2.5: Histologie
Plaveiselcellen zijn plat en schijfvormig
Juist
bij pseudomeerlagig epitheel staan alle cellen in contact met de
onderliggende extracellulaire matrix
waar
Eenlagig cilindrisch epitheel is meestal 2 à 3 maal hoger dan
breed
Waar
celdeling vindt plaats in alle lagen van meerlagig plaveiselepitheel
niet waar
overgangsepitheel is kenmerkend voor de bekleding van de
urinewegen
waar
occludensverbindingen voorkomen laterale diffusie van
membraaneiwitten
waar: ja, want anders zou door rotatie en vibratie een verschuiving van die eiwitten
kunnen plaatsvinden waardoor apicale eiwitten naar de zijkant zouden verschuiven,
of basale naar de zijkant en dergelijke meer
zonula adherens gaat interactie aan met de actinefilamenten in
cellen
waar
desmosomen gaan interactie aan met actinefilamenten in cellen
niet waar: neen, met tonofilamenten
gap junctions spelen een rol in de intercellulaire communicatie
waar: cfr gap junctions in syllabus: m.b.v. connexonen in de celmembranen worden
kleine openingen gevormd waar kleine moleculen door kunnen (ongeveer 1,5 nm
binnendiameter) zie vb hart: intercalaire schijven
microvilli worden gestut door het actine-cytoskelet
waar
stereocilia zijn actief beweeglijk
niet waar: stereocilia zijn eigenlijk heel lange microvilli (in de epididymus of bijbal),
dus wel buigzaam maar ondanks de naam hebben ze niet de structuur van cilia (geen
tubuline) en zijn dus ook niet actief beweeglijk
cytokeratine is een kenmerkend type intermediair filament
Plaveiselcellen zijn plat en schijfvormig
Juist
bij pseudomeerlagig epitheel staan alle cellen in contact met de
onderliggende extracellulaire matrix
waar
Eenlagig cilindrisch epitheel is meestal 2 à 3 maal hoger dan
breed
Waar
celdeling vindt plaats in alle lagen van meerlagig plaveiselepitheel
niet waar
overgangsepitheel is kenmerkend voor de bekleding van de
urinewegen
waar
occludensverbindingen voorkomen laterale diffusie van
membraaneiwitten
waar: ja, want anders zou door rotatie en vibratie een verschuiving van die eiwitten
kunnen plaatsvinden waardoor apicale eiwitten naar de zijkant zouden verschuiven,
of basale naar de zijkant en dergelijke meer
zonula adherens gaat interactie aan met de actinefilamenten in
cellen
waar
desmosomen gaan interactie aan met actinefilamenten in cellen
niet waar: neen, met tonofilamenten
gap junctions spelen een rol in de intercellulaire communicatie
waar: cfr gap junctions in syllabus: m.b.v. connexonen in de celmembranen worden
kleine openingen gevormd waar kleine moleculen door kunnen (ongeveer 1,5 nm
binnendiameter) zie vb hart: intercalaire schijven
microvilli worden gestut door het actine-cytoskelet
waar
stereocilia zijn actief beweeglijk
niet waar: stereocilia zijn eigenlijk heel lange microvilli (in de epididymus of bijbal),
dus wel buigzaam maar ondanks de naam hebben ze niet de structuur van cilia (geen
tubuline) en zijn dus ook niet actief beweeglijk
cytokeratine is een kenmerkend type intermediair filament