gebieden of samenlevingen op aarde toeneemt. Je kan dat zien doordat mensen,
kapitaal en ideeën zich gemakkelijker over de grote afstanden verspreiden en jouw
manier van leven beïnvloedt andere. Nadelen van globalisering zijn de
ziekteverspreiding en sociale ongelijkheid.
De wereld wordt een Global Village term waarmee wordt aangegeven dat de
wereldbevolking een gemeenschap is waarin relatieve afstand en isolatie sterk
verminderd zijn door transport en communicatietechnologie.
5 domeinen/dimensies
1. Fysisch (natuur)
2. Demografisch (grafiek of diagram)
3. Politiek (vaak met grenzen die vervagen)
4. Economisch (wereldmarkt)
5. Sociaal-cultureel
Relatieve afstand: de afstand uitgedrukt in tijd, geld en moeite die het kost om de
afstand te overbruggen.
Relatieve ligging: de ligging van een plaats of gebied ten opzichte van andere
plaatsen en gebieden.
Absolute afstand: de afstand hemelsbreed uitgedrukt in kilometers
Absolutie ligging: de ligging van een plaats uitgedrukt in coordinaten.
Tijd-ruimtecompressie: technologische ontwikkelingen maken het makkelijker om
goederen, mensen, geld en ideeën over lange afstanden te transporteren. Zoals de
komst van een container.
Gebieden kunnen in korte tijd opbloeien of in verval raken door:
6. Positie tegenover economische kerngebieden. Als een haven dichtbij een
opkomende grootmacht heeft wordt die veel belangrijker.
7. De ligging tegenover een belangrijke vervoersas (corridor). Een mainport
intercontinentaal knooppunt in een transportnetwerk zoals havens of luchthavens.
Afstandsverval: de interactie neemt af naarmate de afstand toeneemt. Hetzelfde als
de absolute afstand en de mate van interactie tussen gebieden.
Een van de belangrijkste motoren achter het proces van globalisering is de
ontwikkeling van de transporttechnologie technische voorzieningen die
samenhangen met vervoer van mensen en goederen. Het goederentransport maakte
de volgende dingen door:
8. Reis en vervoerstijden zijn in de 20e eeuw spectaculair gedaald: alles gaat sneller.
9. Transport is goedkoper geworden door de groei in capaciteit.
10. De infrastructuur is verbeterd
3 oorzaken waardoor het vervoer van goederen van het ene gebied naar het andere
gebied veranderen:
11. Het verbeteren van de infrastructuur waardoor de bereikbaarheid toeneemt.
12. Het verdwijnen van politieke en economische barrières tussen gebieden
waardoor handelen makkelijker is.
13. Innovaties op transportgebied waardoor het transport goedkoper is zoals een
container.
Transportnetwerk: het geheel van transportlijnen die zijn verbonden met
knooppunten.
, Communicatie en informatietechnologie: alle technieken die het mogelijk maken
om op elektronische wijze te communiceren en informatie van het ene naar het
andere punt te verspreiden. 3 factoren die de richting en intensiteit van communicatie
beïnvloeden:
14. Economisch, vooral tussen centrumlanden omdat die rijker zijn dus betere
communicatietechnologie hebben en zo meer interactie hebben.
15. Geografisch, wanneer de afstand tussen landen groter is neemt de interactie af.
Behalve als er diaspora leven een grote groep mensen van je eigen land die in
een ander land wonen.
16. Cultuur, geïsoleerde of nationalistische landen beperken culturele diffusie, eigen
taal en cultuur beperken informatie-uitwisseling.
Volgens de interactietheorie: uitwisseling van goederen, mensen, geld en ideeën
tussen gebieden alleen tot stand wanneer er aan de voorwaarden worden gedaan. Die
zijn:
17. Complementariteit: vraag en aanbod moeten in balans zijn.
18. Transporteerbaarheid, goederen tegen een redelijke prijs en tijd geleverd
worden.
19. Geen tussenliggende mogelijkheden, dus geen betere opties op nieuwe, betere,
kortere en goedkopere manier.
Hegemoniale staat: een land dat gedurende een bepaalde periode op grote delen
van de wereld domineert op financieel, militair, economisch en cultureel gebied. Dat
begon bij Spanje/Portugal daarna Nederland, Engeland en nu de VS. Om vroeger de
hegemoniale staat te worden moest je heersen over de zee. Toen Portugal heerste
kwam het verdrag van tordessilas 1494 daarin stond dat Spanje de minder
toegankelijke gebieden ten westen van de meridiaan kreeg en Portugal het
toegankelijke deel ten oosten van de meridiaan.
De dominantie van Nederland is te danken aan de VOC die zich focust op de
scheepvaart en de visserij. Het kolonialisme: een systeem van heerschappij over
overzeese gebieden veelal door Europese landen, vaak met als doel om grondstoffen
te winnen of handelsroutes te beheersen. Je hebt twee soorten koloniën:
20. Exploitatiekolonies, een kolonie die door het moederland gebruikt wordt als
wingewest; de kolonie wordt door het moederland aan de ene kant gebruikt om
grondstoffen te leveren en dient aan de andere kant als afzetmarkt voor de
productie van het moederland
21. Vestigingskolonies, een gebied waar kolonisten zich blijvend vestigen; zij
bouwen het gebied opnieuw op, vaak naar het voorbeeld van het moederland. De
europeanisering is in deze gebieden het meest zichtbaar. Het beïnvloeden van
de kolonie door Europa.
Bij de koloniën treedt ruilvoetverslechtering: de kolonie heeft niet de middelen om
zelf het eindproduct te krijgen en die moeten ze tegen een hoge prijs importeren
terwijl ze de grondstoffen voor een lage prijs verkopen.
Door het imperialisme: het proces waarbij landen hun macht in andere delen van de
wereld willen uitbreiden door gebieden te veroveren en te controleren. Zo is het
engelse rijk ontstaan die door 2 factoren de banden tussen gebieden verstevigd:
22. Industriële revolutie, er waren meer grondstoffen nodig die in de kolonies te
halen waren. Door het exporteren van het eindproduct en het importeren van de
grondstoffen ontstond er en internationale arbeidsverdeling.
23. Verbetering van transport, de reikwijdte en invloed van moederlanden nam toe.
Na de tweede wereldoorlog verloren Europese landen hun kolonies. Dat noem je
dekolonisatie het proces waarbij koloniën zelfstandige staten worden. Ook nam de
vs de positie van de wereldmacht in.