte aan
verpleegkundige zorg vast.
B: De verpleegkundige reflecteert voortdurend en methodisch op haar eigen
handelen.
C: De verpleegkundige indiceert en voert verpleegtechnische handelingen uit.
Vraag 2: ‘Het verlenen van integrale zorg door zelfstandig alle voorkomende
verpleegkundige handelingen in complexe zorgsituaties uit te voeren met
inachtneming van de geldende wet- en regelgeving en vanuit een holistisch
perspectief.’
Bij welk kernbegrip past deze omschrijving?
A: Uitvoeren van zorg.
B: Zelfmanagement versterken.
C: Morele sensitiviteit.
Vraag 3: Wat is GEEN vitale functie?
A: Bloeddruk.
B: Hartslag.
C: Temperatuur.
Vraag 4: Het uitwisselen van kennis valt onder het…:
A: Lichamelijk functioneren.
B: Denkvermogen.
C: Cognitief functioneren.
Vraag 5: Om een goede keuze te maken voor de juiste zorg kun je gebruik maken
van een bepaald hulpmiddel. Om welk hulpmiddel gaat het hier?
A: Richtlijnen en protocollen.
B: Anamnesegesprek en protocollen.
C: Het opstellen van een PES.
Vraag 6: Om het gevonden bewijs te beoordelen kun je jezelf twee vragen stellen.
Welke vraag gebruik je om te kijken wat voor een status een bepaald onderzoek
heeft?
A: Een methodologische vraag.
B: Een vraag over het belang van resultaten.
Vraag 7: Wat is een normale ademhalingsfrequentie bij een volwassene?
A: 11-13 ademhalingen per minuut.
B: 13-15 ademhalingen per minuut.
C: 15-17 ademhalingen per minuut.
, Vraag 8: Om welk meetinstrument bij benauwdheid gaat het in onderstaande
afbeelding?
A: Borgschaal voor benauwdheid.
B: Visual Analoque Scales.
C: Dyspnoe evaluatieformulier.
Vraag 9: Wat is GEEN oorzaak van (belemmerde) zorgparticipatie?
A: Onvoldoende kennis.
B: Onvoldoende vaardigheden.
C: Onvoldoende tijd.
Vraag 10: Wat is het verschil tussen ADL en basiszorg?
A: Bij ADL kunnen ongediplomeerde begeleiders ingezet worden en bij basiszorg
niet.
B: Basiszorg kan verleent worden door iedereen en ADL niet.
C: ADL betreft alleen mensen die zelf helemaal niks meer kunnen en bij basiszorg is
dat niet zo.
Vraag 11: Wat houden zelfzorg en zelfzorgtekort in, in relatie tot zelfredzaamheid?
A: Als je niet meer voor jezelf kan zorgen en dus een zelfzorgtekort krijgt, ben je
minder zelfredzaam.
B: Als je een zelfzorgtekort krijgt betekent dat dat je nooit meer zelfredzaam kunt
worden.
C: Als je niet meer voor jezelf kan zorgen en dus een zelfzorgtekort krijgt, ben je
meer zelfredzaam.
Vraag 12: Een mevrouw op de geriatrische afdeling van een ziekenhuis geeft aan
dat zij haar ADL zelf kan uitvoeren, maar dat zij na uitvoering hiervan minimaal een
uur bedrust nodig heeft omdat zij dan erg moe is.
Onder welke verrichting van de GARS-index valt dit?
A: Score 1.
B: Score 3.
C: Score 4.
Vraag 13: In welke situatie is het noodzakelijk dat een hooggeschoolde professional
de ADL-zorg uitvoert?
A: Als er meer contexten met elkaar verbonden moeten worden.
B: Als er moeilijkere taken uitgevoerd moeten worden.
C: Als de verpleegkundige niet meer weet wat zij moet doen.