PW : Paragraaf 1 t/m 6
Hfdst : Nederlands landschap
Niveau : Havo 3
Bij de vragen met kleine letters (a,b,c,d) is altijd maar één antwoord goed.
Bij de vragen met hoofdletters (A,B,C,D) kunnen meer antwoorden goed zijn Succes
1 Welke uitspraken zijn juist?
A Op dit moment leven we in een tussenijstijd.
B In een ijstijd was er geen verdamping.
C Een geologisch tijdvak duurt ongeveer 1000 jaar.
D De geologie is de studie van de aardkorst.
2 Wat hoort bij elkaar? Zet A t/m D onder elkaar en zet het Romeinse cijfer van het bijbehorende
tijdvak erachter. Bijvoorbeeld A – IV.
A Kwartair I IJstijden en tussenijstijden
B Pleistoceen II Glaciaal
C Interglaciaal III Pleistoceen + holoceen
D Saale IV Holoceen
3 Welke afzettingen horen bij welke transportkracht? Zet A t/m C onder elkaar en zet de Romeinse
cijfers van de twee bijbehorende afzettingen erachter. Bijvoorbeeld A – II en V.
A Rivieren I Keileem
B Landijs II Puinwaaier
C Wind III Dekzand
IV Grind in het zuiden
V Löss
VI Tongbekken
4 Welke afzettingen zijn voornamelijk afgezet tijdens het holoceen?
A Hollandveen
B Oude zeeklei
C Löss
D Keileem
Figuur 1: Nederland aan het begin van het Pleistoceen
5 Iemand doet twee uitspraken over figuur 1:
I Het materiaal van de spoelzandwaaier is afkomstig van de stuwwal.
II Het landijs (de ijslob) bracht zwerfkeien uit Scandinavië mee.
Welke uitspraak is goed?
a I en II zijn beide goed
b I en II zijn beide fout
c I is goed en II is fout
d I is fout en II is goed