Het verschil zit hem erin dat we spreken over geabsorbeerde dosis in equivalente dosis. Als je het
biologisch effect wil berekenen moet je de equivalente dosis berekenen.
De puntjes op de letters betekenen tempo. Dat kan je zien als km/h als een snelheid.
Dit dicteert wat het biologisch effect is op het menselijk lichaam.
Dosimetrie bij radioactiviteit bij bèta-emissie
Goed onthouden dat bètastraling een bronconstante van 10
heeft.
Alle isotopen hebben een eigen bronconstante voor de
gammacomponent. Op het moment dat het bèta is, is het 10. (J is altijd 10) J = bronconstante
SD1 coSD3 Wisselwerking
wisselwerking straling met materie
- Wisselwerking (algemeen)
Als je weet hoe iets wisselwerking heeft met iets anders bv. materiaal dan weet je hoe je straling zou
kunnen meten (dosimetrie)
- Wisselwerking van deeltjesstraling met materie
- Wisselwerking bij EM-straling met materie
o Foto-elektrisch effect
o Comptoneffect
o Paarvorming
Onderscheid ioniserend vermogen
, - Direct ioniserende straling – α, β, p ..
Snelle geladen deeltjes geven hun energie direct af aan de materie.
- Indirect ioniserende straling – fotonen
Ongeladen deeltjes/pakketjes energie (fotonen) geven hun energie af aan geladen deeltjes die
vervolgens weer ionisatie laten plaatsvinden.
Statistisch karakter
- Wisselwerking tussen straling en materie bij
o Verstrooiing
o Absorptie
- Kans op wisselwerking hangt af van
o Soort materiaal
o Energie van de opvallende straling
- Afhankelijk van de soort straling zijn meerdere wisselwerkingsprocessen mogelijk
Je kan bij een radioactief element nooit zeggen dat die op dit moment gaat vervallen, je weet alleen
min of meer wat de kans is dat het optreed. En die kansen weten we op basis van observatie.
Zo geldt het ook voor wisselwerking. De kans dat een bepaald wisselwerkingsproces optreed is
afhankelijk van het soort materiaal waar de straling op terecht komt waarin straling interactie mee
heeft. En de energie van de opvallende straling en afhankelijk van de soort straling zijn er meerdere
wisselwerkingsprocessen mogelijk.
Onderscheid stralingssoorten
Daarbij maak je een onderscheid tussen stralingssoorten, deeltjesstraling en elektromagnetische
straling.
- Geladen deeltjes
o α-deeltjes
o β- elektronen/ positronen (- en + )
- fotonen
o röntgenstraling
o gammastraling
(de neutronen zijn niet van toepassing)
Soort interacties
biologisch effect wil berekenen moet je de equivalente dosis berekenen.
De puntjes op de letters betekenen tempo. Dat kan je zien als km/h als een snelheid.
Dit dicteert wat het biologisch effect is op het menselijk lichaam.
Dosimetrie bij radioactiviteit bij bèta-emissie
Goed onthouden dat bètastraling een bronconstante van 10
heeft.
Alle isotopen hebben een eigen bronconstante voor de
gammacomponent. Op het moment dat het bèta is, is het 10. (J is altijd 10) J = bronconstante
SD1 coSD3 Wisselwerking
wisselwerking straling met materie
- Wisselwerking (algemeen)
Als je weet hoe iets wisselwerking heeft met iets anders bv. materiaal dan weet je hoe je straling zou
kunnen meten (dosimetrie)
- Wisselwerking van deeltjesstraling met materie
- Wisselwerking bij EM-straling met materie
o Foto-elektrisch effect
o Comptoneffect
o Paarvorming
Onderscheid ioniserend vermogen
, - Direct ioniserende straling – α, β, p ..
Snelle geladen deeltjes geven hun energie direct af aan de materie.
- Indirect ioniserende straling – fotonen
Ongeladen deeltjes/pakketjes energie (fotonen) geven hun energie af aan geladen deeltjes die
vervolgens weer ionisatie laten plaatsvinden.
Statistisch karakter
- Wisselwerking tussen straling en materie bij
o Verstrooiing
o Absorptie
- Kans op wisselwerking hangt af van
o Soort materiaal
o Energie van de opvallende straling
- Afhankelijk van de soort straling zijn meerdere wisselwerkingsprocessen mogelijk
Je kan bij een radioactief element nooit zeggen dat die op dit moment gaat vervallen, je weet alleen
min of meer wat de kans is dat het optreed. En die kansen weten we op basis van observatie.
Zo geldt het ook voor wisselwerking. De kans dat een bepaald wisselwerkingsproces optreed is
afhankelijk van het soort materiaal waar de straling op terecht komt waarin straling interactie mee
heeft. En de energie van de opvallende straling en afhankelijk van de soort straling zijn er meerdere
wisselwerkingsprocessen mogelijk.
Onderscheid stralingssoorten
Daarbij maak je een onderscheid tussen stralingssoorten, deeltjesstraling en elektromagnetische
straling.
- Geladen deeltjes
o α-deeltjes
o β- elektronen/ positronen (- en + )
- fotonen
o röntgenstraling
o gammastraling
(de neutronen zijn niet van toepassing)
Soort interacties