1:Is Denwis een redeneerhulp bij een niet pluis gevoel: J
2: Vulling hals venen is zittend vlak en liggend gestuwd: NJ
3: eiwitten zullen in een normale situatie de cappilairwand passeren: NJ
4: nieren bestaan uit eenlagig epitheel NJ
5: zweetklieren bestaan uit dekweefsel J
6: Osmotische druk is hetzelfde als colloïd osmotische druk: J
7: filtratie vindt plaats m.b.v. hydrostatische druk: J
8: lymfe is een afvoersysteem en begint blind J
9: De AV-knoop geeft een impuls naar de sinusknoop NJ
10: Diffusie is wanneer een stof van een hoge concentratie naar een lage gaat J
11: De D van ADME staat voor dissimilatie van medicatie NJ
12: Metoprolol beïnvloedt het RAAS systeem NJ
13: ANP is een hormoon dat zorgt voor bloeddrukverlaging J
14: Atriale diastole is de rustfase van de kamers NJ
15: Hematocriet is de verhouding tussen bloedplasma en bloedcellen J
16: ACE enzym zet angiotensine om in angiotensine I NJ
17: Stress is een oorzaak voor het ontstaan van atriumfibrilleren J/NJ
18: Het linker gedeelte van het lymfesysteem mondt uit in de ductus thoracicus J/NJ
19: Longen valt onder de MALT organen van het lymfesysteem J/NJ
20: De rechter coronairarterie splitst zich in het RAD en circumflex J/NJ
21: Endocard is de binnenbekleding van het hart. J/NJ
22: We hebben in totaliteit 4 kleppen in het hart, 1 daarvan is de Tricuspidalis J/NJ
23: Bij rechts decompensatie heb je een systolische disfunctie j/ NJ
24: Hypertensie kan een oorzaak zijn van een forward failure J/NJ
25: Systolische hartfalen hoopt zich bloed op in veneuze circulatie J/NJ
26: Verminderde contractiekracht is een gevolg van een linker ventrikel falen J/NJ
27: Volumereductie door medicatie is een behandeling tegen hoge bloeddruk J/NJ
28: De papillair spieren zorgen ervoor dat de kleppen niet omklappen in de kamers J/NJ
29: Bradycardie is een hartritmestoornis dat het hart te snel klopt NJ
30: Hypertensieve crisis is erger dan een hypertensieve urgentie NJ
2: Vulling hals venen is zittend vlak en liggend gestuwd: NJ
3: eiwitten zullen in een normale situatie de cappilairwand passeren: NJ
4: nieren bestaan uit eenlagig epitheel NJ
5: zweetklieren bestaan uit dekweefsel J
6: Osmotische druk is hetzelfde als colloïd osmotische druk: J
7: filtratie vindt plaats m.b.v. hydrostatische druk: J
8: lymfe is een afvoersysteem en begint blind J
9: De AV-knoop geeft een impuls naar de sinusknoop NJ
10: Diffusie is wanneer een stof van een hoge concentratie naar een lage gaat J
11: De D van ADME staat voor dissimilatie van medicatie NJ
12: Metoprolol beïnvloedt het RAAS systeem NJ
13: ANP is een hormoon dat zorgt voor bloeddrukverlaging J
14: Atriale diastole is de rustfase van de kamers NJ
15: Hematocriet is de verhouding tussen bloedplasma en bloedcellen J
16: ACE enzym zet angiotensine om in angiotensine I NJ
17: Stress is een oorzaak voor het ontstaan van atriumfibrilleren J/NJ
18: Het linker gedeelte van het lymfesysteem mondt uit in de ductus thoracicus J/NJ
19: Longen valt onder de MALT organen van het lymfesysteem J/NJ
20: De rechter coronairarterie splitst zich in het RAD en circumflex J/NJ
21: Endocard is de binnenbekleding van het hart. J/NJ
22: We hebben in totaliteit 4 kleppen in het hart, 1 daarvan is de Tricuspidalis J/NJ
23: Bij rechts decompensatie heb je een systolische disfunctie j/ NJ
24: Hypertensie kan een oorzaak zijn van een forward failure J/NJ
25: Systolische hartfalen hoopt zich bloed op in veneuze circulatie J/NJ
26: Verminderde contractiekracht is een gevolg van een linker ventrikel falen J/NJ
27: Volumereductie door medicatie is een behandeling tegen hoge bloeddruk J/NJ
28: De papillair spieren zorgen ervoor dat de kleppen niet omklappen in de kamers J/NJ
29: Bradycardie is een hartritmestoornis dat het hart te snel klopt NJ
30: Hypertensieve crisis is erger dan een hypertensieve urgentie NJ