1. causaliteit
2. omvang steekproef
3. causaliteit en onderzoeksopzetten
Leerdoelen
- kracht van ieder onderzoeksdesign kunnen bepalen om een causale relatie te onderzoeken
- verschil kennen tussen experimenteel en observationeel onderzoek
- voor en nadelen kennen van verschillende onderzoeksdesigns
- begrijpen hoe bias en confounding gerelateerd zijn aan de onderzoeksopzet
- begrijpen hoe steekproefgrootte zich verhoudt tot de effectgrootte, power en significantie niveau
Causaliteit
Stap drie van EBP (TV) zegt (bijvoorbeeld bij ultrasoon vs. hand): bewijs beoordelen – welk artikel
neem je mee voor het beantwoorden? De meest recente? Dit doe je door validiteit en
betrouwbaarheid te beoordelen op bijvoorbeeld cofounders.
Causaliteit = verband oorzaak en gevolg: literatuur beoordelen op zeggingskracht
Casus: ‘’mensen die vaker een aansteker bij zich hebben, hebben vaker longkanker.’’
Aansteker = cofounder, later wordt bekeken of dit waar is of niet.
Criteria causaliteit (TV):
Als een onderzoek voldoet aan de criteria is het een causaal onderzoek. Onderzoeken moeten zo
veel mogelijk aan de criteria voldoen.
- geen alternatieve verklaring, dus: effect van confoundig (roken) zo klein mogelijk (bijvoorbeeld bij
onderzoek naar parodontitis) houden
- reversibiliteit = als je cofounder wegneemt vermindert risico op ziekte (bijvoorbeeld niet meer
roken)
- tijdsrelatie: oorzaak moet voorafgaan aan gevolg (eerst longkanker en dan roken is niet causaal)
Causaliteit en onderzoeksdesign
Causale geloofwaardigheidspiramide: hierin staan verschillende onderzoeks-designs. Hoe hoger in de
piramide, hoe betrouwbaarder/geloofwaardiger maar ook hoe minder studies daarvan zijn (want hoe
complexer hoe lastiger te maken)