Cogito
Hoofdstuk 6: Estheti ca
§1. Wat is kunst?
Heerlijke nieuwe wereld – Aldous Hexley (1932): utopische samenleving zonder kunst, maar door
techniek beheerst.
Esthetica: oorspronkelijk: filosofie van de waarneming, nu: filosofie over kunst, het schone.
Wat is kunst?
§2. Kunst is nabootsing
Plato (427-347 v.C.): kunst is imitatie van werkelijkheid mimesis (nabootsing). mimetische
theorie/ theorie dat kunst nabootsing is.
Voorbeeld in Politeia: timmerman maakt bed volgens principe van bed in zijn hoofd, geschapen door
God. Schilder maakt van het bed een schilderij kopie van een kopie en dus ver van werkelijkheid
verwijderd, dus een illusie.
Plato: kunst spreekt het emotionele, het lagere deel van ziel aan, niet het redelijke. kunst dus
moreel verwerpelijk en bedrieglijk: het wijkt af van wat we moeten nastreven. De Ideeën zijn waar,
hier moeten we naar streven.
“Kunstenaars moeten verwijderd worden uit zijn ideale wereld”.
Aristoteles: tragedie hoogtepunt van kunst: het laat zien wat het is om mens te zijn. Catharsis: het
reinigen van de ziel, door mee te lachen en te huilen.
Schildert de schilder wat hij ziet?
Ernst Gombrich (1909-2001): Schildert de schilder wat hij ziet, of ziet hij wat hij schildert? het
laatste is waar. Op basis van Kants kennistheorie. De kunstenaar werkt altijd met bepaalde
vooronderstellingen, men kent werkelijkheid ‘op zichzelf’ niet (Kant). Schilder gekleurd door
conceptueel schema: geschematiseerd beeld van de werkelijkheid waardoor hij indrukken die hij
krijgt rangschikt en er een herkenbaar plaatje van maakt. Toeschouwer ziet kunstwerk als geslaagde
nabootsing als het overeenkomt met zijn opvattingen.
Opvatting hoe schilderij hoort te zijn afhankelijk van tijd, plaats en traditie waarin schilder werkt.
Immanuel Kant (1724-1804): het esthetische oordeel, gericht op gevoel niet op het verstand. Over
‘het schone’ kan daarom niet zelfde manier gedacht of geoordeeld worden as over kennisobjecten.
Niet op wetenschappelijke manier, daarmee benadrukt hij autonomie van de kunst.
§3. Kunst is expressie
Expressietheorie: kunst moet emotie uitdrukken, de kunstenaar moet de werkelijkheid niet kopiëren.
Dit benadrukte Aristoteles in zijn opvatting over tragedie.
Russische schrijver Leo Tolstoi in artikel ‘Wat is kunst ?’ (1898): “Alleen als het publiek geïnfecteerd
wordt door de gevoelens die de auteur heeft gevoeld, is het kunst.”
Effect op de samenleving:
Hoofdstuk 6: Estheti ca
§1. Wat is kunst?
Heerlijke nieuwe wereld – Aldous Hexley (1932): utopische samenleving zonder kunst, maar door
techniek beheerst.
Esthetica: oorspronkelijk: filosofie van de waarneming, nu: filosofie over kunst, het schone.
Wat is kunst?
§2. Kunst is nabootsing
Plato (427-347 v.C.): kunst is imitatie van werkelijkheid mimesis (nabootsing). mimetische
theorie/ theorie dat kunst nabootsing is.
Voorbeeld in Politeia: timmerman maakt bed volgens principe van bed in zijn hoofd, geschapen door
God. Schilder maakt van het bed een schilderij kopie van een kopie en dus ver van werkelijkheid
verwijderd, dus een illusie.
Plato: kunst spreekt het emotionele, het lagere deel van ziel aan, niet het redelijke. kunst dus
moreel verwerpelijk en bedrieglijk: het wijkt af van wat we moeten nastreven. De Ideeën zijn waar,
hier moeten we naar streven.
“Kunstenaars moeten verwijderd worden uit zijn ideale wereld”.
Aristoteles: tragedie hoogtepunt van kunst: het laat zien wat het is om mens te zijn. Catharsis: het
reinigen van de ziel, door mee te lachen en te huilen.
Schildert de schilder wat hij ziet?
Ernst Gombrich (1909-2001): Schildert de schilder wat hij ziet, of ziet hij wat hij schildert? het
laatste is waar. Op basis van Kants kennistheorie. De kunstenaar werkt altijd met bepaalde
vooronderstellingen, men kent werkelijkheid ‘op zichzelf’ niet (Kant). Schilder gekleurd door
conceptueel schema: geschematiseerd beeld van de werkelijkheid waardoor hij indrukken die hij
krijgt rangschikt en er een herkenbaar plaatje van maakt. Toeschouwer ziet kunstwerk als geslaagde
nabootsing als het overeenkomt met zijn opvattingen.
Opvatting hoe schilderij hoort te zijn afhankelijk van tijd, plaats en traditie waarin schilder werkt.
Immanuel Kant (1724-1804): het esthetische oordeel, gericht op gevoel niet op het verstand. Over
‘het schone’ kan daarom niet zelfde manier gedacht of geoordeeld worden as over kennisobjecten.
Niet op wetenschappelijke manier, daarmee benadrukt hij autonomie van de kunst.
§3. Kunst is expressie
Expressietheorie: kunst moet emotie uitdrukken, de kunstenaar moet de werkelijkheid niet kopiëren.
Dit benadrukte Aristoteles in zijn opvatting over tragedie.
Russische schrijver Leo Tolstoi in artikel ‘Wat is kunst ?’ (1898): “Alleen als het publiek geïnfecteerd
wordt door de gevoelens die de auteur heeft gevoeld, is het kunst.”
Effect op de samenleving: