100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting kernbegrippen boek 'Kiezen voor het jonge kind'

Beoordeling
4,0
(2)
Verkocht
6
Pagina's
15
Geüpload op
11-01-2018
Geschreven in
2015/2016

Samenvatting van alle kernbegrippen uit het boek 'kiezen voor het jonge kind'. De kernbegrippen zijn leidend voor het boek en allemaal stap voor stap uitgewerkt. Ik heb deze samenvatting gemaakt voor de pabo, opleiding tot leraar basisonderwijs

Meer zien Lees minder









Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
11 januari 2018
Aantal pagina's
15
Geschreven in
2015/2016
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Kernbegrippen boek: kiezen voor het jonge kind

Hoofdstuk 1 inleiding
Emotionele beleving: jonge kinderen beleven emoties heel intens. De manier waarop zij de
werkelijkheid beleven is altijd emotioneel. Ze beleven hun werkelijkheid waarbij hoofd en
hart niet gescheiden zijn. Voor een leerkracht is het belangrijk dat een kind zich op zijn gemak
voelt bij jou.

Intuïtief: kleuters hebben een haarscherpe intuïtie en voelen situaties en mensen aan op een
manier die ze later wel weer kwijtraken. Ze gebruiken niet altijd woorden, maar voelen dit
aan. Voor een leerkracht is het belangrijk dat je jezelf goed kent en dat je eerlijk en open bent
over je eigen emoties. Kinderen voelen veel aan bij jou als leerkracht.

Egocentrisme: dit is niet hetzelfde als egoïstisch. Het is een cognitieve kwestie. Ze kunnen
zich niet verplaatsen in anderen. Voor een leerkracht is het belangrijk dat je kinderen helpt om
zaken vanuit het perspectief van een ander te bekijken. Dit gaat steeds beter gedurende de
cognitieve ontwikkeling.

Hang naar gewoontes en routines: vaste gewoontes en routines geven kinderen zekerheid. De
wereld wordt inzichtelijker en grijpbaar als je weet wat je moet doen. Het dagritme in de
kleuterklas is hier een voorbeeld van.

Concentratievermogen: dat er vaak wordt gezegd dat jonge kinderen zich niet kunnen
concentreren is een misverstand. De meeste jonge kinderen kunnen zich prima concentreren.
Het lukt de kleuter niet om dit langer dan twintig minuten stil te zitten.

Bewegingsbehoefte: jonge kinderen hebben enorme behoeften aan bewegen en handelen. In
het schoolprogramma wordt meer dan een derde aan tijd ingedeeld aan beweging. Er wordt
zelfs bij lessen rekening gehouden met de bewegingsdrang van kinderen.

Magisch denken: jonge kleuters hebben weinig behoefte aan logische verklaringen. De wereld
is voor hen nog magisch. Tegen het einde van de kleuterleeftijd zie je de behoefte groeien aan
bewijzen en aan oorzakelijke verklaringen.

Geen onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid: het belangrijkste kenmerken van kleuters
is hun vermogen om fantasie als werkelijkheid te beleven. Omdat ze aan hun zelfbedachte
realiteit werkelijkheidswaarde toekennen, hebben ze het vermogen om te spelen. Een kleuter
kan pas spelen als het er zelf in geloofd.

Fröbel: grondlegger van het onderwijs aan kleuters (1782-1852). Hij zag een duidelijk
onderscheid tussen kinderen van jonger en ouder dan zes jaar. Hij ontdekt dat kinderen
groeien en ontwikkelingen van binnen naar buiten. Vanaf zes jaar is een kind pas gericht op de
buitenwereld. Een schoolkind ontwikkeld zich dan ook van buiten naar binnen.

Maria Montessori: kleuterpedagoge (1870-1952). Zij noemde de lessen die je geeft aan
kinderen over voor de hand liggende zaken als de tafel niet schoonmaken met een drijfnat
doekje ‘gewoontelessen’. Daarmee zou je de behoefte van jonge kinderen tegemoet komen.
Als je dit een paar keer voorgedaan zal je zien dat kinderen het precies zo na gaan doen.



1

, Hoofdstuk 2 ontwikkeling van jonge kinderen
Verschil tussen ontwikkelen en leren: bij ontwikkelingsprocessen verandert er op
fundamentele, onomkeerbare wijze iets in de manier waarop we naar de wereld kijken. De
kennis die we hebben opgedaan, heeft betekenis gekregen en is toepasbaar geworden. We
onthouden het en kunnen het ook in een andere situatie toepassen.

Piaget: volgens hem moet de ontwikkeling eerst ver genoeg gevorderd zijn voor we de bij die
fase passende leertaken kunnen aanbieden. Als een kind bijvoorbeeld voldoende tijdsbesef
heeft, is het zinvol het vaardigheden aan te leren zoals klokkijken.

Vygotsky: hij zegt dat leerprocessen die ontwikkeling ook kunnen bevorderen. De leerkracht
moet hem dan meer aanbieden. Er is dus een tweerichtingsverkeer tussen leren en
ontwikkeling.

Ontwikkelingsprocessen: processen die de leerlingen ondergaan waardoor ze zich
ontwikkelen.

Leerprocessen: proces waarin de leerlingen kennis en vaardigheden verwerven. Leerkracht is
hierin de belangrijkste factor.

Circulair: je zoekt hierbij naar onderliggende patronen in de interactie. Er worden meerdere
partijen gehoord om het probleem op te lossen.

Lineair: denken in een oorzaak-gevolg relatie.

Ontwikkelingsgebieden: fysieke ontwikkeling, intellectuele ontwikkeling en
persoonlijkheidsontwikkeling

Fysieke ontwikkeling: veranderingen in het lichaam, groeien in de lengte en de verhoudingen
in het lichaam. Een kleuter heeft nog een groter hoofd, dikke buik en korte armen en benen.
Ook de hersenen gaan groeien. De ontwikkeling van de hersenen is de basis voor de
ontwikkeling van de zintuigen. Daarnaast ontwikkelt ook de grove en fijne motoriek van de
kleuter. Deze loopt van grof naar fijn.

Intellectuele ontwikkeling: denkontwikkeling die de kleuters doormaken is verbluffend.

Oorzaak-gevolg relaties of Middel-doel relaties: het vermogen om representaties te maken
neemt bij een kleuter snel toe. Zo weet een kind van drie dat zijn waarnemingen niet altijd
alleen op toeval berusten. Je ziet dat ze op zoek naar verklaringen voor verschijnselen.

Denkontwikkeling Piaget: hij stelde op grond van bevindingen de fasen theorie samen. Deze
verloopt als volgt:
1. sensomotorische periode (0-2 jaar) verzamelen van informatie door zintuigen, zuigreflex,
grijpreflex. Later inspelen op hoe de omgeving reageert. Acties herhalen. Aan het eind in
staat tot objectpermanentie (voorwerpen die niet zichtbaar zijn, bestaan niet).

2. stadium van het pre operationeel denken (2-7 jaar)
- periode van symbolische functies (2-4 jaar) taal begint een belangrijke rol te spelen in de
ontwikkeling. Denken is nog gekenmerkt door egocentrisch denken en centratie (één ding
tegelijk kunnen) en er is nog geen conservatiebegrip (glazen Piaget)

2

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
6 jaar geleden

7 jaar geleden

4,0

2 beoordelingen

5
0
4
2
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
eline_kempe Saxion Hogeschool
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
69
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
61
Documenten
4
Laatst verkocht
6 maanden geleden

3,5

11 beoordelingen

5
1
4
7
3
1
2
1
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen