Foutloos Nederlands tentamen stof
Het tentamen bestaat uit:
- Werkwoordspelling ( 30 vragen)
- Algemene spelling ( 20 vragen)
- Interpunctie ( 5 vragen)
- Stijlfouten op woord- en zinsniveau ( 30 vragen)
- Idioom en woordenschat (15 vragen)
A. Werkwoordspelling
Stappenplan werkwoordspelling:
1. Is het een persoonsvorm?
2. In welke tijd staat het werkwoord?
3. tegenwoordige tijd?: stam (+te)/ hele werkwoord
4. verleden tijd?: t’ kofschip
5. stam + te(n) of +de(n)
1. Is het een persoonsvorm?:
Het persoonsvorm is het werkwoord dat bij het onderwerp van een zin hoort. De persoonsvorm kun
je veranderen.
- In een andere tijd zetten
- Aantal veranderen
- Zin vragend maken
2. persoonsvorm in de tegenwoordige tijd:
Ik -> stam (hele werkwoord -en)
Jij/je/u/hij/zij/ze/het/men -> stam +t
Wij/we/jullie/ze/zij -> stam +en (hele werkwoord)
3. persoonsvorm in de verleden tijd:
Gaat het om een sterk werkwoord of een zwak werkwoord?
Zwak werkwoord? -> t’ex-kofschip
- Wat is het hele werkwoord?
- Wat is de stam?
- Is de laatste letter van stam een t, x, k, f, s, c, h, of p?
o Ja -> dan schrijf je stam + te/ten
o Nee -> dan schrijf je stam + de/den
, Is het geen persoonsvorm?:
Gebiedende wijs:
Stam
‘Vergroot de foto, Max!’
Infinitief:
Hele werkwoord
‘Max ging weg om de foto te vergroten.’
Onvoltooid deelwoord:
Hele werkwoord +d
‘De foto vergrotend, at Max een Twix.’
Voltooid deelwoord:
T’ ex-kofschip
‘Max heeft de foto vergroot.’
Bijvoeglijk naamwoord:
Zo kort mogelijk
‘Max was blij met de vergrote foto.’
Werkwoorden van Engelse herkomst:
De hoofdregel is: Engelse werkwoorden worden net zo vervoegd als Nederlandse werkwoorden.
-> ik date , ik save, ik delete, ik lease. Die -e moet je dus schrijven.
B. Spelling algemeen
Onderwerpen:
1. Meervoudsvormen
2. Samenstellingen
3. Hoofdlettergebruik
4. Bezit-s
5. Tussen- s en tussen- n
1. Meervoudsvormen:
Struikelblokken: ë en eën
Waar ligt de klemtoon?
Industrie -> industrieën
Knie -> knieën
Porie -> poriën
Bacterie -> bacteriën
Struikelblokken: klinkerverdubbeling of niet?
Waar ligt de klemtoon?
Dommeriken, viezeriken, monniken
Het tentamen bestaat uit:
- Werkwoordspelling ( 30 vragen)
- Algemene spelling ( 20 vragen)
- Interpunctie ( 5 vragen)
- Stijlfouten op woord- en zinsniveau ( 30 vragen)
- Idioom en woordenschat (15 vragen)
A. Werkwoordspelling
Stappenplan werkwoordspelling:
1. Is het een persoonsvorm?
2. In welke tijd staat het werkwoord?
3. tegenwoordige tijd?: stam (+te)/ hele werkwoord
4. verleden tijd?: t’ kofschip
5. stam + te(n) of +de(n)
1. Is het een persoonsvorm?:
Het persoonsvorm is het werkwoord dat bij het onderwerp van een zin hoort. De persoonsvorm kun
je veranderen.
- In een andere tijd zetten
- Aantal veranderen
- Zin vragend maken
2. persoonsvorm in de tegenwoordige tijd:
Ik -> stam (hele werkwoord -en)
Jij/je/u/hij/zij/ze/het/men -> stam +t
Wij/we/jullie/ze/zij -> stam +en (hele werkwoord)
3. persoonsvorm in de verleden tijd:
Gaat het om een sterk werkwoord of een zwak werkwoord?
Zwak werkwoord? -> t’ex-kofschip
- Wat is het hele werkwoord?
- Wat is de stam?
- Is de laatste letter van stam een t, x, k, f, s, c, h, of p?
o Ja -> dan schrijf je stam + te/ten
o Nee -> dan schrijf je stam + de/den
, Is het geen persoonsvorm?:
Gebiedende wijs:
Stam
‘Vergroot de foto, Max!’
Infinitief:
Hele werkwoord
‘Max ging weg om de foto te vergroten.’
Onvoltooid deelwoord:
Hele werkwoord +d
‘De foto vergrotend, at Max een Twix.’
Voltooid deelwoord:
T’ ex-kofschip
‘Max heeft de foto vergroot.’
Bijvoeglijk naamwoord:
Zo kort mogelijk
‘Max was blij met de vergrote foto.’
Werkwoorden van Engelse herkomst:
De hoofdregel is: Engelse werkwoorden worden net zo vervoegd als Nederlandse werkwoorden.
-> ik date , ik save, ik delete, ik lease. Die -e moet je dus schrijven.
B. Spelling algemeen
Onderwerpen:
1. Meervoudsvormen
2. Samenstellingen
3. Hoofdlettergebruik
4. Bezit-s
5. Tussen- s en tussen- n
1. Meervoudsvormen:
Struikelblokken: ë en eën
Waar ligt de klemtoon?
Industrie -> industrieën
Knie -> knieën
Porie -> poriën
Bacterie -> bacteriën
Struikelblokken: klinkerverdubbeling of niet?
Waar ligt de klemtoon?
Dommeriken, viezeriken, monniken