Inleiding recht
Hoorcolleges
A.J. Kwak
Hoorcollege en week I - terreinverkenning
Leiden Law Skills opzoeken -> home -> leerlijn juridische kernvaardigheden
-
Een subjectief recht : een bepaalde persoonlijke bevoegdheid, ‘ik heb recht op’.
Het objectieve recht : het geheel van geldende formele en materiële rechtsregels dat in een
gemeenschap als recht geldt.
● Materieel recht : rechtsregels waar de burger rechten aan kan ontlenen
● Formeel recht : rechtsregels
Publiekrecht of privaatrecht?
Ulpianus (c. 170-223) maakte al een onderscheid tussen het recht dat specifiek betrekking heeft op de
Romeinse staat en het recht dat de individuen dienen.
Publiekrecht
● Het algemeen belang
● Ongelijke partijen
● initiatief tot handhaving bij de overheid
Privaatrecht
● De particuliere belangen van individuen
● Gelijke partijen
● Het initiatief tot handhaving bij de burgers
Het privaatrecht
Burgerlijk Wetboek Boek I : Personen- en familierecht
● Personenrecht : de regels omtrent de persoon die drager is van rechten en plichten
-Natuurlijk rechtspersoon -> boek I -> Artikel 1
● Familierecht: ‘de niet op geld waardeerbare rechten en plichten’ van personen
Burgerlijk Wetboek Boek II : Rechtspersonen
● Rechtspersonen: rechtspersonen zoals stichting nv, bv maar ook de kerk en de staat
1
,Burgerlijk Wetboek Boek III: Algemeen vermogensrecht
● Vermogensrecht : betreft de ‘op geld waardeerbare rechten en plichten’ van mensen
- Boek 3 -> titel 2. rechtshandelingen -> Artikel 32 : bekwaamheid rechtshandelingen
- titel 2. rechtshandelingen -> Artikel 34 (aanvullend bij Artikel 32) : geestvermogens zijn
bij rechtshandelingen
-
Artikel 39 van Wetboek van Strafrecht : niet strafbaar gesteld worden wegens stoornis van
geestvermogens.
Publiekrecht
Staatsrecht: de belangrijkste geschreven en ongeschreven regels en beginselen van de nationale
ordening van het overheidsapparaat, van de invloed van burgers daarop, van de burgerlijke rechten en
vrijheden
Bestuursrecht: het geheel van geschreven en ongeschreven rechtsregels en beginselen die betrekking
hebben op de bestuurstaak van de overheid; recht voor het bestuur.
Strafrecht: (ultimum remedium) is sanctierecht; kenmerkend voor het strafrecht is de straf, de bewuste
leedtoevoeging
Positief recht
Lus positivum / ius constitutum: het recht dat geldt krachtens uitvaardiging; het feit dat het door de
staat als geldend recht is geproclameerd. (p. 6)
Het geheel van regels dat op een bepaald tijdstip in een bepaalde gemeenschap geldt (p.16)
Ius constituendum : het recht zoals we het zouden willen; het gewenste, ideale recht.
Natuurrecht: het recht dat niet door de mensen gemaakt is en ‘van nature’ geldt. (p. 6) Het natuurrecht
is een soort ius constituendum. (p. 16)
De formele rechtsbronnen
NB. het positief recht is neergelegd in formele rechtsbronnen
● Het internationale verdrag
● de wet in formele zin
● de wet in louter materiële zin
● de gewoonte
● de rechtspraak
De wet in formele zin -> tentamenvraag
Internationaal verdrag : verdragen zijn geschreven afspraken tussen twee of meer staten en 'governed
by international law’ (Vienna Convention on the Law of Treaties, 1969).
Artikel 93 van de Grondwet : bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke
organisaties, die naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij
zijn bekendgemaakt.
Artikel 94 van de Grondwet: Binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen
toepassing
2
, -
Van Gend en Loos (1963) & Costa / Enel (1964)
● Het Verdrag van Rome (1957) heeft een eigen autonome rechtsorde in het leven geroepen.
-
Wet in formele zin: Ieder gezamenlijk besluit van de regering en Staten-Generaal; (vgl. artikel 82 Gw)
dat volgens een bepaalde procedure tot stand is gekomen.
Wet in materiële zin ; ieder naar buiten werkende algemene de burgers bindende regeling, uitgaande
van een overheidsorgaan, dat zijn bevoegdheid daartoe direct ontleent aan een wet in formele zin.
De gewoonte : Overal waar mensen samenkomen, ontstaan vroeg of laat gewoonten, vaste
gedragspatronen, een spontane ordening. (p. 25).
Het gewoonterecht
Een gewoonte is recht als het aan twee vereisten voldoet :
● Het is een usus in de zin van een zich herhalende gedraging in de gemeenschap
● Het is een usus waarvan men vindt dat het recht is : usus opinio juris sive necessitatis. (p. 25)
Constitutioneel gewoonterecht -> de vertrouwensregel (NB. Oa. een minister zal moeten aftreden als
diegene niet meer het vertrouwen geniet van het kabinet.)
Verschil tussen gewoonterecht en moraal
Gewoonterecht behoort bij het heersende oftewel het positieve recht. Het is met andere woorden
objectief recht waar de burger bij de rechter een beroep op kan doen en dat vervolgens door de staat kan
worden gehandhaafd.
Moraal is het geheel van zeden, gebruiken en gewoonten waarvan we niet vinden dat het recht is, en dat
dus niet in rechte afdwingbaar is. Als er aan wordt voldaan kan dit echter wel rechtsgevolgen hebben.
3
Hoorcolleges
A.J. Kwak
Hoorcollege en week I - terreinverkenning
Leiden Law Skills opzoeken -> home -> leerlijn juridische kernvaardigheden
-
Een subjectief recht : een bepaalde persoonlijke bevoegdheid, ‘ik heb recht op’.
Het objectieve recht : het geheel van geldende formele en materiële rechtsregels dat in een
gemeenschap als recht geldt.
● Materieel recht : rechtsregels waar de burger rechten aan kan ontlenen
● Formeel recht : rechtsregels
Publiekrecht of privaatrecht?
Ulpianus (c. 170-223) maakte al een onderscheid tussen het recht dat specifiek betrekking heeft op de
Romeinse staat en het recht dat de individuen dienen.
Publiekrecht
● Het algemeen belang
● Ongelijke partijen
● initiatief tot handhaving bij de overheid
Privaatrecht
● De particuliere belangen van individuen
● Gelijke partijen
● Het initiatief tot handhaving bij de burgers
Het privaatrecht
Burgerlijk Wetboek Boek I : Personen- en familierecht
● Personenrecht : de regels omtrent de persoon die drager is van rechten en plichten
-Natuurlijk rechtspersoon -> boek I -> Artikel 1
● Familierecht: ‘de niet op geld waardeerbare rechten en plichten’ van personen
Burgerlijk Wetboek Boek II : Rechtspersonen
● Rechtspersonen: rechtspersonen zoals stichting nv, bv maar ook de kerk en de staat
1
,Burgerlijk Wetboek Boek III: Algemeen vermogensrecht
● Vermogensrecht : betreft de ‘op geld waardeerbare rechten en plichten’ van mensen
- Boek 3 -> titel 2. rechtshandelingen -> Artikel 32 : bekwaamheid rechtshandelingen
- titel 2. rechtshandelingen -> Artikel 34 (aanvullend bij Artikel 32) : geestvermogens zijn
bij rechtshandelingen
-
Artikel 39 van Wetboek van Strafrecht : niet strafbaar gesteld worden wegens stoornis van
geestvermogens.
Publiekrecht
Staatsrecht: de belangrijkste geschreven en ongeschreven regels en beginselen van de nationale
ordening van het overheidsapparaat, van de invloed van burgers daarop, van de burgerlijke rechten en
vrijheden
Bestuursrecht: het geheel van geschreven en ongeschreven rechtsregels en beginselen die betrekking
hebben op de bestuurstaak van de overheid; recht voor het bestuur.
Strafrecht: (ultimum remedium) is sanctierecht; kenmerkend voor het strafrecht is de straf, de bewuste
leedtoevoeging
Positief recht
Lus positivum / ius constitutum: het recht dat geldt krachtens uitvaardiging; het feit dat het door de
staat als geldend recht is geproclameerd. (p. 6)
Het geheel van regels dat op een bepaald tijdstip in een bepaalde gemeenschap geldt (p.16)
Ius constituendum : het recht zoals we het zouden willen; het gewenste, ideale recht.
Natuurrecht: het recht dat niet door de mensen gemaakt is en ‘van nature’ geldt. (p. 6) Het natuurrecht
is een soort ius constituendum. (p. 16)
De formele rechtsbronnen
NB. het positief recht is neergelegd in formele rechtsbronnen
● Het internationale verdrag
● de wet in formele zin
● de wet in louter materiële zin
● de gewoonte
● de rechtspraak
De wet in formele zin -> tentamenvraag
Internationaal verdrag : verdragen zijn geschreven afspraken tussen twee of meer staten en 'governed
by international law’ (Vienna Convention on the Law of Treaties, 1969).
Artikel 93 van de Grondwet : bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke
organisaties, die naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij
zijn bekendgemaakt.
Artikel 94 van de Grondwet: Binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen
toepassing
2
, -
Van Gend en Loos (1963) & Costa / Enel (1964)
● Het Verdrag van Rome (1957) heeft een eigen autonome rechtsorde in het leven geroepen.
-
Wet in formele zin: Ieder gezamenlijk besluit van de regering en Staten-Generaal; (vgl. artikel 82 Gw)
dat volgens een bepaalde procedure tot stand is gekomen.
Wet in materiële zin ; ieder naar buiten werkende algemene de burgers bindende regeling, uitgaande
van een overheidsorgaan, dat zijn bevoegdheid daartoe direct ontleent aan een wet in formele zin.
De gewoonte : Overal waar mensen samenkomen, ontstaan vroeg of laat gewoonten, vaste
gedragspatronen, een spontane ordening. (p. 25).
Het gewoonterecht
Een gewoonte is recht als het aan twee vereisten voldoet :
● Het is een usus in de zin van een zich herhalende gedraging in de gemeenschap
● Het is een usus waarvan men vindt dat het recht is : usus opinio juris sive necessitatis. (p. 25)
Constitutioneel gewoonterecht -> de vertrouwensregel (NB. Oa. een minister zal moeten aftreden als
diegene niet meer het vertrouwen geniet van het kabinet.)
Verschil tussen gewoonterecht en moraal
Gewoonterecht behoort bij het heersende oftewel het positieve recht. Het is met andere woorden
objectief recht waar de burger bij de rechter een beroep op kan doen en dat vervolgens door de staat kan
worden gehandhaafd.
Moraal is het geheel van zeden, gebruiken en gewoonten waarvan we niet vinden dat het recht is, en dat
dus niet in rechte afdwingbaar is. Als er aan wordt voldaan kan dit echter wel rechtsgevolgen hebben.
3