Hoofdstuk 4: Motivatie en emotie
- Motivatie zet aan tot gedrag, geeft er richting aan en beëindigt gedrag.
- Behoeften = fundamentele, aangeboren behoeften zoals eten, drinken en
voortplanting
- Drijfveren = de neigingen tot gedrag die uit behoeften voortkomen zolang ze
onvervuld zijn
- Mensen zijn nieuwsgierig omdat ze behoefte hebben aan prikkels, we onderzoeken
de meest opvallende, de meest complexe en de nieuwste aspecten van de omgeving
(Berlyne)
- Twee soorten van doelgericht gedrag:
Wens om succes te behalen (need for achievement)
Wens om geen fouten te maken (faalangst)
- Wanneer voelt iemand zich veilig?
Geen risico’s
Risicobewust, maar geen bedreigde ervaring
Wel een bedreigde ervaring, maar het gevoel dat je het aankan
Wel een bedreigde ervaring, maar het gevoel dat anderen je helpen
- Veiligheidsbeleving = het vertrouwen in jezelf en/of de omgeving dat je het risico
redelijk het hoofd kan bieden
- Stemming is basisgevoel, altijd aanwezig, niet intens en varieert niet zo heel veel
- Emotie is kort, intens, niet altijd aanwezig en is een reactie (nooit zomaar)
Functies van emoties:
Gevoel uiten gedrag aanpassen, grenzen aangeven
Klaarmaken om te reageren op gevaarlijke situatie (fight-flight reactie)
Motivator ze bereiden ons voor om belangrijke gebeurtenissen te
hanteren zonder dat we erover na hoeven te denken.
Basisemoties: boos, blij, schrikken, verdrietig, bang en afschuw/afkeer
De meeste zijn negatief. Dit helpt met overleven dmv communicatie
Intensiteit van emoties:
Angst: bezorgd paniek (gericht op iets dat nog komt)
Boosheid: geïrriteerd woede
Verdriet: teleurgesteld rouw (gericht op het verleden)
Blij: tevreden jubelend | aardig vinden diepe liefde
Andere dimensies van emoties:
Hoe lang ze duren
Of ze ergens op gericht zijn
Emoties ontstaan als volgt (= tweecomponententheorie):
Er is een stimulus, deze creëert
een gedachte (cognitieve taxatie)
en een gevoel (arousal). Dit
beide zorgt voor een emotionele
ervaring
Worden beïnvloed door
beloningen of bedreigingen,
- Motivatie zet aan tot gedrag, geeft er richting aan en beëindigt gedrag.
- Behoeften = fundamentele, aangeboren behoeften zoals eten, drinken en
voortplanting
- Drijfveren = de neigingen tot gedrag die uit behoeften voortkomen zolang ze
onvervuld zijn
- Mensen zijn nieuwsgierig omdat ze behoefte hebben aan prikkels, we onderzoeken
de meest opvallende, de meest complexe en de nieuwste aspecten van de omgeving
(Berlyne)
- Twee soorten van doelgericht gedrag:
Wens om succes te behalen (need for achievement)
Wens om geen fouten te maken (faalangst)
- Wanneer voelt iemand zich veilig?
Geen risico’s
Risicobewust, maar geen bedreigde ervaring
Wel een bedreigde ervaring, maar het gevoel dat je het aankan
Wel een bedreigde ervaring, maar het gevoel dat anderen je helpen
- Veiligheidsbeleving = het vertrouwen in jezelf en/of de omgeving dat je het risico
redelijk het hoofd kan bieden
- Stemming is basisgevoel, altijd aanwezig, niet intens en varieert niet zo heel veel
- Emotie is kort, intens, niet altijd aanwezig en is een reactie (nooit zomaar)
Functies van emoties:
Gevoel uiten gedrag aanpassen, grenzen aangeven
Klaarmaken om te reageren op gevaarlijke situatie (fight-flight reactie)
Motivator ze bereiden ons voor om belangrijke gebeurtenissen te
hanteren zonder dat we erover na hoeven te denken.
Basisemoties: boos, blij, schrikken, verdrietig, bang en afschuw/afkeer
De meeste zijn negatief. Dit helpt met overleven dmv communicatie
Intensiteit van emoties:
Angst: bezorgd paniek (gericht op iets dat nog komt)
Boosheid: geïrriteerd woede
Verdriet: teleurgesteld rouw (gericht op het verleden)
Blij: tevreden jubelend | aardig vinden diepe liefde
Andere dimensies van emoties:
Hoe lang ze duren
Of ze ergens op gericht zijn
Emoties ontstaan als volgt (= tweecomponententheorie):
Er is een stimulus, deze creëert
een gedachte (cognitieve taxatie)
en een gevoel (arousal). Dit
beide zorgt voor een emotionele
ervaring
Worden beïnvloed door
beloningen of bedreigingen,