Psychological Science Michael S. Gazzaniga
Hoofdstuk 8. Thinking, Language, and Intelligence
Belangrijke begrippen + Samenvatting
, Hoofdstuk 8. Thinking, Language, and Intelligence
Cognition: de mentale activiteit die denken en de inzichten die het gevolg zijn van het denken omvat
Thinking: de mentale manipulatie van representaties van kennis over de wereld
Analogical representations: mentale representaties die enkele fysieke kenmerken van objecten
hebben; ze zijn analoog aan de objecten
Symbolic representations: abstracte mentale representaties die niet overeenkomen met de fysieke
kenmerken van objecten of ideeën
Concept: een categorie of klasse van gerelateerde items; het bestaat uit mentale representaties van
de items
Prototype model: een manier van denken over concepten: binnen elke categorie is er een beste
voorbeeld – een prototype – voor die categorie
Exemplar model: een manier van denken over concepten: alle leden van een categorie zijn
voorbeelden; samen vormen zij het concept en bepalen het categorielidmaatschap
Stereotypes: cognitieve schema’s die een gemakkelijke en snelle verwerking van informatie over
mensen mogelijk maken, op basis van hun lidmaatschap van bepaalde groepen
Script: een schema dat het gedrag binnen een situatie stuurt in de tijd
Decision making: poging om het beste alternatief te kiezen uit verschillende opties
Problem solving: een weg vinden om een obstakel heen om een doel te bereiken
Heuristics: sneltoetsen (vuistregels of informele richtlijnen) die worden gebruikt om de hoeveelheid
denkwerk die nodig is om beslissingen te nemen te verminderen
Anchoring: de neiging om bij het maken van oordelen, te vertrouwen op het eerste stukje informatie
dat je tegenkomt of informatie die het snelst in je opkomt
Framing: bij besluitvorming, de neiging om de nadruk te leggen op de potentiële verliezen of winsten
van minimaal één alternatief
Availability heuristic: een beslissing nemen op basis van het antwoord dat het gemakkelijkst in je
opkomt
Representativeness heuristic: een persoon of object in een categorie plaatsen als die persoon of dat
object lijkt op iemands prototype voor die categorie
Somatic markers: lichamelijke reacties die voortkomen uit de emotionele evaluatie van de gevolgen
van een actie
Affective forecasting: de neiging van mensen om te overschatten hoe gebeurtenissen hen in de
toekomst zullen laten voelen
Hoofdstuk 8. Thinking, Language, and Intelligence
Belangrijke begrippen + Samenvatting
, Hoofdstuk 8. Thinking, Language, and Intelligence
Cognition: de mentale activiteit die denken en de inzichten die het gevolg zijn van het denken omvat
Thinking: de mentale manipulatie van representaties van kennis over de wereld
Analogical representations: mentale representaties die enkele fysieke kenmerken van objecten
hebben; ze zijn analoog aan de objecten
Symbolic representations: abstracte mentale representaties die niet overeenkomen met de fysieke
kenmerken van objecten of ideeën
Concept: een categorie of klasse van gerelateerde items; het bestaat uit mentale representaties van
de items
Prototype model: een manier van denken over concepten: binnen elke categorie is er een beste
voorbeeld – een prototype – voor die categorie
Exemplar model: een manier van denken over concepten: alle leden van een categorie zijn
voorbeelden; samen vormen zij het concept en bepalen het categorielidmaatschap
Stereotypes: cognitieve schema’s die een gemakkelijke en snelle verwerking van informatie over
mensen mogelijk maken, op basis van hun lidmaatschap van bepaalde groepen
Script: een schema dat het gedrag binnen een situatie stuurt in de tijd
Decision making: poging om het beste alternatief te kiezen uit verschillende opties
Problem solving: een weg vinden om een obstakel heen om een doel te bereiken
Heuristics: sneltoetsen (vuistregels of informele richtlijnen) die worden gebruikt om de hoeveelheid
denkwerk die nodig is om beslissingen te nemen te verminderen
Anchoring: de neiging om bij het maken van oordelen, te vertrouwen op het eerste stukje informatie
dat je tegenkomt of informatie die het snelst in je opkomt
Framing: bij besluitvorming, de neiging om de nadruk te leggen op de potentiële verliezen of winsten
van minimaal één alternatief
Availability heuristic: een beslissing nemen op basis van het antwoord dat het gemakkelijkst in je
opkomt
Representativeness heuristic: een persoon of object in een categorie plaatsen als die persoon of dat
object lijkt op iemands prototype voor die categorie
Somatic markers: lichamelijke reacties die voortkomen uit de emotionele evaluatie van de gevolgen
van een actie
Affective forecasting: de neiging van mensen om te overschatten hoe gebeurtenissen hen in de
toekomst zullen laten voelen