Een praktische inleiding in de agogische theorie, agogiek. Hoofdstuk 5: Professioneel en
methodisch werken
Voor de verandering
Hoofdstuk 5: Professioneel en methodisch werken
Het agogisch proces
Wie systematisch werkt doet niet lukraak wat hem invalt, maar laat in zijn doen en
laten een logische samenhang en opbouw zien. Er zijn daarin verschillende stappen
te onderscheiden waarin een zekere ontwikkeling plaatsvindt. Men spreekt hiervan
van het agogisch proces. Daar verstaan we alles onder wat er van het begin tot het
einde gebeurt met de betrekking op de verandering die de cliënt doormaakt onder
invloed van een agoog. Het begrip proces heeft hierin een dynamische betekenis
(het heeft met beweging te maken). Tot het agogisch proces behoort dan ook alles
wat er beweegt en verandert in de agoog, cliënt en hun relatie. Het individuele
veranderingsproces maakt dan deel uit van het agogisch proces. De fasen die zich
voordoen bestaan uit verschillende indelingen die variëren van drie tot soms wel
twaalf fasen. Dit geldt niet alleen voor het individuele proces maar kan ook in grotere
cliëntsystemen gebruikt worden. In dit boek komen de volgende acht fasen aan de
orde:
1. Contact met contract: de intake, een persoonlijke kennismaking vindt plaats.
Wat zijn de verwachtingen van de agoog en de cliënt.
2. Motivatie: door een goede motivatie wordt de cliënt zicht bewust van zijn wens
en verandering. Ziet de cliënt dat in aanleg de verandering ook mogelijk is en
door gaat krijgen dat hij daarin zelf de rol moet gaan spelen.
3. Analyse van de uitgangssituatie: het bepalen van de oude situatie heet de
analyse van de uitgangssituatie. Je moet weten waar iemand nu staat om hem
verder te helpen door de probleemomschrijving van de cliënt (de manier
waarop hij zijn eigen situatie definieert). Tevens bekijk je wie de macht en de
verantwoordelijkheid heeft om het probleem op te lossen. Het zogenoemde
aangemelde probleem is niet altijd het enige wat opgelost moet worden. Visie
en persoonlijkheid van de agoog spelen hierbij een grote rol
4. Doelen stellen: de situatie waarop een verandering is gericht is het doel ervan.
Doelgerichtheid is de essentie van agogisch werk. Het doel is daarom ook een
kernbegrip in de agogiek. Een goede, duidelijke doelbepaling vooraf is van
belang omdat hierdoor: handelen wordt gericht, handelen zin krijgt, de cliënt
weet waar hij nee en ja tegen zegt, het proces controleerbaar wordt, de
overdracht aan anderen makkelijker is en evaluatie daardoor mogelijk is. De
doelstelling kan ook minder cliënt- dan wel omgevingsgericht zijn. Subdoelen
kunnen je helpen tot het einddoel. Doelen moet je formuleren daarbij is het
belangrijk dat je specifiek bent, in termen van zichtbaar gedrag of handelen
schrijft, ze moeten haalbaar zijn, gebruik daarbij zoveel mogelijk
toestandswoorden i.p.v. proceswoorden, het doel betreft de situatie van de
cliënt en ze moeten positief geformuleerd zijn.
methodisch werken
Voor de verandering
Hoofdstuk 5: Professioneel en methodisch werken
Het agogisch proces
Wie systematisch werkt doet niet lukraak wat hem invalt, maar laat in zijn doen en
laten een logische samenhang en opbouw zien. Er zijn daarin verschillende stappen
te onderscheiden waarin een zekere ontwikkeling plaatsvindt. Men spreekt hiervan
van het agogisch proces. Daar verstaan we alles onder wat er van het begin tot het
einde gebeurt met de betrekking op de verandering die de cliënt doormaakt onder
invloed van een agoog. Het begrip proces heeft hierin een dynamische betekenis
(het heeft met beweging te maken). Tot het agogisch proces behoort dan ook alles
wat er beweegt en verandert in de agoog, cliënt en hun relatie. Het individuele
veranderingsproces maakt dan deel uit van het agogisch proces. De fasen die zich
voordoen bestaan uit verschillende indelingen die variëren van drie tot soms wel
twaalf fasen. Dit geldt niet alleen voor het individuele proces maar kan ook in grotere
cliëntsystemen gebruikt worden. In dit boek komen de volgende acht fasen aan de
orde:
1. Contact met contract: de intake, een persoonlijke kennismaking vindt plaats.
Wat zijn de verwachtingen van de agoog en de cliënt.
2. Motivatie: door een goede motivatie wordt de cliënt zicht bewust van zijn wens
en verandering. Ziet de cliënt dat in aanleg de verandering ook mogelijk is en
door gaat krijgen dat hij daarin zelf de rol moet gaan spelen.
3. Analyse van de uitgangssituatie: het bepalen van de oude situatie heet de
analyse van de uitgangssituatie. Je moet weten waar iemand nu staat om hem
verder te helpen door de probleemomschrijving van de cliënt (de manier
waarop hij zijn eigen situatie definieert). Tevens bekijk je wie de macht en de
verantwoordelijkheid heeft om het probleem op te lossen. Het zogenoemde
aangemelde probleem is niet altijd het enige wat opgelost moet worden. Visie
en persoonlijkheid van de agoog spelen hierbij een grote rol
4. Doelen stellen: de situatie waarop een verandering is gericht is het doel ervan.
Doelgerichtheid is de essentie van agogisch werk. Het doel is daarom ook een
kernbegrip in de agogiek. Een goede, duidelijke doelbepaling vooraf is van
belang omdat hierdoor: handelen wordt gericht, handelen zin krijgt, de cliënt
weet waar hij nee en ja tegen zegt, het proces controleerbaar wordt, de
overdracht aan anderen makkelijker is en evaluatie daardoor mogelijk is. De
doelstelling kan ook minder cliënt- dan wel omgevingsgericht zijn. Subdoelen
kunnen je helpen tot het einddoel. Doelen moet je formuleren daarbij is het
belangrijk dat je specifiek bent, in termen van zichtbaar gedrag of handelen
schrijft, ze moeten haalbaar zijn, gebruik daarbij zoveel mogelijk
toestandswoorden i.p.v. proceswoorden, het doel betreft de situatie van de
cliënt en ze moeten positief geformuleerd zijn.