Samenvatting:
Sociologie voor de praktijk
Hoofdstuk 1 t/m 7.
, Hoofdstuk 1: Inleiding
- Sociologie beantwoord de vraag; hoe slagen mensen erin samen te leven.
- Sociaal slaat op alle menselijke betrekkingen, mensen maken altijd deel uit van de
samenleving. Ook menselijk gedrag
- Houdt zich bezig met het verklaren van gedrag van individuen en groepen van mensen vanuit
maatschappelijke invloeden die ze ondergaan. Het is het zoeken naar overeenkomsten,
verschillen en samenhang tussen gedrag en samenleving. Individu en omgeving.
- Sociologie ligt op straat, iedereen heeft een mening iedereen is amateur socioloog.
- Iedereen heeft verschillende werkelijkheden, het moet overeenstemmen met wat je ziet, je
moet contacten hebben en je sociaal milieu heeft er ook invloed op.
- Door selectief waarnemen komt er discriminatie, stereotyperingen en vooroordelen
- Je ziet wat je wilt zien, pessimistisch of optimist, school vs. gevangenis (negatieve interactie)
- Auguste Comté geloofde dat je ongefundeerd geloven over de werking van de samenleving
moest vervangen door wetenschappelijke aspecten.
- Ideologie kritiek is machtsverhoudingen blootleggen
- Beheersfunctie is dat wij met wetenschappen inzichten krijgen in menselijk gedrag wat
bruikbaar is.
- Ordenen functie betekent dat sociologie aan probleem situaties een overzicht geeft.
- Sociologie moet haar maatschappelijke relevantie voortdurend bewijzen
- Sociologische verbeeldingskracht is dat je jouw problemen in een maatschappelijk kader
moet gaan bekijken. Private troubles worden dan public issues. Wright Mills.
Kees Schuyt;
1. Er moet sprake zijn van een aanzienlijk aantal getroffenen
2. Persoonlijk letsel van de getroffenen (private trouble)
Samenhangen met andere problemen
3. Niet altijd tijdelijk, soms langdurig probleem
4. Bovenpersoonlijke oorzaken
5. Tegen serieuze waarden ingaan
- We moeten ontdekken in wat voor water de mens zwemt
Macht omvat; Komt aan orde in;
1. Het vermogen om doelstellingen in de toekomst te Deel 1
formuleren Cultuur en sociaal bewustzijn
2. Het vermogen om – als doelstellingen voor de
toekomst eenmaal gekozen zijn – middelen aan te Deel 2
wenden om ze te realiseren Structuur en sociale ongelijkheid
3. Het vermogen voor de vastgestelde doelstellingen
de middelen te organiseren om andere te Deel 3
beïnvloeden, invloed uit te oefenen. Sociale verandering en conflict
1. Vermogen om onderscheid te maken tussen hoe jij de wereld waarneemt en hoe hij echt is
2. Vermogen om iets zoals geld in te zetten om middelen te realiseren
3. Vermogen om iets te organiseren met behulp van de samenleving
Macht > sociale veranderingen
Cultuur >< structuur
Sociale veranderingen> cultuur en structuur
Figuur 1.3
Sociologie voor de praktijk
Hoofdstuk 1 t/m 7.
, Hoofdstuk 1: Inleiding
- Sociologie beantwoord de vraag; hoe slagen mensen erin samen te leven.
- Sociaal slaat op alle menselijke betrekkingen, mensen maken altijd deel uit van de
samenleving. Ook menselijk gedrag
- Houdt zich bezig met het verklaren van gedrag van individuen en groepen van mensen vanuit
maatschappelijke invloeden die ze ondergaan. Het is het zoeken naar overeenkomsten,
verschillen en samenhang tussen gedrag en samenleving. Individu en omgeving.
- Sociologie ligt op straat, iedereen heeft een mening iedereen is amateur socioloog.
- Iedereen heeft verschillende werkelijkheden, het moet overeenstemmen met wat je ziet, je
moet contacten hebben en je sociaal milieu heeft er ook invloed op.
- Door selectief waarnemen komt er discriminatie, stereotyperingen en vooroordelen
- Je ziet wat je wilt zien, pessimistisch of optimist, school vs. gevangenis (negatieve interactie)
- Auguste Comté geloofde dat je ongefundeerd geloven over de werking van de samenleving
moest vervangen door wetenschappelijke aspecten.
- Ideologie kritiek is machtsverhoudingen blootleggen
- Beheersfunctie is dat wij met wetenschappen inzichten krijgen in menselijk gedrag wat
bruikbaar is.
- Ordenen functie betekent dat sociologie aan probleem situaties een overzicht geeft.
- Sociologie moet haar maatschappelijke relevantie voortdurend bewijzen
- Sociologische verbeeldingskracht is dat je jouw problemen in een maatschappelijk kader
moet gaan bekijken. Private troubles worden dan public issues. Wright Mills.
Kees Schuyt;
1. Er moet sprake zijn van een aanzienlijk aantal getroffenen
2. Persoonlijk letsel van de getroffenen (private trouble)
Samenhangen met andere problemen
3. Niet altijd tijdelijk, soms langdurig probleem
4. Bovenpersoonlijke oorzaken
5. Tegen serieuze waarden ingaan
- We moeten ontdekken in wat voor water de mens zwemt
Macht omvat; Komt aan orde in;
1. Het vermogen om doelstellingen in de toekomst te Deel 1
formuleren Cultuur en sociaal bewustzijn
2. Het vermogen om – als doelstellingen voor de
toekomst eenmaal gekozen zijn – middelen aan te Deel 2
wenden om ze te realiseren Structuur en sociale ongelijkheid
3. Het vermogen voor de vastgestelde doelstellingen
de middelen te organiseren om andere te Deel 3
beïnvloeden, invloed uit te oefenen. Sociale verandering en conflict
1. Vermogen om onderscheid te maken tussen hoe jij de wereld waarneemt en hoe hij echt is
2. Vermogen om iets zoals geld in te zetten om middelen te realiseren
3. Vermogen om iets te organiseren met behulp van de samenleving
Macht > sociale veranderingen
Cultuur >< structuur
Sociale veranderingen> cultuur en structuur
Figuur 1.3