Les 17 – Transport ter hoogte van de nier
- Dia 3: Transport van zout is de hoeksteen waar de nieren mee werken. ¾ van de
acties van de nieren zijn gebaseerd op het manipuleren van zout.
- Dia 4: We zien hier het nefron met de verschillende segmenten in de
verschillende kleuren. Per segment wordt er weergegeven wat er met de
elektrolyten gebeurd.
In de proximale tubulus zal een groot deel van de reabsorptie van zout
plaatsvinden, mbv actief transport.
Een tweede plek die van belang is, is de stijgende lis van Henle. Hier bevindt zich
immers een Na+/K+/Cl+ transporter, die met diuretica soms kan worden
beïnvloed. Hier wordt weer ¼ van het zout gereabsorbeerd. Het natrium dat
hier wordt gereabsorbeerd, wordt gebruikt om de osmolariteit in het merg op te
bouwen.
In de ductus colligens zal aldosterone werken, afhankelijk van de
omstandigheden in het lichaam. Hoe verder je gaat in het nefron, hoe minder
natrium er gereabsorbeerd zal worden.
- Dia 5: Transport in de proximale tubulus gebeurt vooral transcellulair en in
mindere mate via de juncties tussen de cellen. In de distale tubulus wordt
natrium getransporteerd door actief transport mbv verschillende transporters.
- Dia 6:
o A: In de proximale tubulus wordt natrium oa getransporteerd samen met
glucose mbv een co-transporter. Een antiporter zal natrium hier
uitwisselen voor H+.
o B: In de stijgende lis van Henle is er een Na/K/Cl transporter, die een hele
belangrijke rol heeft in de reabsorptie van zout.
o C: Thv van de distale tubulus (voorlaatste deel van de nier) zal natrium
met chloor worden uitgewisseld.
o D: In de corticale collecting duct is er een natrium kanaal en kalium kanaal
oiv aldosterone, dat natrium in de cel zal pompen en kalium uit de cel zal
pompen. (na in de cel en K buiten).
- Dia 8: Ureum wordt in de glomerulaire filter 100% gefilterd. In de proximale
tubulus zal ureum voor 50% met zout mee gereabsorbeerd worden. Er blijft dus
50% over in het nefron. Op verschillende plaatsen in het nefron wordt ureum
gesecreteerd, omdat het in het interstitium moet terecht komen en moet
meehelpen om de osmolariteit in het merg op te bouwen. Afhankelijk van
welke osmolariteit in de urine moet bereikt worden, kan er al dan niet ureum
gereabsorbeerd worden in de distale tubulus.
- Dia 10: Glucose wordt 100% gefiltreerd thv de glomerulaire filter. In de
proximale tubulus wordt nagenoeg alle glucose gereabsorbeerd, behalve
wanneer de renale drempel overschreden is en de transporter gesatureerd
is. In dat geval zal er toch glucose in de urine terecht komen. Thv de proximale
tubulus, wordt glucose gereabsorbeerd via de symporter (of co-transporter)
samen met natrium (SGLT).
- Dia 12: De locatie van de reabsorptie van de aminozuren is belangrijk. De
overgrote meerderheid wordt gereabsorbeerd in de proximale tubulus, dus
in principe komen er geen aminozuren terecht in de urine. Dit is van belang
- Dia 3: Transport van zout is de hoeksteen waar de nieren mee werken. ¾ van de
acties van de nieren zijn gebaseerd op het manipuleren van zout.
- Dia 4: We zien hier het nefron met de verschillende segmenten in de
verschillende kleuren. Per segment wordt er weergegeven wat er met de
elektrolyten gebeurd.
In de proximale tubulus zal een groot deel van de reabsorptie van zout
plaatsvinden, mbv actief transport.
Een tweede plek die van belang is, is de stijgende lis van Henle. Hier bevindt zich
immers een Na+/K+/Cl+ transporter, die met diuretica soms kan worden
beïnvloed. Hier wordt weer ¼ van het zout gereabsorbeerd. Het natrium dat
hier wordt gereabsorbeerd, wordt gebruikt om de osmolariteit in het merg op te
bouwen.
In de ductus colligens zal aldosterone werken, afhankelijk van de
omstandigheden in het lichaam. Hoe verder je gaat in het nefron, hoe minder
natrium er gereabsorbeerd zal worden.
- Dia 5: Transport in de proximale tubulus gebeurt vooral transcellulair en in
mindere mate via de juncties tussen de cellen. In de distale tubulus wordt
natrium getransporteerd door actief transport mbv verschillende transporters.
- Dia 6:
o A: In de proximale tubulus wordt natrium oa getransporteerd samen met
glucose mbv een co-transporter. Een antiporter zal natrium hier
uitwisselen voor H+.
o B: In de stijgende lis van Henle is er een Na/K/Cl transporter, die een hele
belangrijke rol heeft in de reabsorptie van zout.
o C: Thv van de distale tubulus (voorlaatste deel van de nier) zal natrium
met chloor worden uitgewisseld.
o D: In de corticale collecting duct is er een natrium kanaal en kalium kanaal
oiv aldosterone, dat natrium in de cel zal pompen en kalium uit de cel zal
pompen. (na in de cel en K buiten).
- Dia 8: Ureum wordt in de glomerulaire filter 100% gefilterd. In de proximale
tubulus zal ureum voor 50% met zout mee gereabsorbeerd worden. Er blijft dus
50% over in het nefron. Op verschillende plaatsen in het nefron wordt ureum
gesecreteerd, omdat het in het interstitium moet terecht komen en moet
meehelpen om de osmolariteit in het merg op te bouwen. Afhankelijk van
welke osmolariteit in de urine moet bereikt worden, kan er al dan niet ureum
gereabsorbeerd worden in de distale tubulus.
- Dia 10: Glucose wordt 100% gefiltreerd thv de glomerulaire filter. In de
proximale tubulus wordt nagenoeg alle glucose gereabsorbeerd, behalve
wanneer de renale drempel overschreden is en de transporter gesatureerd
is. In dat geval zal er toch glucose in de urine terecht komen. Thv de proximale
tubulus, wordt glucose gereabsorbeerd via de symporter (of co-transporter)
samen met natrium (SGLT).
- Dia 12: De locatie van de reabsorptie van de aminozuren is belangrijk. De
overgrote meerderheid wordt gereabsorbeerd in de proximale tubulus, dus
in principe komen er geen aminozuren terecht in de urine. Dit is van belang