Botten en gewrichten
Het beenderstelsel omvat:
- Botten
- Kraakbeen
- Gewrichten
- Spieren
Functies van skelet
- Steun tegen zwaartekracht
- Opslag
o Calcium, fosfor
o Vet (geel beenmerg)
- Bloedcelproductie (rode beenmerg)
- Bescherming van de zachte inwendige organen (schedel, ribben, bekken)
- Hefboomwerking voor spierbeweging
Macroscopische kenmerken van botten
- Lange botten (dijbeen)
- Korte botten (handen)
- Platte botten (ribben, schouder)
- Onregelmatige botten (ruggenwervels)
Kenmerken lang bot
- Diafyse (schacht)
o Compact botweefsel
o Omgeeft de mergholte
o Mergholte -> beenmerg
- Epifysen (uiteinden)
o Spongieus botweefsel
o Bedekt met gewrichtskraakbeen
- Periost (beenvlies)
o Vermengd met pezen en gewrichtsbanden
o Verbinding met spieren
- Endost (binnenbekleding)
o Bekleedt de mergholte
o Botgroei en botherstel
Botmarkeringen
- Lange botten
o Trochanter = ruw en groot uitsteeksel
o Kop en hals
o Fossa = ondiepe instulping
o Facet = gewrichtsvlak
o Sulcus = smalle groeve
o Gewrichtsknobbel
, Schedel
- Sinus = holte met lucht gevuld
- Kanaal = doorgang doorgang door het botweefsel
- Foramen = ronde doorgang door bloedvaten
- Fissuur = langwerpige spleet
- Processus = uitsteeksel of bobbel
Bekken
- Crista = opvallende rand
- Linea= lange rand
- Ramus = verlenging van een bot met een hoek
- Spina = puntig uitsteeksel
- Fossa = ondiepe instulping
Het axiale skelet (80 beenderen)
- Schedel
- Borstkas en borstbeen
- Wervelkolom
Appendiculair skelet (26 beenderen)
- Armen, benen
- Schoudergordel
- Bekkengordel
Axiaal -> schedel (cranium)
Cranium (22 beenderen)
- 8 hersenschedel
- 14 gezichtsbeenderen
Gehoorbeentjes (6)
Os hyoideum -> tongbeen
Os frontale: voorhoofdsbeen
- Voorhoofd, dak van de oogkassen
- Frontale sinus (lucht en slijm voor de neusholten)
- Supraorbitaal foramen (opening door de benige rand van de oogkassen)
Ossa parietalia: twee wandbeenderen
- Zijkant, bovenkant
Het beenderstelsel omvat:
- Botten
- Kraakbeen
- Gewrichten
- Spieren
Functies van skelet
- Steun tegen zwaartekracht
- Opslag
o Calcium, fosfor
o Vet (geel beenmerg)
- Bloedcelproductie (rode beenmerg)
- Bescherming van de zachte inwendige organen (schedel, ribben, bekken)
- Hefboomwerking voor spierbeweging
Macroscopische kenmerken van botten
- Lange botten (dijbeen)
- Korte botten (handen)
- Platte botten (ribben, schouder)
- Onregelmatige botten (ruggenwervels)
Kenmerken lang bot
- Diafyse (schacht)
o Compact botweefsel
o Omgeeft de mergholte
o Mergholte -> beenmerg
- Epifysen (uiteinden)
o Spongieus botweefsel
o Bedekt met gewrichtskraakbeen
- Periost (beenvlies)
o Vermengd met pezen en gewrichtsbanden
o Verbinding met spieren
- Endost (binnenbekleding)
o Bekleedt de mergholte
o Botgroei en botherstel
Botmarkeringen
- Lange botten
o Trochanter = ruw en groot uitsteeksel
o Kop en hals
o Fossa = ondiepe instulping
o Facet = gewrichtsvlak
o Sulcus = smalle groeve
o Gewrichtsknobbel
, Schedel
- Sinus = holte met lucht gevuld
- Kanaal = doorgang doorgang door het botweefsel
- Foramen = ronde doorgang door bloedvaten
- Fissuur = langwerpige spleet
- Processus = uitsteeksel of bobbel
Bekken
- Crista = opvallende rand
- Linea= lange rand
- Ramus = verlenging van een bot met een hoek
- Spina = puntig uitsteeksel
- Fossa = ondiepe instulping
Het axiale skelet (80 beenderen)
- Schedel
- Borstkas en borstbeen
- Wervelkolom
Appendiculair skelet (26 beenderen)
- Armen, benen
- Schoudergordel
- Bekkengordel
Axiaal -> schedel (cranium)
Cranium (22 beenderen)
- 8 hersenschedel
- 14 gezichtsbeenderen
Gehoorbeentjes (6)
Os hyoideum -> tongbeen
Os frontale: voorhoofdsbeen
- Voorhoofd, dak van de oogkassen
- Frontale sinus (lucht en slijm voor de neusholten)
- Supraorbitaal foramen (opening door de benige rand van de oogkassen)
Ossa parietalia: twee wandbeenderen
- Zijkant, bovenkant