Oefenvragen OPP
1. Welk van de onderstaande termen wordt niet meegenomen als wordt gekeken naar
ontwikkelingsnormen om te kijken wat normaal/abnormaal gedrag is?
a. Tempo
b. Volgorde
c. Leeftijd
d. Vorm
2. Welke term past het beste bij het hebben van een continue spectrum waarin iemand
een laag, hoog of gemiddeld niveau van een stoornis kan hebben?
a. Classificatie
b. Dimensie
c. Categorie
d. Validiteit
3. Er wordt op basis van clusters van symptomen een diagnose gesteld bij Erik, zo zijn
zijn adhd-symptomen intens en overmatig aanwezig. Deze manier van classificatie
past het best bij?
a. Empirische benadering
b. Klinische benadering
c. Dimensionele benadering
d. Vergelijkende benadering
4. Welk kenmerk past niet bij de klinische benadering van classificatie?
a. Afgeleid uit klinische praktijk
b. Categorisch
c. Veranderde conceptualisatie van problematiek in jongeren
d. Dimensioneel
5. Wat is waar over de empirische benadering van classificatie?
a. Het is gebaseerd op onderzoek
b. Gedragingen die vaak samen voorkomen noemen wij dimensies
c. De twee gedragingen die vallen onder smalle syndromen zijn externaliserend en
internaliserend
d. We vergelijken gegevens niet ten opzichte van de norm van de populatie
6. Welke afkorting valt niet onder één van de Achenbach instrumenten?
a. CBCL
1. Welk van de onderstaande termen wordt niet meegenomen als wordt gekeken naar
ontwikkelingsnormen om te kijken wat normaal/abnormaal gedrag is?
a. Tempo
b. Volgorde
c. Leeftijd
d. Vorm
2. Welke term past het beste bij het hebben van een continue spectrum waarin iemand
een laag, hoog of gemiddeld niveau van een stoornis kan hebben?
a. Classificatie
b. Dimensie
c. Categorie
d. Validiteit
3. Er wordt op basis van clusters van symptomen een diagnose gesteld bij Erik, zo zijn
zijn adhd-symptomen intens en overmatig aanwezig. Deze manier van classificatie
past het best bij?
a. Empirische benadering
b. Klinische benadering
c. Dimensionele benadering
d. Vergelijkende benadering
4. Welk kenmerk past niet bij de klinische benadering van classificatie?
a. Afgeleid uit klinische praktijk
b. Categorisch
c. Veranderde conceptualisatie van problematiek in jongeren
d. Dimensioneel
5. Wat is waar over de empirische benadering van classificatie?
a. Het is gebaseerd op onderzoek
b. Gedragingen die vaak samen voorkomen noemen wij dimensies
c. De twee gedragingen die vallen onder smalle syndromen zijn externaliserend en
internaliserend
d. We vergelijken gegevens niet ten opzichte van de norm van de populatie
6. Welke afkorting valt niet onder één van de Achenbach instrumenten?
a. CBCL