SCHEIKUNDE
Samenvatting
Hoofdstuk 1 (§1.1 t/m §1.4)
, INLEIDING
Deze samenvatting is gemaakt op de stof van het boek:
HOOFDSTUK 1
MATERIALEN EN STOFFEN
Paragraaf 1………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………3
Paragraaf 2…………………………………………………………………………………………………………………………………………..…………………6
Paragraaf 3……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………10
Paragraaf 4……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………15
2
, 1.1 MATERIALEN
❑ NATUURLIJKE EN SYNTHETISCHE MATERIALEN
Natuurlijke materialen = materialen die (van natuurlijke oorsprong) in de
omgeving worden aangetroffen (bv. hout en steen).
Grondstoffen = (natuurlijke) stoffen die je nodig hebt om materialen te maken die
je niet in de natuur kunt vinden.
Materialen die je niet in de natuur kunt vinden, moet je via chemische processen
maken uit grondstoffen: synthetische materialen (bv. ijzer en glas).
❑ KUNSTSTOFFEN
Kunststoffen (plastics) vind je bijna overal: in kleding, voertuigen, elektronica, etc.
Kunststoffen worden meestal gesynthetiseerd uit de grondstof aardolie.
Er zijn grote processen nodig voor het omzetten van aardolie naar kunststof en
daar treedt natuurlijk veel vervuiling op en aardolie is schaars, dus daarom wordt
er steeds vaker gebruik gemaakt van biologische grondstoffen. Biologische
grondstoffen zijn hernieuwbare grondstoffen.
Er worden steeds nieuwe kunststoffen ontwikkeld met nieuwe eigenschappen (bv.
leer wordt vervangen door plastic).
❑ MATERIAAL- EN STOFEIGENSCHAPPEN
Welk materiaal je kiest, hangt af van de eigenschappen van het materiaal. Je
maakt bijvoorbeeld een colafles van plastic → de fles moet namelijk waterdicht
zijn, licht en tegen een stootje kunnen. Dit soort eigenschappen heten
materiaaleigenschappen.
Wanneer een materiaal een zuivere stof is, spreek je over stofeigenschappen. Van
alle zuivere stoffen kun je stofeigenschappen bepalen.
Een aantal belangrijke materiaal- en stofeigenschappen staan in bron 1.
Materiaaleigenschappen Voorbeelden
Dichtheid IJzer heeft een hoge dichtheid, aluminium heeft
een lage dichtheid.
Elasticiteit Rubber is elastisch, een steen veert niet terug.
Elektrische geleidbaarheid Metalen, zoals koper en goud, geleiden de stroom
goed, plastics (meestal) niet.
Hardheid Beton is hard, (stoep)krijt is zacht.
Hydrofiel/hydrofoob Katoen neemt vocht op, plastic is waterafstotend.
3
Samenvatting
Hoofdstuk 1 (§1.1 t/m §1.4)
, INLEIDING
Deze samenvatting is gemaakt op de stof van het boek:
HOOFDSTUK 1
MATERIALEN EN STOFFEN
Paragraaf 1………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………3
Paragraaf 2…………………………………………………………………………………………………………………………………………..…………………6
Paragraaf 3……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………10
Paragraaf 4……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………15
2
, 1.1 MATERIALEN
❑ NATUURLIJKE EN SYNTHETISCHE MATERIALEN
Natuurlijke materialen = materialen die (van natuurlijke oorsprong) in de
omgeving worden aangetroffen (bv. hout en steen).
Grondstoffen = (natuurlijke) stoffen die je nodig hebt om materialen te maken die
je niet in de natuur kunt vinden.
Materialen die je niet in de natuur kunt vinden, moet je via chemische processen
maken uit grondstoffen: synthetische materialen (bv. ijzer en glas).
❑ KUNSTSTOFFEN
Kunststoffen (plastics) vind je bijna overal: in kleding, voertuigen, elektronica, etc.
Kunststoffen worden meestal gesynthetiseerd uit de grondstof aardolie.
Er zijn grote processen nodig voor het omzetten van aardolie naar kunststof en
daar treedt natuurlijk veel vervuiling op en aardolie is schaars, dus daarom wordt
er steeds vaker gebruik gemaakt van biologische grondstoffen. Biologische
grondstoffen zijn hernieuwbare grondstoffen.
Er worden steeds nieuwe kunststoffen ontwikkeld met nieuwe eigenschappen (bv.
leer wordt vervangen door plastic).
❑ MATERIAAL- EN STOFEIGENSCHAPPEN
Welk materiaal je kiest, hangt af van de eigenschappen van het materiaal. Je
maakt bijvoorbeeld een colafles van plastic → de fles moet namelijk waterdicht
zijn, licht en tegen een stootje kunnen. Dit soort eigenschappen heten
materiaaleigenschappen.
Wanneer een materiaal een zuivere stof is, spreek je over stofeigenschappen. Van
alle zuivere stoffen kun je stofeigenschappen bepalen.
Een aantal belangrijke materiaal- en stofeigenschappen staan in bron 1.
Materiaaleigenschappen Voorbeelden
Dichtheid IJzer heeft een hoge dichtheid, aluminium heeft
een lage dichtheid.
Elasticiteit Rubber is elastisch, een steen veert niet terug.
Elektrische geleidbaarheid Metalen, zoals koper en goud, geleiden de stroom
goed, plastics (meestal) niet.
Hardheid Beton is hard, (stoep)krijt is zacht.
Hydrofiel/hydrofoob Katoen neemt vocht op, plastic is waterafstotend.
3