Verpleegkundig woordenboek semester 2.1 week 08
NB: Termen met een * zijn al eerder aan de orde geweest
Medische term NLse term Engelse term Omschrijving (bijv. functie); definitie; synoniem
Stoornissen door een (Onttrekking of onthouding) Als iemand na een periode van
middel teweeggebracht veelvuldig gebruik van een middel het gebruik staakt of vermindert.
Er ontstaat een middelspecifiek onttrekkingssyndroom wat kan
leiden tot sociaal of beroepsmatig disfunctioneren.
Stoornissen in het gebruik Aandoeningen die worden gekenmerkt door maladaptief (= gedrag
van een middel/ dat slecht is aangepast aan bepaalde omstandigheden) gebruik van
verslavingsstoornissen psychoactieve stoffen (bijvoorbeeld afhankelijkheid van drugs).
Intoxicatie Een toestand waarbij de hersenen zo zijn beïnvloed door het middel
dat ze niet meer adequaat kunnen functioneren en die in bepaalde
gevallen tot de dood kan leiden.
Onttrekkingssyndroom Een karakteristieke groep symptomen wanneer plotseling met het
gebruik van een psychoactieve stof wordt geminderd of gestopt
nadat fysiologische afhankelijkheid ontstaat.
Tolerantie Lichamelijke gewenning aan een middel zodanig dat bij regelmatige
gebruik, hogere doses nodig zijn om dezelfde effecten te bereiken.
Verslaving een toestand waarin een persoon fysiek en/of mentaal van een
gewoonte of middel afhankelijk is.
Fysiologische Een situatie waarin het lichaam van de drugsgebruiker afhankelijk
afhankelijkheid wordt van een voortdurende toevoer van de stof.
Psychische Dwangmatig gebruik van een stof om een psychische behoefte te
afhankelijkheid voorzien. (depressie)
Verdovend middel Een stof die de activiteit van het centraal zenuwstelsel vertraagt of
afremt, gevoelens van spanning en angst vermindert, de
bewegingen vertraagt en cognitieve processen remt. Voorbeelden
NB: Termen met een * zijn al eerder aan de orde geweest
Medische term NLse term Engelse term Omschrijving (bijv. functie); definitie; synoniem
Stoornissen door een (Onttrekking of onthouding) Als iemand na een periode van
middel teweeggebracht veelvuldig gebruik van een middel het gebruik staakt of vermindert.
Er ontstaat een middelspecifiek onttrekkingssyndroom wat kan
leiden tot sociaal of beroepsmatig disfunctioneren.
Stoornissen in het gebruik Aandoeningen die worden gekenmerkt door maladaptief (= gedrag
van een middel/ dat slecht is aangepast aan bepaalde omstandigheden) gebruik van
verslavingsstoornissen psychoactieve stoffen (bijvoorbeeld afhankelijkheid van drugs).
Intoxicatie Een toestand waarbij de hersenen zo zijn beïnvloed door het middel
dat ze niet meer adequaat kunnen functioneren en die in bepaalde
gevallen tot de dood kan leiden.
Onttrekkingssyndroom Een karakteristieke groep symptomen wanneer plotseling met het
gebruik van een psychoactieve stof wordt geminderd of gestopt
nadat fysiologische afhankelijkheid ontstaat.
Tolerantie Lichamelijke gewenning aan een middel zodanig dat bij regelmatige
gebruik, hogere doses nodig zijn om dezelfde effecten te bereiken.
Verslaving een toestand waarin een persoon fysiek en/of mentaal van een
gewoonte of middel afhankelijk is.
Fysiologische Een situatie waarin het lichaam van de drugsgebruiker afhankelijk
afhankelijkheid wordt van een voortdurende toevoer van de stof.
Psychische Dwangmatig gebruik van een stof om een psychische behoefte te
afhankelijkheid voorzien. (depressie)
Verdovend middel Een stof die de activiteit van het centraal zenuwstelsel vertraagt of
afremt, gevoelens van spanning en angst vermindert, de
bewegingen vertraagt en cognitieve processen remt. Voorbeelden