Hoofdstuk 6 – Conditioneren en leren
Leren
Relatief permanente verandering in gedrag of kennis ten gevolge van ervaring.
Relatief permanent
• Omdat we niet alles onthouden wat we geleerd hebben.
Door leren ontstaat nieuw gedrag
• Mensen en dieren leren veel dingen op basis van dezelfde principes
o Mensen en dieren:
▪ Ervaring
▪ Genetische achtergrond
▪ Motivatie
• Dierproeven (ethische bezwaren)
o Mensen alleen
▪ Door gesproken en geschreven vorm van communicatie
▪ Door na te denken over gebeurtenissen
We bespreken drie vormen van leren die zowel bij mensen als dieren voorkomen:
• KLASSIEKE CONDITIONERING
• OPERANTE CONDITIONERING
• OBSERVEREND LEREN
Zeer eenvoudig mechanisme maar breed toepasbaar
6.1 Klassieke conditionering
Zeer eenvoudig mechanisme maar breed toepasbaar
6.1.1 De inzichten van Ivan Pavlov
Pavloviaanse conditionering
• Nobelprijs fysiologie en geneeskunde
Processen in spijsverteringsorganen continu registreren
• Verandering secretie spijsverteringssappen
• Veel processen worden reflexmatig gelokt
o Voorbeeld: Als voedsel in maag
▪ Direct sappen afgescheiden
• Psychische Reflex = Al sappen afgescheiden voor het voedsel orgaan bereikt
• Veroorzaakt door voedselstimuli op een afstand van het dier
Methode:
• Natuurwetenschappelijke aanpak: gecontroleerde omgeving
• Afhankelijke variabele (respons): speeksel
• Toevallige ontdekking: bel (bij binnenkomst persoon) + voedsel → permanente
gedragswijziging: speeksel bij horen van bel in plaats van zien voedsel →
leerproces
Geen subjectief gestuurd gedrag → wetenschappelijke studie
1
, Toelichting figuur
• NS = heeft niets met kwijlen te maken
OS komt op gang door NS → wordt een CS
6.1.2 Kenmerken van klassieke conditionering
Verwerving
Proces waardoor een geconditioneerde stimulus een geconditioneerde reactie uitlokt.
• Meerdere associaties tussen neutrale stimulus (die CS wordt) en OSS
EXPERIMENT:
• OS → blazen in oog pp
• OR → knipperen
• NS → belletje
Extinctie
Als CS zonder OS de CR doet dalen
Bel zonder hondenbrokken → na een tijd minder kwijl
• Niet vergeten
o Tijdelijk spontaan herstel (behandeling van fobieën)
o Zeer snelle nieuwe verwerving CS →CR
▪ Nieuwe relatie onderdrukt CS → CR
Stimulusgeneralisatie
Als CS → CR en CS’ → CR (een ander belletje gebruiken)
• Evolutionair belangrijk: preventie gevaar
• Niet absoluut: stimulusdiscriminatie → bang van een tijger betekent niet dat
je bang bent van alle andere dieren
6.1.3 Problemen met de behavioristische interpretatie
Behavioristen: leren = nieuwe S-R verbinding creëren
• 1e toepassing klassieke conditionering op mensen → Little Albert (Watson)
• S-R associaties – tussenin blackbox
o Blind principe van contiguïteit: CS paar seconden voor OS
• Smaakaversie (afkeer van een bepaald voedsel of drank door misselijkheid)
o Zelfs wanneer misselijkheid niet door eten komt (wordt door hersenen
toch samen geassocieerd)
2
Leren
Relatief permanente verandering in gedrag of kennis ten gevolge van ervaring.
Relatief permanent
• Omdat we niet alles onthouden wat we geleerd hebben.
Door leren ontstaat nieuw gedrag
• Mensen en dieren leren veel dingen op basis van dezelfde principes
o Mensen en dieren:
▪ Ervaring
▪ Genetische achtergrond
▪ Motivatie
• Dierproeven (ethische bezwaren)
o Mensen alleen
▪ Door gesproken en geschreven vorm van communicatie
▪ Door na te denken over gebeurtenissen
We bespreken drie vormen van leren die zowel bij mensen als dieren voorkomen:
• KLASSIEKE CONDITIONERING
• OPERANTE CONDITIONERING
• OBSERVEREND LEREN
Zeer eenvoudig mechanisme maar breed toepasbaar
6.1 Klassieke conditionering
Zeer eenvoudig mechanisme maar breed toepasbaar
6.1.1 De inzichten van Ivan Pavlov
Pavloviaanse conditionering
• Nobelprijs fysiologie en geneeskunde
Processen in spijsverteringsorganen continu registreren
• Verandering secretie spijsverteringssappen
• Veel processen worden reflexmatig gelokt
o Voorbeeld: Als voedsel in maag
▪ Direct sappen afgescheiden
• Psychische Reflex = Al sappen afgescheiden voor het voedsel orgaan bereikt
• Veroorzaakt door voedselstimuli op een afstand van het dier
Methode:
• Natuurwetenschappelijke aanpak: gecontroleerde omgeving
• Afhankelijke variabele (respons): speeksel
• Toevallige ontdekking: bel (bij binnenkomst persoon) + voedsel → permanente
gedragswijziging: speeksel bij horen van bel in plaats van zien voedsel →
leerproces
Geen subjectief gestuurd gedrag → wetenschappelijke studie
1
, Toelichting figuur
• NS = heeft niets met kwijlen te maken
OS komt op gang door NS → wordt een CS
6.1.2 Kenmerken van klassieke conditionering
Verwerving
Proces waardoor een geconditioneerde stimulus een geconditioneerde reactie uitlokt.
• Meerdere associaties tussen neutrale stimulus (die CS wordt) en OSS
EXPERIMENT:
• OS → blazen in oog pp
• OR → knipperen
• NS → belletje
Extinctie
Als CS zonder OS de CR doet dalen
Bel zonder hondenbrokken → na een tijd minder kwijl
• Niet vergeten
o Tijdelijk spontaan herstel (behandeling van fobieën)
o Zeer snelle nieuwe verwerving CS →CR
▪ Nieuwe relatie onderdrukt CS → CR
Stimulusgeneralisatie
Als CS → CR en CS’ → CR (een ander belletje gebruiken)
• Evolutionair belangrijk: preventie gevaar
• Niet absoluut: stimulusdiscriminatie → bang van een tijger betekent niet dat
je bang bent van alle andere dieren
6.1.3 Problemen met de behavioristische interpretatie
Behavioristen: leren = nieuwe S-R verbinding creëren
• 1e toepassing klassieke conditionering op mensen → Little Albert (Watson)
• S-R associaties – tussenin blackbox
o Blind principe van contiguïteit: CS paar seconden voor OS
• Smaakaversie (afkeer van een bepaald voedsel of drank door misselijkheid)
o Zelfs wanneer misselijkheid niet door eten komt (wordt door hersenen
toch samen geassocieerd)
2