a. Het vegetatieve zenuwstelsel
b. De parasympathicus
c. De sympathicus
d. Het animale zenuwstelsel
Vraag 2: wat is nefropexie?
a. Het vastzetten van de nier
b. Het aanwezig zijn dan nierstenen
c. Verwijderen van de nier
Vraag 3: de pylorus is de naam voor de afsluiting tussen:
a. Oesofagus en gaster
b. Ileur en colon
c. Gastor en duodenum
d. Pancreasbuis en ileum
Vraag 4: de grijze stof van het C.Z.S bevat:
a. Cellichamen en dendrieten
b. Mergschedes
c. Zenuwvezels
d. Neurieten
Vraag 5: onwillekeurig urineverlies bij kinderen noemen we:
a. Pollakisurie
b. Enuresis
c. Dysurie
d. Strangurie
Vraag 6: het mediastinum:
a. Bevat de vena iliaca, cor en thymus
b. Bevat de thymus, cardia en trachea
c. Is een onderdeel van het evenwichtsorgaan
d. Is de ruimte tussen de longen
Vraag 7: welke oorzaak en gevolg horen bij elkaar:
a. Roken en longkanker
b. Te veel eten en maagkanker
c. Ultraviolet licht en dikke darmkanker
d. Erfelijkheid en huidkanker
Vraag 8: welke medicijnen worden voorgeschreven bij niersteenkoliek:
a. Antacida
b. Spasmolytica
c. Diuretica
d. Antibiotica
Vraag 9: de matrix van kraakbeenweefsel bevat:
a. Reticuline vezels en kalk
b. Collagene vezels en kalk
c. Chondrine
d. Chrondrocyten en kalk
Vraag 10: een combinatie van symptomen heet:
A. Synaps
B. Syndroom
C. Synergist
, Vraag 11: de linea innominata is:
a. De schedel-ingang
b. De bekkeningang
c. De ophangband van de buikvliesplooi
d. De bovenkant van de uterus
Vraag 12: het gewricht van de ellepijp noemt men:
a. Rolgewricht
b. Scharniergewricht
c. Kogelgewricht
Vraag 13: welk verschijnsel doe met name een laryngitis vermoeden:
a. Hoesten
b. Keelpijn
c. Heesheid
Vraag 14: de functie van de neus is:
a. De ingeademde lucht verwarmen
b. De ingeademde lucht te bevochtigen
c. De ingeademde lucht te zuiveren
d. Alle keuzemogelijkheden zijn juist
Vraag 15: de foramen ovale is voor de geboorte een verbinding tussen:
a. Linker en rechterkamer
b. Aorta en arteria pulmonalis
c. Linker en rechter boezem
d. Arteria pulmonalis en vena cava superior
Vraag 16: ‘spit’ noemt men ook wel:
a. Podagra
b. Lumbago
c. Ischias
d. ankylose
Vraag 17: het kraambed of de kraamperiode is:
a. het puerperium
b. de perineum
c. het peritoneum
Vraag 18: Struma is … van de schildklier
a. een hyperfunctie
b. een vergroting
c. een hypofunctie
vraag 19: nystagmus
a. is duizeligheid
b. is scheelzien
c. is oogsiddering
vraag 20: de buitenste wand van de uterus heet:
a. endometrium
b. perimetrium
c. myometrium
d. geen van bovenstaande antwoorden