Basis van gedrag
1. Motivatie
1.1. Precisering van de vraagstelling
Motivatie:
= het geheel van processen die betrokken zijn bij de interne dynamiek van het gedrag.
→ Aanzet (motor) tot het stellen van gedrag.
→ Bepaalt welke richting het gedrag uitgaat.
→ Bepaalt de intensiteit van het gedrag.
→ Beïnvloedt de persistentie van het gedrag.
Behoeften:
= algemene categorieën waar mensen nood aan hebben.
Motieven:
= concrete vormen die een behoefte kan aannemen.
Incentives:
= externe prikkels die vanuit een bepaalde behoefte als aantrekkelijk worden ervaren en het individu
aanzetten tot het stellen van een bepaald gedrag.
i.v.m. omzetting van behoeften in motieven.
Universele basisbehoeften verschillende motieven.
→ Vb. psychologische behoefte aan ‘verbondenheid’.
Ben jij een knuffelbeer of ijskonijn?
→ Vb. fysiologische behoefte aan ‘seks’.
Hoeveel keer per week?
Verklaring vanuit 2 perspectieven: NATURE versus NURTURE.
a. Erfelijk meegegeven concretiseringen (NATURE)
Via genen,…
Instincten, vooral bij dieren.
→ Vb. Tinbergen (stekelbaarzen); typisch baltsgedrag (paringsdans) als reactie op zien van rode
vlek bij vrouwtjesdieren.
b. Invloed van ervaringen
1
,Bewust:
→ Vb: Honger? Minder vet en meer groente willen eten.
Automatische leerprocessen:
→ Vb: kies je voor kledij met of zonder merklogo.
invloed van reclame via klassieke conditionering.
Onbewust: (oa volgens de psycho-analyse)
→ Waarom lijkt jouw ideale vrouw op je mama… (of net niet)
1.1.1. De complexiteit van de menselijke motivatie
a. De motivatie is niet rechtstreeks waarneembaar
Motivatie moet afgeleid worden uit het gedrag (‘hypothetisch construct)
b. Pluriformiteit van de menselijke motivatie
1 behoefte meerdere gedragingen
c. Overgedetermineerdheid van gedrag
Meerdere behoeften 1 gedrag
2
, 1.1.2. Hoe psychologen daarmee omgaan
2 manieren:
→ Overzicht maken van de fundamentele behoeften van de mens.
Algemene motivatietheorieën.
Op basis van conceptueel kader, mensbeeld
→ Beperkt tot een specifiek gedragsdomein
Vb. Macht, agressie, seks, studiemotivatie..
1.2. Algemene motivatietheorieën
1.2.1. De psychodynamische theorie (Freud) dieptepsychologie
Uitgangspunt: vreemde symptomen van patiënten uit de Weense burgerij (19 e E)
→ Conversiesstoornissen: functie-uitval (blindheid, verlamming…) zonder lichamelijke oorzaken.
→ Casusbeschrijving
Psychoanalytische therapie algemeen mensbeeld
Onderscheid tussen:
a. Structuur van het menselijk bewustzijn
b. Persoonlijkheid motivatie
a. Structuur van het menselijk bewustzijn: 3 lagen
3 lagen:
3
1. Motivatie
1.1. Precisering van de vraagstelling
Motivatie:
= het geheel van processen die betrokken zijn bij de interne dynamiek van het gedrag.
→ Aanzet (motor) tot het stellen van gedrag.
→ Bepaalt welke richting het gedrag uitgaat.
→ Bepaalt de intensiteit van het gedrag.
→ Beïnvloedt de persistentie van het gedrag.
Behoeften:
= algemene categorieën waar mensen nood aan hebben.
Motieven:
= concrete vormen die een behoefte kan aannemen.
Incentives:
= externe prikkels die vanuit een bepaalde behoefte als aantrekkelijk worden ervaren en het individu
aanzetten tot het stellen van een bepaald gedrag.
i.v.m. omzetting van behoeften in motieven.
Universele basisbehoeften verschillende motieven.
→ Vb. psychologische behoefte aan ‘verbondenheid’.
Ben jij een knuffelbeer of ijskonijn?
→ Vb. fysiologische behoefte aan ‘seks’.
Hoeveel keer per week?
Verklaring vanuit 2 perspectieven: NATURE versus NURTURE.
a. Erfelijk meegegeven concretiseringen (NATURE)
Via genen,…
Instincten, vooral bij dieren.
→ Vb. Tinbergen (stekelbaarzen); typisch baltsgedrag (paringsdans) als reactie op zien van rode
vlek bij vrouwtjesdieren.
b. Invloed van ervaringen
1
,Bewust:
→ Vb: Honger? Minder vet en meer groente willen eten.
Automatische leerprocessen:
→ Vb: kies je voor kledij met of zonder merklogo.
invloed van reclame via klassieke conditionering.
Onbewust: (oa volgens de psycho-analyse)
→ Waarom lijkt jouw ideale vrouw op je mama… (of net niet)
1.1.1. De complexiteit van de menselijke motivatie
a. De motivatie is niet rechtstreeks waarneembaar
Motivatie moet afgeleid worden uit het gedrag (‘hypothetisch construct)
b. Pluriformiteit van de menselijke motivatie
1 behoefte meerdere gedragingen
c. Overgedetermineerdheid van gedrag
Meerdere behoeften 1 gedrag
2
, 1.1.2. Hoe psychologen daarmee omgaan
2 manieren:
→ Overzicht maken van de fundamentele behoeften van de mens.
Algemene motivatietheorieën.
Op basis van conceptueel kader, mensbeeld
→ Beperkt tot een specifiek gedragsdomein
Vb. Macht, agressie, seks, studiemotivatie..
1.2. Algemene motivatietheorieën
1.2.1. De psychodynamische theorie (Freud) dieptepsychologie
Uitgangspunt: vreemde symptomen van patiënten uit de Weense burgerij (19 e E)
→ Conversiesstoornissen: functie-uitval (blindheid, verlamming…) zonder lichamelijke oorzaken.
→ Casusbeschrijving
Psychoanalytische therapie algemeen mensbeeld
Onderscheid tussen:
a. Structuur van het menselijk bewustzijn
b. Persoonlijkheid motivatie
a. Structuur van het menselijk bewustzijn: 3 lagen
3 lagen:
3