ethiek
- wat is/begrippen
o etos
gewoonte/gebruik
o ethos
karakter/gezindheid
o ethiek
systematische studie moraal
o moraal
geheel aanvaarde gedragsregels
o moraliteit
aspect menselijk denken, voelen en handelen betrekking op onderscheid
goed en kwaad
o dilemma
tweesprong. elke keuze heeft aantrekkelijke en minder aantrekkelijke kant
o ethisch dilemma
bij dilemma meerdere belangen en waarden die een rol spelen
o rationaliseren
afweermechanisme
bedenken van smoesjes voor onszelf
o ethiek gaat om legitimeren gedrag
legitimeren verantwoorden
psycholiseren iemands gedrag begrijpelijk maken
o empathie
cognitieve empathie
begrijpen en herkennen van emoties anderen
affectieve empathie
kunnen dleen van emoties en medeleven kunnen tonen
o schuld en schaamte
schuld
veroordeling gedrag
schaamte
negatieve evaluatie met betrekking tot persoon zelf
o Utilitarisme
grootste geluk voor grootste groep mensen
- ethiek
o goede leven in rechtvaardige instituties
o descriptieve ethiek
bestuderen van moraal zonder zelf moreel standpunt in te nemen
o normatieve ethiek
zelf standpunten uitdragen en verdedigen
o prescriptieve ethiek
feitelijk gedrag voor specifieke groep voorgeschreven
, o schemaverklaring
1. zelfrespect
interpretatie van onszelf als persoon
eigen kunnen en erkenning
2. betrokken zorg voor
ander
wederzijdsheid
3. rechtvaardigheid
tot je recht komen
plaats krijgen
- fons klaase
o ethisch gesprek
streven naar onderling begrip
begrijpen wat ander bedoelt
streven naar onderlinge overeenstemming
o communicatieve vaardigheden
openheid
naar elkaar luisteren
perspectief wisselen
figuurlijk op stoel ander gaan zitten
uitdrukkingsvaardigheid
standpunt helder uitdrukken
redelijkheid
argumenteren
o twee soorten argumentatiefouten
ongegronde beweringen
ongegronde generalisering
vanuit enkel geval een algemene conclusie trekken
autoriteitsargumenten
een autoritair aanhalen om bewering te versterken
ad-hominem-argumenten
bewering onderuit halen door persoon onder uit te halen
onduidelijke terminologie
bewering duidelijk genoeg zijn
o gesprek cliënt
feitelijke aspect
object/feit
normatieve aspect
sociaal
persoonlijke aspect
gevoel