CSW, samenvatting Semester 1
Missie van een sociaal werker, bevorderen dat mensen tot hun recht komen in de samenleving door.
Participatie, autonomie en zelfredzaamheid te vergroten. Zij verbinden mensen met elkaar en
schakelen hulp in wanneer dat nodig is.
Microniveau: kleinste schaalniveau. Oog contact.
Mesoniveau: wijk, gemeente, school, instelling, voetbalclub.
Macroniveau: samenleving, wereldwijd, landelijk.
Welfare triangel Waar leggen we de verantwoordelijkheid?
Markt (concurreren waardoor zorg goedkoper wordt)– overheid – particulier initiatief ( sociaal
netwerk ).
Voor 1940, verantwoordelijk lag bij particulier initiatief of de kerk.
Na tweede wereld oorloog meer verantwoordelijkheid overheid. Door meer wetten, uitkeringen,
AOW.
1960 1970, verzorgingsstaat. Verzorgen door overheid.
Klassieke verzorgingsstaat.
Solidariteitsbeginsel. Inkomensafhankelijk. Premies en belastingen betalen en dat verdelen.
Het sociale werk: emancipatie van groepen achterstandspositie. Je ging er op af.
Meer overheidsinstellingen
4 functies klassieke verzorgingsstaat
Verzorgen, zorgen voor mensen die dat niet zelf konden.
Verzekeren, beveiligen tegen verlies door onvoorziene gebeurtenissen.
Verheffen, bevorderen zelfontplooiingen en ontwikkeling
Verbinden, creëren verbondenheid, sociale cohesie, samenhang tussen mensen
Doelen van de verzorgingsstaat.
1. Garantie sociale zekerheid, o.a. orde, rust en welvaart.
2. Reductie van willekeur van levenskansen (verminderen)
3. Beschavingsoffensief en politiek betrokkenheid
VAN VERZORGINGSSTAAT NAAR DE PARTICIPATIESAMENLEVING
Crisis. 1980 – heden.
1. problemen betaalbaarheid door economische crisis
2. Kritiek: burger werden te afhankelijk van professionals.
, Langzaam veranderingen.
Bezuinigingen in de zorg en drang naar efficiëntie.
Decentralisatie zeggenschap en verantwoordelijkheid van centraal naar decentraal (overheid –
gemeente)
Van outreachtend werken -> vraaggericht werken
Minder intramurale zorg (binnen zorg) -> extramuraal/ambulante zorg ( thuis zorg)
Meer druk op sociaal netwerk -> mantelzorgers
De vier v veranderen. Overheid verzorgt minder
PARTICIPATIESAMENLEVING : Samenleving waarin de burger voor zijn welzijn niet of niet alleen
afhankelijk is van de overheid, maar gestimuleerd wordt door verantwoordelijkheid voor te nemen.
Pro argumenten:
Zelfredzaamheid, eigen verantwoordelijkheid, sociale cohesie, betrokkenheid en vertrouwen in
elkaar.
Contra-argumenten
Sociale ongelijkheid, professionals zijn noodzakelijk en overbelasting vrijwilligers en mantelzorgers
Missie van een sociaal werker, bevorderen dat mensen tot hun recht komen in de samenleving door.
Participatie, autonomie en zelfredzaamheid te vergroten. Zij verbinden mensen met elkaar en
schakelen hulp in wanneer dat nodig is.
Microniveau: kleinste schaalniveau. Oog contact.
Mesoniveau: wijk, gemeente, school, instelling, voetbalclub.
Macroniveau: samenleving, wereldwijd, landelijk.
Welfare triangel Waar leggen we de verantwoordelijkheid?
Markt (concurreren waardoor zorg goedkoper wordt)– overheid – particulier initiatief ( sociaal
netwerk ).
Voor 1940, verantwoordelijk lag bij particulier initiatief of de kerk.
Na tweede wereld oorloog meer verantwoordelijkheid overheid. Door meer wetten, uitkeringen,
AOW.
1960 1970, verzorgingsstaat. Verzorgen door overheid.
Klassieke verzorgingsstaat.
Solidariteitsbeginsel. Inkomensafhankelijk. Premies en belastingen betalen en dat verdelen.
Het sociale werk: emancipatie van groepen achterstandspositie. Je ging er op af.
Meer overheidsinstellingen
4 functies klassieke verzorgingsstaat
Verzorgen, zorgen voor mensen die dat niet zelf konden.
Verzekeren, beveiligen tegen verlies door onvoorziene gebeurtenissen.
Verheffen, bevorderen zelfontplooiingen en ontwikkeling
Verbinden, creëren verbondenheid, sociale cohesie, samenhang tussen mensen
Doelen van de verzorgingsstaat.
1. Garantie sociale zekerheid, o.a. orde, rust en welvaart.
2. Reductie van willekeur van levenskansen (verminderen)
3. Beschavingsoffensief en politiek betrokkenheid
VAN VERZORGINGSSTAAT NAAR DE PARTICIPATIESAMENLEVING
Crisis. 1980 – heden.
1. problemen betaalbaarheid door economische crisis
2. Kritiek: burger werden te afhankelijk van professionals.
, Langzaam veranderingen.
Bezuinigingen in de zorg en drang naar efficiëntie.
Decentralisatie zeggenschap en verantwoordelijkheid van centraal naar decentraal (overheid –
gemeente)
Van outreachtend werken -> vraaggericht werken
Minder intramurale zorg (binnen zorg) -> extramuraal/ambulante zorg ( thuis zorg)
Meer druk op sociaal netwerk -> mantelzorgers
De vier v veranderen. Overheid verzorgt minder
PARTICIPATIESAMENLEVING : Samenleving waarin de burger voor zijn welzijn niet of niet alleen
afhankelijk is van de overheid, maar gestimuleerd wordt door verantwoordelijkheid voor te nemen.
Pro argumenten:
Zelfredzaamheid, eigen verantwoordelijkheid, sociale cohesie, betrokkenheid en vertrouwen in
elkaar.
Contra-argumenten
Sociale ongelijkheid, professionals zijn noodzakelijk en overbelasting vrijwilligers en mantelzorgers