Leerpakket 5 – Leerjaar 2
▪ = Leerdoel
Inhoudsopgave
Onderwerp Pagina
Palliatieve zorg 2-4
Slaapproblemen 5
Pijn 6-7
Symptoom 8
Spirituele zorg 9
(exacerbatie bij) Hartfalen 11-12
Dyspneu 13-14
F- en G-culturen 15
Vermoeidheid 16-17
Palliatief redeneren 18
Ketenzorg en zelfmanagement 19
Kwetsbaarheid bij ouderen 20-21
3 D’s (delier, depressie en dementie) 22
Dementie 23-24
Mantelzorger 25-26
Belevingsgerichte zorg 27
Wetten en financiering ouderenzorg 28
Euthanasie 29
Advanced Care Planning 30-31
Stervensfase 32-33
Rouw en verlies 34-35
1
,Palliatieve zorg
▪ De student legt uit wat palliatieve zorg inhoudt en weet welke thema’s van belang zijn in
de palliatieve fase.
- Palliatieve zorg is multidimensionele zorg waarbij kwaliteit van leven centraal staat.
- Er wordt aandacht besteed aan de lichamelijke, psychische, sociale en existentiële
dimensies. Deze zorg wordt in principe multidisciplinair aangeboden. Daarbij gaat de
aandacht niet alleen uit naar degene die ziek is en gaat sterven maar ook naar diens
naasten, tijdens de ziekte en nadat de betrokkene is overleden (nazorg).
Thema’s die naar voren komen:
Thema
Kwaliteit van leven Lichamelijk, sociaal en psychisch
Symptoommanagement Specifieke symptomen
Ondervangen/onderdrukken (draagbaar maken voor de
zorgvrager)
Anticiperen Beslissingen nemen en pro-actieve benadering van
klachten en problemen die in de nabije toekomst
verwacht (kunnen) worden.
Autonomie De patiënt mag zelf beslissen
Grenzen
Zorg voor cliënt en naasten Rouwproces en schuldgevoelens
Multidimensionele benadering Verleen zorg vanuit de verschillende dimensies:
- Lichamelijke dimensie
- Psychische dimensie
- Sociale dimensie
- Existentiële dimensie
▪ De student verwoordt wat het verschil is tussen curatieve en palliatieve zorg.
Curatieve zorg Palliatieve zorg
Doel: genezing Doel: behoud of verbetering van kwaliteit van
leven
Behandeling van ziekte Behandeling van ziekte indien mogelijk en alleen
na zorgvuldige afweging van voor- en nadelen.
Maximaal reanimeerbeleid Overeengekomen reanimeerbeleid
Zorg volgens protocol Zorg op maat
Patiënt meestal ADL-onafhankelijk Wisselende ADL-(on)afhankelijkheid
Uiteindelijk: streven naar integratie in Uiteindelijk: gericht op kwaliteit van sterven.
persoonlijk en sociaal leven.
Surprise question:
- In hoeverre zou het mij verbazen als deze zorgvrager binnen een jaar is overleden?
- Verbaast het je niet? → Start palliatieve zorg
2
,▪ De student kent de meest voorkomende symptomen bij cliënten in de palliatieve fase en
kan inschatten welke mensen een verhoogd risico hebben op deze symptomen en kan
deze herkennen in de fase van vroegsignalering.
Patiënten met kanker COPD-patiënten Patiënten met hartfalen
Vermoeidheid (74%) Benauwdheid/kortademigheid Benauwdheid/kortademigheid
(94%) (72%)
Gebrek aan energie (69%) Vermoeidheid (68%) Vermoeidheid (72%)
Pijn (71%) Pijn (68%) Slaapproblemen (45%)
Voegsignalering
Plotselinge en snelle achteruitgang Hoog functioneringsniveau
Langdurig ‘stabiel’
Korte periode van snelle achteruitgang
Geleidelijke achteruitgang met ernstige Lager functioneringsniveau
episodes Tussendoor acute fasen (ernstig ziek)
Geleidelijke en progressieve achteruitgang
Lang aanwezige, onvoorspelbare Laag functioneringsniveau
achteruitgang Langdurige achteruitgang
Moeilijk in tijd te voorspellen
Predisponerende factor:
- Zijn langer bestaande factoren die iemand kwetsbaarder maken voor het ontwikkelen
van een bepaalde aandoening.
Uitlokkende factor:
- Factoren die er voor zorgen dat het probleem daadwerkelijk ontstaat.
Onderhoudende factor:
- Factoren die er voor zorgen dat het probleem zich onderhoudt.
▪ De student legt uit wat de verschillende stadia van palliatieve zorg inhouden
(ziektegerichte-, symptoomgerichte palliatie, palliatie in de stervensfase, nazorg).
Spectrum van de palliatieve zorg
Ziektegerichte palliatie De kwaliteit van leven handhaven of verbeteren door de
onderliggende ziekte te behandelen.
Symptoomgerichte palliatie Het is gericht op het handhaven of verbeteren van de
kwaliteit van leven door het verlichten van symptomen.
Palliatie in de stervensfase In de stervensfase is de focus een zo goed mogelijke
kwaliteit van sterven. (vooral iemand comfortabel maken)
Nazorg De zorg voor de nabestaanden na het overlijden.
3
, Vijf fasen palliatieve zorg:
1. Stabiele fase
2. Instabiele fase
3. Achteruitgang
4. Terminaal
5. Nazorg
▪ De student kan het palliatieve ziektetraject bij dementie schetsen in relatie tot de
palliatieve ziektetrajecten bij kanker, COPD en chronisch hartfalen.
4