Inleiding recht kwartiel 1.1 2016/2017
Recht in algemeen: verzameling van regels tot ordening van het maatschappelijk leven welke door
sancties worden gehandhaafd.
Gewoonterecht: regels van godsdienst, moraal en fatsoen (afspraken onderling)
Gecodificeerd recht: geschreven recht, om rechtszekerheid te krijgen en door sancties te handhaven.
(codificatie: op schrift stellen)
4 Functies van recht:
Normatieve functie
Geschil oplossende functie
Additionele functie (=aanvullende)
Instrumentele functie
Bronnen van recht:
1. De wet
2. De gewoonte
3. De rehtspraak
4. Het verdrag
Hiërarchie in wetgeving: (strijd bij wetgeving)
Hogere regels gaan boven lagere regels
Jongere regels gaan boven oudere regels
Bijzondere regels boven algemene regels
Wet in formele zin: (Wet in DenHaag)
- bepaling die naar inhoud als een wet gezien kunnen worden.
- procedure regels, hoe verkrijg ik mijn recht (procesrecht)
Wet in materiele zin: (Wet door andere lagere rechtsorgaan of bijvoorbeeld voor bepaalde aantal
personen)
- bepaling die naar inhoud als een wet gezien kunnen worden.
- regels met betrekking tot inhoudelijke rechten en plichten (Niet door rood rijden/ stelen)
De gewoonte: (vereisten)
Vaste gedragslijn
Moreel verplicht de regel te vormen
De rechtspraak: (afkomstig van rechter)
Vonnis: rechtbank
Arrest: gerechtshof of hoge raad
Het verdrag:
Een internationale overeenkomst tussen staten
Objectief recht: Geldende recht, algemene regels die aangeven wat juist is (verkoop)
Subjectief recht: recht dat individu bezit (Bepaling verkoopprijs)
, Dwingend recht: is recht waar men niet van mag afwijken
Aanvullend recht: is van toepassing oor zover men niet anders is overeengekomen
Nationaal recht: is recht dat geldt binnen een bepaald land
Internationaal recht: dat geldt tussen verschillende staten en tussen burgers uit verschillende staten.
Privaat en publiekrecht
Privaat
Regels voor relaties tussen personen onderling
N.B. de overheid kan als burger handelen
Publiek
Regels voor relatie tussen de overheid en als burger
N.B. overheid vanuit gezagsverhouding
Wetten in materiele en formele zin:
Formele zin: een wet die is tot stand gekomen door regering en staten-generaal gezamenlijk, de
nationale werkgever
Materiele zin: iedere regeling van een wetgever die bestemd is voor een onbepaald aantal personen.
Interpretatie methoden:
Grammaticale interpretatie methode
Alledaagse spraakgebruik is toegepast (tekst van de wet zo letterlijk mogelijk lezen)
Wethistorische interpretatie methode
Hulpmiddel op een passage uit de parlementaire geschiedenis van de betreffende wet
Ongeschreven recht:
Recht dat niet daartoe aangegeven instanties werd gevormd, maar wel algemeen als recht
wort aanvaard
Redelijkheid en billijkheid
Zoals het maatschappelijk verkeer betaamd
Recht in algemeen: verzameling van regels tot ordening van het maatschappelijk leven welke door
sancties worden gehandhaafd.
Gewoonterecht: regels van godsdienst, moraal en fatsoen (afspraken onderling)
Gecodificeerd recht: geschreven recht, om rechtszekerheid te krijgen en door sancties te handhaven.
(codificatie: op schrift stellen)
4 Functies van recht:
Normatieve functie
Geschil oplossende functie
Additionele functie (=aanvullende)
Instrumentele functie
Bronnen van recht:
1. De wet
2. De gewoonte
3. De rehtspraak
4. Het verdrag
Hiërarchie in wetgeving: (strijd bij wetgeving)
Hogere regels gaan boven lagere regels
Jongere regels gaan boven oudere regels
Bijzondere regels boven algemene regels
Wet in formele zin: (Wet in DenHaag)
- bepaling die naar inhoud als een wet gezien kunnen worden.
- procedure regels, hoe verkrijg ik mijn recht (procesrecht)
Wet in materiele zin: (Wet door andere lagere rechtsorgaan of bijvoorbeeld voor bepaalde aantal
personen)
- bepaling die naar inhoud als een wet gezien kunnen worden.
- regels met betrekking tot inhoudelijke rechten en plichten (Niet door rood rijden/ stelen)
De gewoonte: (vereisten)
Vaste gedragslijn
Moreel verplicht de regel te vormen
De rechtspraak: (afkomstig van rechter)
Vonnis: rechtbank
Arrest: gerechtshof of hoge raad
Het verdrag:
Een internationale overeenkomst tussen staten
Objectief recht: Geldende recht, algemene regels die aangeven wat juist is (verkoop)
Subjectief recht: recht dat individu bezit (Bepaling verkoopprijs)
, Dwingend recht: is recht waar men niet van mag afwijken
Aanvullend recht: is van toepassing oor zover men niet anders is overeengekomen
Nationaal recht: is recht dat geldt binnen een bepaald land
Internationaal recht: dat geldt tussen verschillende staten en tussen burgers uit verschillende staten.
Privaat en publiekrecht
Privaat
Regels voor relaties tussen personen onderling
N.B. de overheid kan als burger handelen
Publiek
Regels voor relatie tussen de overheid en als burger
N.B. overheid vanuit gezagsverhouding
Wetten in materiele en formele zin:
Formele zin: een wet die is tot stand gekomen door regering en staten-generaal gezamenlijk, de
nationale werkgever
Materiele zin: iedere regeling van een wetgever die bestemd is voor een onbepaald aantal personen.
Interpretatie methoden:
Grammaticale interpretatie methode
Alledaagse spraakgebruik is toegepast (tekst van de wet zo letterlijk mogelijk lezen)
Wethistorische interpretatie methode
Hulpmiddel op een passage uit de parlementaire geschiedenis van de betreffende wet
Ongeschreven recht:
Recht dat niet daartoe aangegeven instanties werd gevormd, maar wel algemeen als recht
wort aanvaard
Redelijkheid en billijkheid
Zoals het maatschappelijk verkeer betaamd