Week 1
Wat is de kern van verplegen?
Verplegen dient een specifiek doel, namelijk:
- Bevorderen van gezondheid, groei en ontwikkeling, herstel en het voorkomen
van ziekte, aandoening of beperking;
- Lijden en pijn minimaliseren en mensen in staat stellen hun ziekte, handicap,
de behandeling en de gevolgen daarvan te begrijpen en daarmee om te gaan;
- Het handhaven van de best mogelijke kwaliteit van leven tot aan het eind.
Verplegen omvat een specifieke manier van interveniëren:
- Het versterken van zelfmanagement van mensen;
- Het vaststellen van de behoefte aan zorg;
- En ook coördinatie, deskundigheidsbevordering.
Verplegen vindt plaats in een specifiek domein:
De unieke reacties op en ervaringen van mensen met gezondheid, ziekte,
kwetsbaarheid of beperkingen in welke omgeving/omstandigheid zij zich ook
bevinden.
Verplegen is gericht op de persoon als geheel.
Verplegen is gebaseerd op ethische waarden (respect).
Wat zijn de zeven competentiegebieden Verpleegkunde in CanMEDS?
1. Zorgverlener: de verpleegkundige stelt op basis van klinisch redeneren de
behoefte aan verpleegkundige zorg vast en indiceert en verleent deze zorg.
De verpleegkundige versterkt het zelfmanagement van mensen in hun sociale
context. De verpleegkundige indiceert en voert verpleegtechnische
(voorbehouden) handelingen uit;
2. Communicator: de verpleegkundige communiceert op persoonsgerichte en
professionele wijze met de zorgvrager en diens informele netwerk;
3. Samenwerkingspartner: de verpleegkundige gaat een vertrouwensrelatie
aan. De verpleegkundige werkt zowel binnen als buiten de eigen organisatie
samen met andere beroepsbeoefenaren/instanties;
4. Reflectieve EBP professional: de verpleegkundige handelt vanuit een
continu aanwezig onderzoekend vermogen. De verpleegkundige werkt
permanent aan de bevordering en ontwikkeling. De verpleegkundige
reflecteert voortdurend;
5. Gezondheidsbevorderaar: de verpleegkundige bevordert de gezondheid van
de zorgvrager of groepen zorgvragers door preventie toe te passen;
6. Organisatie: de verpleegkundige toont leiderschap, plant en coördineert de
zorg en neem verantwoordelijkheid;
7. Kwaliteitsbevorderaar: de verpleegkundige monitort, meet en screent de
zorgverlening. De verpleegkundige levert een bijdrage aan
kwaliteitssystemen. De verpleegkundige levert een positieve en actieve
bijdrage aan de beeldvorming en de ontwikkeling van de verpleegkunde.
, Wat zijn de stappen van het verpleegproces?
Stap 1: Systematisch de patiënt in kaart brengen (anamnese);
Stap 2: Verpleegproblemen opstellen bij de patiënt (diagnose);
Stap 3: Resultaten opstellen om naartoe te werken (resultaat);
Stap 4: Acties kiezen die leiden naar het beste resultaat (interventies);
Stap 5: Evalueren en rapporteren van de zorg (evaluatie).
Dit is makkelijk te onthouden aan de afkorting ADRIE.
Wat is het verschil tussen de verschillende soorten anamneses?
Basisanamnese: het opnamegesprek;
Spoedanamnese: in acute situaties;
Heteroanamnese: vragen worden gesteld aan anderen dan de patiënt zelf
(bijvoorbeeld omdat de patiënt niet bij bewustzijn is of omdat de patiënt een baby is);
Probleemgerichte anamnese: richt zich op een specifiek probleem van de patiënt.
Wat zijn de elf gezondheidspatronen van Gordon?
1. Patroon van gezondheidsbeleving en –instandhouding;
2. Voeding/stofwisselingspatroon;
3. Uitscheidingspatroon;
4. Activiteitenpatroon;
5. Slaap/rustpatroon;
6. Cognitiepatroon;
7. Zelfbelevingspatroon;
8. Rollen/relatiepatroon;
9. Seksualiteit/voortplantingspatroon;
10. Stressverwerkingspatroon;
11. Waarden/overtuigingenpatroon.
Week 2
Wat is het verschil tussen theorieën, modellen en classificaties?
Een model is een vereenvoudiging van de werkelijkheid. Een theorie is een
beschrijving van een aantal samenhangende verschijnselen. Een classificatie
sorteert verzamelde informatie in vastgestelde categorieën.
Wat is het nut van classificaties?
Classificaties zorgen voor behoefte aan ordening van verpleegproblemen en
verpleegkundige interventies.
Wat is een holistisch mensbeeld?
Holisme houdt in: de mens in zijn totaliteit.
Wat is het ICF-model?
Het ICF-model is een internationaal gehanteerde classificatie waarmee het
functioneren van mensen op een uniforme manier in kaart gebracht kan worden. Het
bestaat uit verschillende componenten:
1. Ziekten en aandoeningen;
2. Functies en anatomische eigenschappen;
3. Activiteiten;
4. Participatie.
Samen vormen deze vier de gezondheidstoestand.