Macronutrienten
- Koolhydraten ->1 gram koolhydraten -> 4kical
o Monosacharide: kunnen zo opgenomen worden in de bloedbaan
o Disacharide -> dubbelle suikers moeten eerst gesplitst worden door een
enzym
o Polysacharide
-> functie: energiebron
- Eiwitten: opgebouwd uit aminozuren
o Dipeptide: 2 aminozuren aan elkaar
o Tri peptide : 3 aminozuren aan elkaar
o Polypeptide: meer dan 3 aminozuren aan elkaar
22 verschillende (2 hebben omzetting nodig)
Essentiele: kan mens niet zelf maken -> hebben omzetting
nodig
Niet essentiele: lichaam zelf aanmaken
Semi lichaam kan die zelf aanmaken niks er niks mis is
- Vetten -> triglyceride: 1 glycerol en 3 vetzuren
o Onverzadigd: komt een vetzuur molecuul tussen een koolstof molecuul (olien)
o Verzadigd; geen bindingen -> slecht (dierlijk)
Transvetzuren type verzadigd vet maar dan is de keten nog stugger
o Functies
Energie
Isolatie
Beschermd organen
Transport A/D/E/K
Vezels
- 2/3 in darm gefermenteerd door bacterie
- Wateroplosbaar
o In dikke darm door bacteriën gefermenteerd/ ondersteund immuunsysteem
en zorgt dat ziekteverwekkers niet
- Niet wateroplosbaar
o Blijven intact en kunnen vocht opnemen -> vergroot volume
- Functies
o Vertragen voedseltransport in darmen -> bloedsuiker spiegel minder aan het
schommelen
o Zorgen voor verzadiging maar geen kcal
o Verlaagt cholesterol en HDL
Vitamine
- vet oplosbaar
o A – ogen
o D – bot vorming
o E – enzymfunctie -> bloedarmoede
o K – bloedstolling
- Wateroplosbaar -> meestal co enzym -> verbinden zich aan het eiwit
o B1 metabolisme -> psychisch
, o B2 – ontsteking – slijmvliezen
o B3 – pelgram
o B5- pijnlijke voeten
o B6 – bloedarmoede
o B8 – huid
o B11 – geboorteafwijking
o B12 – bloedarmoede
o C - weerstand
Mineralen: opbouw botten, organen, metabolisme
2 processen die cruciaal voor beheer voedselinname
- Satiety: het gevoel van volheid na een maaltijd
- Satifaction: proces wat leidt tot het stoppen met eten
Apetit control: omgeving voedsel schaarste -> zoveel mogelijk calorierijk voedsel innemen ->
werkt niet goed in omgeving overvloed
Fases voedselconceptie
1. Maaltijd initiatie: eerste stappen mentaal -> voedselconsumptie
a. Eten met een klok
b. Geur eten
c. Gezamenlijk
2. Maaltijd planning: voorbedachte activiteiten/ middelen om voedsel te consumeren
3. Consumptiefase
a. Sensory specfic sensory-> als je al hele veel voedsel ophebt met dezelfde
sensorische eigenschap
4. Eind consumptie
Dieten
- Atkins -> veel vet/eiwitten , weinig koolhydraten
1. Omschakeling van koolhydraat verbranding naar vet verbranding
2. Koolhydraat inname iets verhogen terwijl er nog steeds gewichtsverlies
is
3. Laatste kilo’s en naar een koolhydraat evenwicht
4. Dieet stop
a. Voordelen: snel, minder honger, voordelen diabeten
b. Nadelen: minder koolhydraten -> minder vezels
- Modifast -> intens
o Fase A: laag calorieën dieet alle maaltijden vervangend door zakjes -> wel
calorie vrij drinken om zo de afvalstoffen af te voeren
o Fase B: geleidelijk naar normaal
o Fase C: stoppen
Voordelen: snel
Nadelen: geen normale maaltijden, vereist veel wilskracht
- Intermidiate fasting: om de dag heel weinig
o Voordelen: gunstig effect op bloedwaarde
- Koolhydraten ->1 gram koolhydraten -> 4kical
o Monosacharide: kunnen zo opgenomen worden in de bloedbaan
o Disacharide -> dubbelle suikers moeten eerst gesplitst worden door een
enzym
o Polysacharide
-> functie: energiebron
- Eiwitten: opgebouwd uit aminozuren
o Dipeptide: 2 aminozuren aan elkaar
o Tri peptide : 3 aminozuren aan elkaar
o Polypeptide: meer dan 3 aminozuren aan elkaar
22 verschillende (2 hebben omzetting nodig)
Essentiele: kan mens niet zelf maken -> hebben omzetting
nodig
Niet essentiele: lichaam zelf aanmaken
Semi lichaam kan die zelf aanmaken niks er niks mis is
- Vetten -> triglyceride: 1 glycerol en 3 vetzuren
o Onverzadigd: komt een vetzuur molecuul tussen een koolstof molecuul (olien)
o Verzadigd; geen bindingen -> slecht (dierlijk)
Transvetzuren type verzadigd vet maar dan is de keten nog stugger
o Functies
Energie
Isolatie
Beschermd organen
Transport A/D/E/K
Vezels
- 2/3 in darm gefermenteerd door bacterie
- Wateroplosbaar
o In dikke darm door bacteriën gefermenteerd/ ondersteund immuunsysteem
en zorgt dat ziekteverwekkers niet
- Niet wateroplosbaar
o Blijven intact en kunnen vocht opnemen -> vergroot volume
- Functies
o Vertragen voedseltransport in darmen -> bloedsuiker spiegel minder aan het
schommelen
o Zorgen voor verzadiging maar geen kcal
o Verlaagt cholesterol en HDL
Vitamine
- vet oplosbaar
o A – ogen
o D – bot vorming
o E – enzymfunctie -> bloedarmoede
o K – bloedstolling
- Wateroplosbaar -> meestal co enzym -> verbinden zich aan het eiwit
o B1 metabolisme -> psychisch
, o B2 – ontsteking – slijmvliezen
o B3 – pelgram
o B5- pijnlijke voeten
o B6 – bloedarmoede
o B8 – huid
o B11 – geboorteafwijking
o B12 – bloedarmoede
o C - weerstand
Mineralen: opbouw botten, organen, metabolisme
2 processen die cruciaal voor beheer voedselinname
- Satiety: het gevoel van volheid na een maaltijd
- Satifaction: proces wat leidt tot het stoppen met eten
Apetit control: omgeving voedsel schaarste -> zoveel mogelijk calorierijk voedsel innemen ->
werkt niet goed in omgeving overvloed
Fases voedselconceptie
1. Maaltijd initiatie: eerste stappen mentaal -> voedselconsumptie
a. Eten met een klok
b. Geur eten
c. Gezamenlijk
2. Maaltijd planning: voorbedachte activiteiten/ middelen om voedsel te consumeren
3. Consumptiefase
a. Sensory specfic sensory-> als je al hele veel voedsel ophebt met dezelfde
sensorische eigenschap
4. Eind consumptie
Dieten
- Atkins -> veel vet/eiwitten , weinig koolhydraten
1. Omschakeling van koolhydraat verbranding naar vet verbranding
2. Koolhydraat inname iets verhogen terwijl er nog steeds gewichtsverlies
is
3. Laatste kilo’s en naar een koolhydraat evenwicht
4. Dieet stop
a. Voordelen: snel, minder honger, voordelen diabeten
b. Nadelen: minder koolhydraten -> minder vezels
- Modifast -> intens
o Fase A: laag calorieën dieet alle maaltijden vervangend door zakjes -> wel
calorie vrij drinken om zo de afvalstoffen af te voeren
o Fase B: geleidelijk naar normaal
o Fase C: stoppen
Voordelen: snel
Nadelen: geen normale maaltijden, vereist veel wilskracht
- Intermidiate fasting: om de dag heel weinig
o Voordelen: gunstig effect op bloedwaarde