Ontwikkeling
,
,Casus 1: Joe changes
1. Wat is het verschil tussen The staircase model en overlapping waves mode op
cognitieve ontwikkeling?
- Staircase model
- Zoals Piaget zijn theorie
- Scherpe en geregelde overgangen tussen de fases zonder overlap.
- Onderbroken/discontinuous change → wanneer de ene fase eindigt begint de
volgende, dus stapsgewijze verandering.
- Geen constante ontwikkeling
- Een hiërarchisch systeem
- Overlapping waves model
- Informatieverwerkingsbenadering die benadrukt dat individuele kinderen meerdere
strategieën gebruiken om hetzelfde type probleem op te lossen.
- Op elke leeftijd gebruiken kinderen meerdere strategieën → 1 is de makkelijkste en 5
is de meest gevorderden.
- Naarmate kinderen ouder worden en meer ervaring hebben zullen ze eerder neigen
naar strategie 4 of 5.
- Ontwikkeling omvat veranderingen in het gebruik van bestaande strategieën en het
ontdekken van nieuwe benaderingen.
2. Wat houdt Piaget zijn theorie in op cognitieve ontwikkeling?
- Cognitieve development bestaat uit 4 stadia, die worden geconstrueerd door het
proces van assimilatie, accommoderen en equilibratie/evenwicht.
- Het geeft informatie over hoe kinderen informatie verwerven en het begrijpen van
de nature/aard van intelligentie.
- Constructivisme → een kind
- Fundamentele assumpties
- Vanaf de geboorte is men zowel fysiek als mentaal actief, hun activiteit draagt in
hoge mate bij aan hun ontwikkeling.
- Kinderen leren veel belangrijke lessen zelf, zonder afhankelijk te zijn van instructies
van hun ouders of ouderen. Ze trekken conclusies van hun observaties, door
, hypotheses te generen en mini experimenten uit te voeren. Hierdoor leren ze
bijvoorbeeld dat ze wat kunnen vastpakken of hoe ze moeten lopen.
- Kinderen zijn intrinsiek gemotiveerd om te leren en hebben geen beloningen van
volwassenen hiervoor nodig.
- Kinderen vormen actief hun eigen ontwikkeling.
- Organisatie en adaptatie
- Organisatie → integratie tot een samenhangend geheel van kennis
- Adaptatie → aanpassing aan de omgeving
- Schema’s → kinderen hun kennis wordt georganiseerd in schema’s die steeds
complexer worden.
- Nature/nurture concept
- Aanname → nature en nurture werken samen om cognitieve ontwikkeling te
creëren.
- Nature → groeiende hersenen en lichaam, vermogen om waar te nemen, neiging om
waarneming te integreren in kennis.
- Nurture/opvoeding → Niet alleen de opvoeding door ouders en andere verzorgers,
maar elke ervaring die het kind tegenkomt.
- De 3 thermen van Piaget over continuïteit
- Kinderen ontwikkelen de cognitieve mogelijkheden door continue veranderen van
schema’s door assimilatie, accommodatie en equilibratie.
- Assimilatie
- Een nieuw idee of ervaring probeer je in een bestaand schema te zetten. Een andere
rashond, ook zien als hond.
- Accommodatie
- Als je geen goed schema hebt voor het nieuw geleerde iets, dan pas je het schema
aan. Als je een koe ziet, hem hond noemen omdat hij net als een dalmatiër stippen
heeft, dan zegt je moeder dat het een koe is en geen hond, zo leer je dat er een
nieuw schema is, namelijk koe.
- Equilibratie/evenwicht
- Evenwicht tussen assimilatie en accommodatie om stabiel begrip te creëren.
- Evenwicht → kinderen zijn tevreden met hun begrip van een bepaald fenomeen. Ze
zien geen verschillen tussen hun waarnemingen en begrip van het fenomeen, dus
een berner sennen is ook een hond.
- Onevenwichtig → kinderen kunnen nieuwe informatie niet plaatsen in een bepaald
schema. Zoals de koe.
- Geavanceerd evenwicht → ze creëren een geavanceerd evenwicht met een breder
scala aan waarnemingen dat kan worden begrepen.
,
,Casus 1: Joe changes
1. Wat is het verschil tussen The staircase model en overlapping waves mode op
cognitieve ontwikkeling?
- Staircase model
- Zoals Piaget zijn theorie
- Scherpe en geregelde overgangen tussen de fases zonder overlap.
- Onderbroken/discontinuous change → wanneer de ene fase eindigt begint de
volgende, dus stapsgewijze verandering.
- Geen constante ontwikkeling
- Een hiërarchisch systeem
- Overlapping waves model
- Informatieverwerkingsbenadering die benadrukt dat individuele kinderen meerdere
strategieën gebruiken om hetzelfde type probleem op te lossen.
- Op elke leeftijd gebruiken kinderen meerdere strategieën → 1 is de makkelijkste en 5
is de meest gevorderden.
- Naarmate kinderen ouder worden en meer ervaring hebben zullen ze eerder neigen
naar strategie 4 of 5.
- Ontwikkeling omvat veranderingen in het gebruik van bestaande strategieën en het
ontdekken van nieuwe benaderingen.
2. Wat houdt Piaget zijn theorie in op cognitieve ontwikkeling?
- Cognitieve development bestaat uit 4 stadia, die worden geconstrueerd door het
proces van assimilatie, accommoderen en equilibratie/evenwicht.
- Het geeft informatie over hoe kinderen informatie verwerven en het begrijpen van
de nature/aard van intelligentie.
- Constructivisme → een kind
- Fundamentele assumpties
- Vanaf de geboorte is men zowel fysiek als mentaal actief, hun activiteit draagt in
hoge mate bij aan hun ontwikkeling.
- Kinderen leren veel belangrijke lessen zelf, zonder afhankelijk te zijn van instructies
van hun ouders of ouderen. Ze trekken conclusies van hun observaties, door
, hypotheses te generen en mini experimenten uit te voeren. Hierdoor leren ze
bijvoorbeeld dat ze wat kunnen vastpakken of hoe ze moeten lopen.
- Kinderen zijn intrinsiek gemotiveerd om te leren en hebben geen beloningen van
volwassenen hiervoor nodig.
- Kinderen vormen actief hun eigen ontwikkeling.
- Organisatie en adaptatie
- Organisatie → integratie tot een samenhangend geheel van kennis
- Adaptatie → aanpassing aan de omgeving
- Schema’s → kinderen hun kennis wordt georganiseerd in schema’s die steeds
complexer worden.
- Nature/nurture concept
- Aanname → nature en nurture werken samen om cognitieve ontwikkeling te
creëren.
- Nature → groeiende hersenen en lichaam, vermogen om waar te nemen, neiging om
waarneming te integreren in kennis.
- Nurture/opvoeding → Niet alleen de opvoeding door ouders en andere verzorgers,
maar elke ervaring die het kind tegenkomt.
- De 3 thermen van Piaget over continuïteit
- Kinderen ontwikkelen de cognitieve mogelijkheden door continue veranderen van
schema’s door assimilatie, accommodatie en equilibratie.
- Assimilatie
- Een nieuw idee of ervaring probeer je in een bestaand schema te zetten. Een andere
rashond, ook zien als hond.
- Accommodatie
- Als je geen goed schema hebt voor het nieuw geleerde iets, dan pas je het schema
aan. Als je een koe ziet, hem hond noemen omdat hij net als een dalmatiër stippen
heeft, dan zegt je moeder dat het een koe is en geen hond, zo leer je dat er een
nieuw schema is, namelijk koe.
- Equilibratie/evenwicht
- Evenwicht tussen assimilatie en accommodatie om stabiel begrip te creëren.
- Evenwicht → kinderen zijn tevreden met hun begrip van een bepaald fenomeen. Ze
zien geen verschillen tussen hun waarnemingen en begrip van het fenomeen, dus
een berner sennen is ook een hond.
- Onevenwichtig → kinderen kunnen nieuwe informatie niet plaatsen in een bepaald
schema. Zoals de koe.
- Geavanceerd evenwicht → ze creëren een geavanceerd evenwicht met een breder
scala aan waarnemingen dat kan worden begrepen.