Schrijfstrategieën: Aanpakken binnen het schrijfproces en aanpakken van het
schrijfproces als geheel.
De schrijfstrategieën:
Bepalen doel, publiek en tekstsoort
- De schrijver stelt vast wat hij met zijn tekst wil bereiken (doel) en aan wie hij de tekst schrijft
(publiek). Afhankelijk van doel en publiek kiest hij een bepaald soort tekst.
- Tekstdoel, publiek en tekstsoort vormen samen de communicatieve situatie waarin de schrijver een
tekst schrijft.
Verzamelen, selecteren en ordenen van inhoud:
- De schrijver bepaalt de inhoud van zijn tekst. Daarbij put hij uit zijn eigen kennis over het onderwerp
en eventueel uit andere bronnen.
Structureren van tekst: de schrijver geeft zijn tekst een bepaalde opbouw of structuur.
- Meest algemene structuur: inleiding – kern – slot
- Andere specifieke tekststructuren
o Stapelstructuur: waarin de tekst bestaat uit min of meer losse onderdelen zonder
zichtbare samenhang.
Telefoonboek, boodschappenlijstje
o Verhaalstructuur: waarin personages opeenvolgende gebeurtenissen meemaken
o Betoogstructuur: waarin uitspraken/mening/standpunt ondersteund met argumenten
o Afhankelijk van het onderwerp en van de communicatieve situatie kiest de schrijver een
structuur voor zijn tekst.
Formuleren: De schrijver zet zijn gedachten om in geschreven taal
- Stilleren is een bepaalde schrijfstijl hanteren.
- Coderen is taalregels toepassen.
Reviseren: De schrijver herleest en herziet zijn tekst (het product)
- De revisies kunnen betrekking hebben op:
o Structuur van de tekst
o Inhoud
o Formulering
o Spelling
o Interpunctie
Dit kan tijdens en achteraf
Verzorgen: De schrijver maakt de vormgeving en lay-out van zijn tekst in orde
Het verzorgen van de tekst vindt doorgaans plaats aan het eind van de schrijfactiviteit. De schrijver kiest
een passende vormgeving en lay-out, voegt eventueel illustraties toe en controleert de tekst nog eens op
schrijffouten, spelfouten en dergelijke.
Reflecteren op schrijfgedrag: De schrijver denkt bewust na over zijn
schrijfactiviteit (het proces) en over de tekst (het product).
De schrijver reflecteert als hij (van een afstandje) naar zichzelf kijkt en nadenkt over zijn eigen
schrijfactiviteit. Een reflecterende schrijver leest bijvoorbeeld nog een stukje van zijn eigen tekst en toetst
dat stukje aan zijn oorspronkelijke schrijfdoel of aan zijn kennis van het onderwerp. Hoe beter de schrijver
reflecteert, hoe beter hij alle onderdelen van het schrijfproces met elkaar in verband kan brengen. Het
reflecteren op schrijfgedrag kan worden ondersteund met een tekstbespreking.
Geschreven tekst: De tekst die door een leerling/schrijver is geschreven.
Je hebt schriftelijk en mondeling taalgebruik
- Mondeling: interview, toespraak
- Schriftelijk: artikel, verhaal