Basis van gedrag
H0: introductie les
Bio psychosociale model
KVL: kwaliteit van leven moet centraal staan
- Zowel bij zichzelf als bij de omgeving
o Samen met de cliënt gaan kijken hoe te helpen
Visie op het functioneren (3 kenmerken)
Holistische kijk: kijk naar het geheel, breed kijken
- Kijk niet enkel naar de beperkingen, maar ook naar de sterktes van de persoon
Functioneren als circulair proces
- Het ene kan ook een invloed geven op de andere
o Mensen met chronische pijn --> durven niet meer buiten komen --> eenzaam gaan
voelen
Functioneren als dynamisch gegeven
- Het kan ook veranderen, het ligt niet vast
Visie op de hulpverlening
Cliënten: actieve mensen die meedenken in het proces
- Participatie en empowerment: waar de mogelijkheden zitten in de mens naar buiten brengen
o Wat kan er wel nog (liefst vanuit zichzelf)
▪ Empoweren: je bent hier vandaag wel geraakt
Visie op de samenwerking
Een interdisciplinaire samenwerking
- Samenwerken met andere collega’s die op dat pad komen
o Bijvoorbeeld: huisarts, psychiater, leerkrachten, ouders, …
- In dezelfde taal spreken als het gaat over de cliënt, vanuit je eigen expertise
o Je kan gebruik maken van het ICF-model
Het ICF-model
Is gebaseerd op het bio psychosociaal model
1
, - Hoe mensen functioneren
o WHO: world health organisation
▪ Bedoeld om te kijken naar beperkingen
Doel:
Breed kijken naar het totale menselijke functioneren
4 soorten componenten
- Functies en anatomische eigenschappen (bio)
- Activiteiten (psycho)
o Gaat over het handelen van mensen
- Participatie (sociaal)
- Beïnvloedende factoren
o Externe factoren
o Persoonlijke factoren
Persoonlijke factoren
Positieve invloed: ondersteunende factoren
Negatieve invloed: belemmerende factoren
Externe factoren
De fysieke en sociale omgeving waarin mensen leven
- Buiten het individu
o Positieve en negatieve invloed
- Hoe staan de ouders tegenover Kobe
Activiteiten en participatie
Activiteiten: onderdelen van iemands handelen
- Is zelfredzaam, knoopt zijn schoenen, wast zich zelfstandig
o De vaardigheden zelf
o In hoeverre kan die persoon dat nog, of doet hij het gewoon niet meer
- Beperking: problemen met het uitvoeren van de activiteit
Participatie: iemands deelname aan het maatschappelijk leven
- Is aangesloten bij plaatselijke scoutsvereniging
- Loopt school in de wijkschool in het tweede leerjaar
o Betrekking op de maatschappij
▪ Deelname aan het verkeer, eigen huishouden
- Handicap/ participatieprobleem
o Problemen met het deelnemen aan het maatschappelijke leven
▪ Grootste handicap wordt veroorzaakt door:
• Ontoegankelijkheid van ons openbare leven
2
H0: introductie les
Bio psychosociale model
KVL: kwaliteit van leven moet centraal staan
- Zowel bij zichzelf als bij de omgeving
o Samen met de cliënt gaan kijken hoe te helpen
Visie op het functioneren (3 kenmerken)
Holistische kijk: kijk naar het geheel, breed kijken
- Kijk niet enkel naar de beperkingen, maar ook naar de sterktes van de persoon
Functioneren als circulair proces
- Het ene kan ook een invloed geven op de andere
o Mensen met chronische pijn --> durven niet meer buiten komen --> eenzaam gaan
voelen
Functioneren als dynamisch gegeven
- Het kan ook veranderen, het ligt niet vast
Visie op de hulpverlening
Cliënten: actieve mensen die meedenken in het proces
- Participatie en empowerment: waar de mogelijkheden zitten in de mens naar buiten brengen
o Wat kan er wel nog (liefst vanuit zichzelf)
▪ Empoweren: je bent hier vandaag wel geraakt
Visie op de samenwerking
Een interdisciplinaire samenwerking
- Samenwerken met andere collega’s die op dat pad komen
o Bijvoorbeeld: huisarts, psychiater, leerkrachten, ouders, …
- In dezelfde taal spreken als het gaat over de cliënt, vanuit je eigen expertise
o Je kan gebruik maken van het ICF-model
Het ICF-model
Is gebaseerd op het bio psychosociaal model
1
, - Hoe mensen functioneren
o WHO: world health organisation
▪ Bedoeld om te kijken naar beperkingen
Doel:
Breed kijken naar het totale menselijke functioneren
4 soorten componenten
- Functies en anatomische eigenschappen (bio)
- Activiteiten (psycho)
o Gaat over het handelen van mensen
- Participatie (sociaal)
- Beïnvloedende factoren
o Externe factoren
o Persoonlijke factoren
Persoonlijke factoren
Positieve invloed: ondersteunende factoren
Negatieve invloed: belemmerende factoren
Externe factoren
De fysieke en sociale omgeving waarin mensen leven
- Buiten het individu
o Positieve en negatieve invloed
- Hoe staan de ouders tegenover Kobe
Activiteiten en participatie
Activiteiten: onderdelen van iemands handelen
- Is zelfredzaam, knoopt zijn schoenen, wast zich zelfstandig
o De vaardigheden zelf
o In hoeverre kan die persoon dat nog, of doet hij het gewoon niet meer
- Beperking: problemen met het uitvoeren van de activiteit
Participatie: iemands deelname aan het maatschappelijk leven
- Is aangesloten bij plaatselijke scoutsvereniging
- Loopt school in de wijkschool in het tweede leerjaar
o Betrekking op de maatschappij
▪ Deelname aan het verkeer, eigen huishouden
- Handicap/ participatieprobleem
o Problemen met het deelnemen aan het maatschappelijke leven
▪ Grootste handicap wordt veroorzaakt door:
• Ontoegankelijkheid van ons openbare leven
2