- waarom groepen vergelijken
- risico van groepen op een uitkomst
- vergelijken van resultaten
- verbanden
- effectiviteit van behandelingen
- opzet en design onderzoek
- effecten en P waarden
Waarom groepen vergelijken
Dit kan wanneer je bij twee groepen iets anders hebt gedaan of wanneer ze verschillende kenmerken
hebben. Het is interessant om proporties tussen verschillende groepen te vergelijken.
Je wilt het effect weten van een blootstelling (en dit bepalen/berekenen) (bijv. roken en parodontitis)
Wanneer je zegt ‘’ja het is beter’’ als conclusie, mis je getallen (een onderbouwing).
Je moet rekening houden met welke groepen je steekproef vormen, hoe vorm je zo’n groep?
Je kunt met het vergelijken letten op:
- gemiddelden
- percentages (proporties)
- risico’s (hier gaat de les over)
Voorbeeld: superfoods
‘mag je verschillende claims aannemen?’, bijvoorbeeld; ‘’minder vatbaar worden voor infecties’’.
Infectie is niet het goede woord, ontsteking misschien beter. Bacteriën kunnen altijd je lichaam
binnendringen, maar of je vatbaar bent voor ontstekingen kun je wel bekijken.
In de tabel wordt onderzocht of superthee invloed heeft op gingivitis.
227 = het totaal aantal mensen van de steekproef = N
63% die superthee drinken hebben gingivitis: 78/124x100, want 78 van de 124 hebben gingivitis.
Hoeveel procent niet superthee drinkers hebben gingivitis 62/103x100, dit is ongeveer 60 procent.
De conclusie: superthee heeft niet gelijk invloed op gingivitis omdat het ongeveer beide 60 procent is.
MORAAL: BEKIJK ALTIJD DE TWEE ZIJDES EN ANALYSEER ALLE CIJFERS!
Risico van groepen op een bepaalde uitkomst
Risico ergens op betekent bijvoorbeeld ‘’wat is het risico, wanneer je ergens op straat loopt, dat je
aangereden wordt’’.
- Relatief risico (RR) = vergelijking van het ene proportie met de andere proportie. Kans dat de ene
groep een uitkomst krijgt ten opzichte van een andere groep.
Het ene percentage/het andere percentage = RR (bijvoorbeeld 5%/5%=1 kans, is GEEN verschil)
- Absoluut risicoverschil (AR) = verschil in percentage (8%-5%=3% verschil)
Dus:
RR = gedeeld door elkaar
AR = min elkaar
Voorbeeld ‘’Hoe vaak vertoont een man hondengedrag tijdens het uitlaten van een hond’’:
Op 1 moment gekeken tijdens het uitlaten van de hond door een man, hoe vaak ze wildplassen
Prevalentie wildplassen betekent 12/21=57% (hoe vaak er was wild geplast van alle keren lopen)
Proportie mannen die gingen wildplassen: 6/10 (60%)
Proportie honden die gingen wildplassen 8/14 (64%)
RR = 0,6/0,64 (proporties gedeeld door elkaar) = 93, dat is bijna 1 dus verschilt ‘’bijna’’ niet van elkaar
(volgende les wordt ‘’bijna’’ de betekenis behandeld)