100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Mondelinge taalvaardigheid domein Kennisbasis Nederlands

Beoordeling
4,0
(1)
Verkocht
-
Pagina's
7
Geüpload op
13-12-2017
Geschreven in
2016/2017

Samenvatting van het domein taalbeschouwing voor de kennisbasistoets Nederlands. Les in Taal, aantekeningen en het boek 'Basiskennis Taalonderwijs' is in één document verzamelt.










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk mondelinge taalvaardigheid
Geüpload op
13 december 2017
Aantal pagina's
7
Geschreven in
2016/2017
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Mondelinge taalvaardigheid
Luisterdoelen: de luisteraar kan bij het luisteren verschillende doelen hanteren
Voorbeelden van luisterdoelen zijn:
- Iets te weten willen komen
- Een bepaald gevoel willen ondergaan
- Zich een mening willen vormen
- Een bepaalde handeling willen uitvoeren
- Een spel mee willen spelen

Als luisteraar kies je hierbij, bewust of onbewust, een luisterstrategie:
- Globaal luisteren: de grote lijn volgen
- Intensief luisteren: details ook belangrijk vinden
- Gericht luisteren: specifieke informatie oppikken
- Kritisch luisteren: mening vormen

Actief luisteren = vorm waarbij de luisteraar zich maximaal inzet om de spreker te volgen en te begrijpen
Hierbij zet je middelen in zoals: aankijken, knikken en vragen stellen

Luistervaardigheid: de luisteraar koppelt betekenissen aan klanken
Het gaat om het begrijpen van wat je hoort.
Een luisteraar moet bekwaamheden bezitten zoals:
- Een beschrijving kunnen volgen
- Gevoelens en meningen begrijpen en waarderen
- Inhoud kunnen interpreteren en beoordelen
- Een uitleg volgen

Hierbij onderneemt de luisteraar het volgende:
- Doorzien van de strategie van de spreker
- Passende feedback geven
- Actief luisteren: vragen stellen om erachter te komen wat de spreker wil zeggen

Spreekdoelen: de spreker kan tijdens het spreken verschillende doelen voor
ogen hebben
De doelen, die een spreker bewust of onbewust heeft met wat hij zegt, zijn:
- Amuseren: vertellen van een mop
- Informeren: vertellen hoe laat het is
- Instrueren: de weg wijzen
- Overtuigen: zeggen dat iemand een boek echt moet lezen en vertellen hoe goed het boek is
- Emotioneren: gevoelens losmaken
- Waarderen: oordeel geven
- Beschouwen: verschillen kanten bekijken.

De spreker kiest, bewust of onbewust, een strategie die afgestemd is op de luisteraar en het spreekdoel
dat hij heeft
Voorbeelden van strategieën:
- Kiezen van een vorm: verhaal, opsomming van feiten, indringend voorbeeld
- Kiezen van type taalgebruik: eenvoudige, dagelijkse taal of vakjargon

Spreektechniek: De spreker heeft controle over zijn tong-, lip- en
gehemeltespieren, zodat hij klanken op een juiste manier kan produceren.
Aspecten die een spreker verstaanbaar maakt:
- Uitspraak: uitspraak van klanken en klankcombinaties
- Articulatie: duidelijk uitspreken van klanken (zit dichtbij uitspraak)
- Intonatie: toonverloop van woorden en zinnen. Variatie in volume, tempo en stemhoogte.

, Sociale taalfuncties: De spreker hanteer sociale taalfuncties, die betrekken
hebben op de interactie tussen mensen.
Sociale taalfuncties = gebruik je de hele dag, manier om met elkaar te praten.
1. Zelfhandhaving: Kind beschermt zichzelf en zijn bezit.
 Kind geeft aan waar het staat en wat hij wil
 vb. kinderen spelen in een hoek en ze willen een auto hebben. Hij zegt dan tegen een ander
kind, dit is van mij.
2. Zelfsturing: Eigen handelen met woorden ordenen of plannen aankondigen.
 Duidelijk maken waar je mee bezig bent. Hardop denken
 Vb. eerst ga ik de puzzel maken, dan in de poppenhoek en dan ga ik buitenspelen.
3. Sturing van andere: Beïnvloeden van gedrag van anderen
 Het ene kind stuurt het andere kind aan. En maakt duidelijk wat hij wil
 Vb: ga je mee doen? we gaan nu naar buiten toe om in de zandbak te spelen
4. Structurering van het gesprek:
 Vb: mag ik ook even wat zeggen?
Doel: willen duidelijk maken waar iemand staat of wat iemand wil.
De sociale taalfuncties verwijzen naar de communicatieve functie van taal

Cognitieve taalfuncties: De spreker hanteert cognitieve functies van taal om te
verwijzen naar betekenissen en concepten. Via taal benoemt en ordent hij de
werkelijkheid.
Cognitieve taalfuncties =
De cognitieve taalfuncties verwijzen naar de conceptualiserende functies van taal.
Van makkelijk naar moeilijk
1. Rapporteren = verslag doen van iets wat in de werkelijkheid voorkomt (feitelijk te zien is)
 Vb: ik zie dat deze sleutels op het midden van de tafel liggen
Soorten rapporteren: Dit zijn eenvoudige taalfuncties
o Benoemen: dit is een ei of hier is Janneke
o Beschrijven: de vogel heeft veren
o Details geven: de vogel heeft witte vieren en een spitse snavel en lang, dunnen poten
2. Redeneren = beschrijving waarin een extra denkstap wordt verwoord (combineren van dingen)
 Vb: hoe kan het nou dat het buiten zo warm is? Omdat het zomer is..
Soorten redeneren: Complexe cognitieve taalfuncties
- Ordenen: toen gaf hij mij een duw en toen viel ik op de grond en toen moest er een pleister op mijn
knie (ordenen van tijd
o Herkennen: toen, als wanneer
- Associëren: (bij het zien van een ballon in de winkel). Bij mijn verjaardag heb ik aan iedereen een
ballon gegeven
- Vergelijken: deze schoenen zijn een beetje kleiner, deze schoenen zijn een beetje groter dan de
mijne.
- Tegenstelling: ik wil een koekje, maar ik kreeg een boterham
o Herkennen: maar
- Middel-doel relatie: met de thermometer kun je koorts meten
o Herkennen: me, om de
- Oorzaak- gevolg relatie: het ei brak omdat ik te hard kneep
o Herkennen: omdat, daarom
- Condities: als je heel lief bent, krijg je een snoepje
- Uitleggen: (ik kreeg die bal voor mijn verjaardag), want ik was jarig
o Herkennen: want
- Argumenten: (ik wil ook van de glijbaan af). Want ik ben ook zeven
- Concluderen: (je moet het ei eerst koken…. Dan pas kun je het opeten
- Generaliseren: iedereen vindt mij lief
3. Projecteren = verplaatsen in de gedachten en gevoelens van iemand anders.
 Vb: iemand is verdrietig, je gaat invullen ik snap dat hij verdrietig is, want het konijntje is
weggelopen.

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
5 jaar geleden

4,0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
ellenvanvugt Radboud Universiteit Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
27
Lid sinds
9 jaar
Aantal volgers
21
Documenten
42
Laatst verkocht
6 maanden geleden

3,9

12 beoordelingen

5
0
4
11
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen