HOOFDSTUK 2: cultuur
2.1.: alledaagse opvattingen over cultuur
ijsbergmodel (bovenste stuk: materiële cultuur; onderste stuk: immateriële cultuur)
Opdeling cultuur:
o Hoge cultuur: klassiekers (bv: Beethoven, Picasso)
o Lage of populaire cultuur: arbeidscultuur (bv: popmuziek)
o Volkscultuur
Cultuurverspreiding = bestaande cultuurbezit moet beschermd en verspreid worden (vooral
aan lagere klassen)
2.2.: culturalisering
Belang van begrip ‘cultuur’ neemt toe + zorgt voor wij/zij denken ( veralgemeniseren)
Etniseren/culturaliseren = bepaalde dingen linken met slechts 1 cultuur (groep)
Bv: criminaliteit stijgt door cultuur X
Wordt gezien als monolithisch + onveranderbaar gegeven
2.3.: cultuur als sociologisch concept
Cultuur = alles wat mensen hebben gemaakt doorheen geschiedenis
, Nature-nurture-debat: gedrag verklaren door nature of omgeving/cultuur?
Bv: X groep presteert beter op school dan andere groepen
Nature verklaring: goed presteren/slim zijn ‘zit’ in hun genen
Nurture verklaring: ze hebben enorme druk om goed te presteren en studeren
daarom enorm veel, meer dan de andere groepen
Cultuur kan inclusief of exclusief gedefinieerd worden
Inclusief: gedrag van bepaalde groep + gedeeltelijk door leerprocessen verworven
Exclusief: gedrag door menselijke cultuur verworven
Kwantitatieve & kwalitatieve verschillen in culturele ontwikkelingen
Mens is Mangelwesen (heeft niet de nodige instincten om te kunnen overleven in
natuurlijke omgeving)
Statisch cultuurbegrip:
o Duidelijk af te bakenen geheel van waarden, normen & tradities
o Onveranderbaar, want: cultuur wordt aangeleerd & overgedragen aan nieuwelingen
o Systeemperspectief (actoren worden beïnvloed door systeem)
Dynamisch cultuurbegrip:
o ‘Dé cultuur’ bestaat niet, niet duidelijk afgebakend geheeld door mengeling
o Veranderbaar, want: invloed van andere culturen
o Actorperspectief (actor beïnvloed systeem)
Culturaliteit = proces waar cultuur kan veranderen door interacties tussen actoren
(communicatie staat centraal)
Cultuur = het geheel van waarden, normen, opvattingen, veronderstellingen en de materiële
uitdrukking ervan in een samenleving of groep
Cultuur als een ui:
o Buitenste laag: materiële uitingen (tip of the iceberg)
Bv: kledij, muziek
e
o 1 laag: taal & symbolen
2.1.: alledaagse opvattingen over cultuur
ijsbergmodel (bovenste stuk: materiële cultuur; onderste stuk: immateriële cultuur)
Opdeling cultuur:
o Hoge cultuur: klassiekers (bv: Beethoven, Picasso)
o Lage of populaire cultuur: arbeidscultuur (bv: popmuziek)
o Volkscultuur
Cultuurverspreiding = bestaande cultuurbezit moet beschermd en verspreid worden (vooral
aan lagere klassen)
2.2.: culturalisering
Belang van begrip ‘cultuur’ neemt toe + zorgt voor wij/zij denken ( veralgemeniseren)
Etniseren/culturaliseren = bepaalde dingen linken met slechts 1 cultuur (groep)
Bv: criminaliteit stijgt door cultuur X
Wordt gezien als monolithisch + onveranderbaar gegeven
2.3.: cultuur als sociologisch concept
Cultuur = alles wat mensen hebben gemaakt doorheen geschiedenis
, Nature-nurture-debat: gedrag verklaren door nature of omgeving/cultuur?
Bv: X groep presteert beter op school dan andere groepen
Nature verklaring: goed presteren/slim zijn ‘zit’ in hun genen
Nurture verklaring: ze hebben enorme druk om goed te presteren en studeren
daarom enorm veel, meer dan de andere groepen
Cultuur kan inclusief of exclusief gedefinieerd worden
Inclusief: gedrag van bepaalde groep + gedeeltelijk door leerprocessen verworven
Exclusief: gedrag door menselijke cultuur verworven
Kwantitatieve & kwalitatieve verschillen in culturele ontwikkelingen
Mens is Mangelwesen (heeft niet de nodige instincten om te kunnen overleven in
natuurlijke omgeving)
Statisch cultuurbegrip:
o Duidelijk af te bakenen geheel van waarden, normen & tradities
o Onveranderbaar, want: cultuur wordt aangeleerd & overgedragen aan nieuwelingen
o Systeemperspectief (actoren worden beïnvloed door systeem)
Dynamisch cultuurbegrip:
o ‘Dé cultuur’ bestaat niet, niet duidelijk afgebakend geheeld door mengeling
o Veranderbaar, want: invloed van andere culturen
o Actorperspectief (actor beïnvloed systeem)
Culturaliteit = proces waar cultuur kan veranderen door interacties tussen actoren
(communicatie staat centraal)
Cultuur = het geheel van waarden, normen, opvattingen, veronderstellingen en de materiële
uitdrukking ervan in een samenleving of groep
Cultuur als een ui:
o Buitenste laag: materiële uitingen (tip of the iceberg)
Bv: kledij, muziek
e
o 1 laag: taal & symbolen