I. HC 1: inleiding regulatie en integratie
Inleiding over homeostase: (uit vorm en functie)
Controle over vitale paramters (ECV, glucosespiegel, temperatuur)
Aantal betrokken regelkringen ~ vitaal belang parameter (soms zelfs bloeddrukregulatie boven
zuurstofregulatie)
Kost energie
Belangenstrijd: hiërarchie en competitie
Adaptatie
Regelsystemen
Bestudering van relatie tussen ingang (input) en uitgang (output):
verschillende elementen nodig.
Meest simpele verband: geen koppeling van output (uitgang) naar
input (ingang).
Een voorbeeld van een open regelsysteem = het hart. Het slagvolume
is hetzelfde als wat erin komt. Veronderstel lineair, proportioneel
verband tussen input en output. Een ander voorbeeld is de nier, die
spul filtreerd.
Hoe blijft het milieu interieur constant? Dus hoe kunnen grote variaties voorkomen worden? terugkoppeling!
Terugkoppelingssysteem:
Meten: met een Sensor (S)
In te stellen waarde (referentie)?
Vergelijken (comparator)?
Versterken (amplyfier): de effector?
Als -: negatieve terugkoppeling
Als =: positieve terugkoppeling
Die verbindingslijnen zijn of nerveuze of hormonale (via bloed)
signalen.
Wat is het resultaat:
Negatieve feedback (rechts) >>>
Positieve feedback (links) >>>
N.B.: uitganssignaal Y of Vc is nooit gelijk aan referentie X (het
beweegt altijd ook), tenzij… (niet antwoord op gegeven)
Verstoring
Dit kan komen van buitenaf, of je gaat iets veranderen in het effectororgaan (in je hart of spieren bijv). Dit zal
een verandering geven in de uitgang, en zal S zien en door koppelen en dan komt er dmv negatieve feedback een
reactie hierop. Het hoeft niet ernstig te zijn; compensatie is vaak mogelijk.
Er kunnen ook een verstoring als fout in de sensor S of referentie R zijn; dit is fataal/groot probleem, want er kan
niet goed geregeld worden.
Samenvatting
Referentie-waarde R en gemeten waarde S (sensor) zijn nimmer gelijk!
Doel blok: identificatie fysiologische componenten van enkele regelcircuits en functioneren van de
regulerende en integrerende signalen (AZS, hormonen)
‘instrument’ om na te gaan wat er fout gaat bij een patho-fysiologische afwijking
Voorbeeld van disregulatie
Als bloeddruk veel meegaat, terwijl de hartfrequentie omhoog gaat. Door regulatie zou de bloeddruk ongeveer
constant moeten blijven. Dit kan zijn bij herseninfarct: momenten van (ont)koppeling van AZS en regeling van
bloeddruk via baroreceptor systeem.
Ander voorbeeld: Cheyne-Stokes ademhaling: vertraging over de zenuwen resulteert in fase-verschuivnig tussen
sensor en effector. Dus de waarneming van het systeem loopt achter de feiten aan. Komt voor bij mensen met in
coma of herseninfarcten.
Informatiekanalen
AZS:
1