Hoofdstuk 3 Samenwerking en kwaliteit
3.5 Medezeggenschap van cliënten
Ook medezeggenschap van cliënten is een instrument van kwaliteitsbewaking, want
medezeggenschap maakt het mogelijk dat de mening van cliënten meeweegt in het beleid.
De Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) verplicht alle zorginstellingen
om een cliëntenraad in te stellen. Deze bestaat uit een vertegenwoordiger van de cliënten
van de zorginstelling. De raad heeft tot taak om, gevraagd en ongevraagd, advies te geven
aan het bestuur over het beleid. Overweegt het bestuur ingrijpende maatregelen te nemen
dan is het verplicht om alvorens advies te vragen aan de cliëntenraad. De Wmcz is alleen
van toepassing op zorginstellingen, niet op vrij gevestigde hulpverleners.
De overheid heeft de rechten van de cliënten in de zorg in 1 wet bij elkaar gebracht, de Wet
cliëntenrechten in de zorg. Dit is een samenvoeging van de Wmcx en de Wkcz.
Hoofdstuk 10 Het einde van het leven
Doodscriterium is de hersendood: dit wil zeggen het volledig en onherstelbaar verlies van
alle hersenfuncties.
Na het overlijden stelt de arts in de meeste gevallen een verklaring van overlijden op (het
zogeheten A-formulier). Dit mag alleen gedaan worden wanneer hij weet wie de overledene
is en als hij ervan overtuigd is van een natuurlijke dood. Dus dat de dood wordt veroorzaakt
door een ziekte of ouderdom. Bij twijfel geeft de arts geen verklaring af, er wordt dan een
forensisch geneeskundige ingeschakeld voor nader onderzoek van het stoffelijk overschot.
Raakt de forensisch deskundige alsnog overtuigd van de natuurlijke dood, dan vult hij de
verklaring van overlijden in. Wanneer de lijkschouwer niet overtuigd is, dan brengt deze
onmiddellijk verslag uit aan de officier van justitie. De crematie of begrafenis kan in dat geval
pas plaats vinden na verlof (toestemming) van de officier van justitie.
Als een minderjarige overlijdt, dient de behandelend arts altijd overleg te plegen met de
forensisch geneeskundige om te bezien of er sprake is van een onverwacht en onverklaard
overlijden. Wanneer dit wel het geval is moet er nader neutraal, niet justitieel onderzoek naar
de doodsoorzaak worden ingesteld. Nodo-procedure. 3 uitkomsten:
- De doodsoorzaak is vastgesteld, natuurlijk overlijden vastgesteld
- Het is niet mogelijk gebleken de doodsoorzaak vast te stellen, maar er wordt een
verklaring van natuurlijk overlijden ingevuld met een aantekening dat de Nodo-
procedure is ingevuld
- Er is twijfel over de natuurlijke doodsoorzaak dan wel er zijn aanwijzingen van een
niet-natuurlijke doodsoorzaak openbaar ministerie ingeschakeld
Ieder die uit eigen wetenschappelijke kennis heeft van het overlijden van een persoon, is
bevoegd om hiervan aangifte te doen bij de ambtenaar van de Burgerlijke stand. vaak
begrafenisondernemer.
De begrafenis of crematie mag volgens de Wet op de lijkbezorging niet eerder worden
gehouden van 36 uur na het overlijden en niet later dan op de 5e dag. Voor afwijking moet
toestemming worden gevraagd aan de burgermeester.
Onder orgaandonatie verstaat de Wet op de orgaandonatie het laten verwijderen van een
bestanddeel van het menselijk lichaam ten behoeve van een ander dan de donor zelf. Wie
zijn organen na de dood wil afgeven , moet hier bij leven schriftelijk toestemming voor geven.
invullen en laten registreren donorformulier. Hierbij zijn 4 mogelijkheden: