Internationale migratie
Middeleeuwen West-Europeanen migreren naar Oosten
19de eeuw Europeanen migreren naar Amerika
Na 1950 Migratiestroom naar hoge-inkomenslanden
Wat bepaalt de internationale migratie?
Samenloop van verschillende factoren
Oorlogsvluchtelingen, politieke vluchtelingen, inkomensverschillen, inkomens diversifiëren,…
Noord heeft grotere kapitaalstock dan
Zuid
Loon Noord > loon Zuid
Hoger loon trekt bevolking Zuid aan
Gevolg: loon Noord zal dalen
Minder bevolking in Zuid
Gevolg: loon Zuid zal stijgen
Stijging van loon in zeer arme landen geeft geen stijging in welvaart, maar stijging van emigratie
Effecten van internationale migratie
Drie partijen om rekening mee te houden
Effecten op het gastland
Positief: stijging van loon indien meer investeringen (niet blijven zitten op gestegen kapitaalstock)
Positief effect vooral voor hooggeschoolden en kapitaalbezitters
Effect voor laaggeschoolden hangt af van aanpassing aanbod kapitaal
Loon van laaggeschoolden ondervindt doorgaans geen negatief effect (soms voor korte termijn)
Idem voor tewerkstellingskansen
Effecten op landen van oorsprong
Verlichting van bevolkingsdruk
Toename in transfers die migranten naar moederland zenden
Transfers kunnen leiden tot verhoogde investeringen, maar ook tot verhoogde consumptie
Emigratie van hooggeschoolden
Kan leiden tot braindrain; landen verliezen beste arbeidskrachten
Mogelijkheid tot emigratie zet meer jongeren aan tot deelname aan hoger onderwijs
Terugstroom van menselijk en financieel kapitaal
Eens opgeleid kunnen emigranten bijdragen tot ontwikkeling moederland