Hoofdstuk 1 Geest, gedrag en psychologische wetenschap
1. De student kan wetenschappelijke informatie van common sense onderscheiden.
Wetenschappelijke informatie is onderzocht, bewezen vanuit de literatuur en experimenten.
Common sense is wat jij logisch vindt/ wat logisch klinkt.
2. De student kan de zes belangrijkste perspectieven van de psychologie en hun kenmerken
op hoofdlijnen benoemen en kan de zienswijze van de zes perspectieven herkennen in
metaforen en uitspraken:
- biologisch perspectief: neurowetenschap/ genen, evolutionair perspectief, gedrag komt voort uit
lichamelijke eigenschappen. Lichaam staat los van geest. Nature. Decartes
- cognitief perspectief: mens is te vergelijken met een computer, informatie opnemen, opslaan en
gebruiken. Kijken naar de hersenen, bepaalde denkpatronen. Wundt & James
- behavioristisch perspectief: geen innerlijke processen, alleen waarneembaar gedrag. Omgeving
bepaalt het gedrag, leerervaringen, conditioneren. Nurture Pavlov, Watson & Skinner.
- perspectief van de gehele persoon:
Psychodynamische psychologie: persoonlijkheid en psychische stoornissen komen voort uit
processen in het onderbewuste Freud.
Humanistische psychologie: psychologie moet nadruk leggen op menselijke groei en potentieel, niet
richten op stoornissen. Maslow, behoeftehiërarchie.
Psychologie van karaktertrekken en temperament: individuen kunnen begrepen worden a.d.h.v. hun
karaktertrekken en temperament, deze zijn constant over de tijd. Oude Grieken
- ontwikkelingsperspectief: psychologische veranderingen zijn het gevolg van een interactie tussen
nature en nurture. Ainsworth, Piaget etc.
- sociocultureel perspectief: sociale omgeving en cultuur hebben invloed op gedrag. Vooral westerse
cultuur is getest. Kracht van de situatie Milgram, Zimbardo.
3. De student kan de vier stappen van de wetenschappelijke methode benoemen en beschrijven:
1. Hypothese ontwikkelen: Voorspelling uitkomst van een wetenschappelijk onderzoek. Moet
falsificeerbaar/ weerlegbaar zijn. + operationele definitie: concept v.h. Onderzoek.
2. Objectieve data verzamelen: Experimentele condities, experimentele groep & controle
groep, controle conditie, onafhankelijke en afhankelijke variabelen, randomisering.
3. Data analyseren: zijn resultaten significant of niet? Mate van toeval. Wordt de hypothese
verworpen of niet?
4. Resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren: Discussie van het onderzoek, welke
factoren kunnen invloed hebben gehad op onjuiste resultaten? Repliceren is onderzoek