Oefentoets Filosofie
1. Welke filosofen stellen de relatie tussen burgers en overheid centraal?
a. Hobbes, Locke, Rousseau
b. Sartre, Heidegger, Levinas, Camus, Kierkegaard
c. Nietzsche, De Saussure, Foucault
2. Wie zegt dat het sociale contract een manier is om de vreselijke natuurstaat te overwinnen?
a. Hobbes
b. Locke
c. Rousseau
3. Verbind de letters met de cijfers
a. Locke 1. Algemene volkswil moet de bron van macht worden
b. Hobbes 2. Laat uitvoering van de wet aan de regering over
c. Rousseau 3. Absolute monarchie is het best voor de samenleving
4. Welk begrip hoort bij de uitleg: ‘verplichting anderen niet te schaden’?
a. Zelfbeschikkingsrecht
b. Natuurlijke gelijkheid
c. Eigenrichting
5. Wie zegt dat wij in de natuurtoestand vrij, onafhankelijk van anderen en aan onszelf genoeg
hebben?
a. Rousseau
b. Hobbes
c. Locke
d. Locke en Rousseau
6. Piet gaat elke zondag naar zijn demente oma om boodschappen voor haar te doen. Volgens
Heidegger is dat een voorbeeld van:
a. Dasein
b. Bezorgen
c. Voorzorgen
7. Corry kiest bewust voor haarzelf, maar accepteert dat er sociale plichten zijn waar ze zich aan
moet houden. Volgens Kierkegaard leidt Corry een
a. Religieus bestaan
b. Ethisch bestaan
c. Esthetisch bestaan
8. Kierkegaard en Sartre spreken over de volgende zin:
a. De essentie gaat aan de existentie van de mens vooraf
b. De existentie gaat aan de essentie van de mens vooraf
9. ‘In een gevangenis kan je je vrij voelen’, wie zegt dit?
a. Kierkegaard
b. Levinas
c. Sartre
10. Verbind de begrippen met de uitleg
a. De mens is het vertrekpunt 1. Gevoel van het absurde
b. Zijnswijze van alledaagsheid 2. Egologie
c. Waar doen we het eigenlijk voor? 3. Het men
11. Verbind de letters met de cijfers
a. God is dood 1. De Saussure
b. Structuralisme 2. Nietzsche
1. Welke filosofen stellen de relatie tussen burgers en overheid centraal?
a. Hobbes, Locke, Rousseau
b. Sartre, Heidegger, Levinas, Camus, Kierkegaard
c. Nietzsche, De Saussure, Foucault
2. Wie zegt dat het sociale contract een manier is om de vreselijke natuurstaat te overwinnen?
a. Hobbes
b. Locke
c. Rousseau
3. Verbind de letters met de cijfers
a. Locke 1. Algemene volkswil moet de bron van macht worden
b. Hobbes 2. Laat uitvoering van de wet aan de regering over
c. Rousseau 3. Absolute monarchie is het best voor de samenleving
4. Welk begrip hoort bij de uitleg: ‘verplichting anderen niet te schaden’?
a. Zelfbeschikkingsrecht
b. Natuurlijke gelijkheid
c. Eigenrichting
5. Wie zegt dat wij in de natuurtoestand vrij, onafhankelijk van anderen en aan onszelf genoeg
hebben?
a. Rousseau
b. Hobbes
c. Locke
d. Locke en Rousseau
6. Piet gaat elke zondag naar zijn demente oma om boodschappen voor haar te doen. Volgens
Heidegger is dat een voorbeeld van:
a. Dasein
b. Bezorgen
c. Voorzorgen
7. Corry kiest bewust voor haarzelf, maar accepteert dat er sociale plichten zijn waar ze zich aan
moet houden. Volgens Kierkegaard leidt Corry een
a. Religieus bestaan
b. Ethisch bestaan
c. Esthetisch bestaan
8. Kierkegaard en Sartre spreken over de volgende zin:
a. De essentie gaat aan de existentie van de mens vooraf
b. De existentie gaat aan de essentie van de mens vooraf
9. ‘In een gevangenis kan je je vrij voelen’, wie zegt dit?
a. Kierkegaard
b. Levinas
c. Sartre
10. Verbind de begrippen met de uitleg
a. De mens is het vertrekpunt 1. Gevoel van het absurde
b. Zijnswijze van alledaagsheid 2. Egologie
c. Waar doen we het eigenlijk voor? 3. Het men
11. Verbind de letters met de cijfers
a. God is dood 1. De Saussure
b. Structuralisme 2. Nietzsche