Literatuur week 7
Hoofdstuk 13 – Doorwerking in de nationale rechtsorde
13.1 Inleiding
Internationaal recht is afhankelijk van een krachtige rol van nationale organen.
Nationale organen zullen alleen in staat zijn om een bijdrage te leveren aan de toepassing en de
handhaving van internationaal recht als nationaal recht daarvoor een voldoende basis biedt.
13.2 Doorwerking: algemene aspecten
De mate waarin (en de wijze waarop) internationaal recht doorwerkt in de nationale rechtsorde
wordt bepaald door drie aspecten:
1) Geldigheid
Doelt op de status van een regel van internationaal recht in de nationale rechtsorde.
In de statenpraktijk worden in hoofdzaak twee modellen gevolgd die kunnen leiden
tot geldigheid van een regel van internationaal recht in de nationale rechtsorde:
- Omzetting
Dualistisch model formele scheiding tussen internationaal en nationaal
recht
- Automatische geldigheid
Monistisch model regel van internationaal recht wordt deel van de
nationale rechtsorde, zodra deze op internationaal niveau verbindend wordt
voor een staat
2) Rechtstreekse werking
In staten die voor een monistisch stelsel hebben gekozen is doorwerking van een
regel van internationaal recht in belangrijke mate afhankelijk van de vraag of die
regel rechtstreekse werking heeft.
In Nederland vloeit dit voort uit art. 93 Gw.
Uit art. 93 Gw komen drie samenhangende zaken voort:
i. Het stelt grenzen aan de toetsingsopdracht van de rechter ten aanzien van
overheidsbeleid
ii. Het leerstuk van rechtstreekse werking begrenst de bevoegdheid van bestuur
en rechter om via internationale normen de plichten van particulieren te
bepalen
iii. Art. 93 Gw regelt welke bepalingen van internationaal recht door
particulieren kunnen worden ingeroepen voor de rechter
3) Voorrang
Een regel van internationaal recht die in beginsel geldig is in de nationale rechtsorde,
kan botsen met een regel van nationaal recht.
Fundamentele regel internationaal recht heeft voorrang op nationaal recht.
Maar: in sommige staten geldt dat internationaal en nationaal recht van gelijke rang
zijn. In geval van conflict heeft de laatst aangenomen regel voorrang, net zoals een
latere wet voorrang heeft boven een eerdere wet.
13.3 Toepassing door de wetgever
In de nationale praktijk wordt vaak gekozen voor omzetting in wetgeving in plaats van toepassing van
het verdrag zelf.
Nederland wordt in het algemeen pas partij bij een verdrag indien de nationale wetgeving met het
verdrag in overeenstemming is gebracht.
Hoofdstuk 13 – Doorwerking in de nationale rechtsorde
13.1 Inleiding
Internationaal recht is afhankelijk van een krachtige rol van nationale organen.
Nationale organen zullen alleen in staat zijn om een bijdrage te leveren aan de toepassing en de
handhaving van internationaal recht als nationaal recht daarvoor een voldoende basis biedt.
13.2 Doorwerking: algemene aspecten
De mate waarin (en de wijze waarop) internationaal recht doorwerkt in de nationale rechtsorde
wordt bepaald door drie aspecten:
1) Geldigheid
Doelt op de status van een regel van internationaal recht in de nationale rechtsorde.
In de statenpraktijk worden in hoofdzaak twee modellen gevolgd die kunnen leiden
tot geldigheid van een regel van internationaal recht in de nationale rechtsorde:
- Omzetting
Dualistisch model formele scheiding tussen internationaal en nationaal
recht
- Automatische geldigheid
Monistisch model regel van internationaal recht wordt deel van de
nationale rechtsorde, zodra deze op internationaal niveau verbindend wordt
voor een staat
2) Rechtstreekse werking
In staten die voor een monistisch stelsel hebben gekozen is doorwerking van een
regel van internationaal recht in belangrijke mate afhankelijk van de vraag of die
regel rechtstreekse werking heeft.
In Nederland vloeit dit voort uit art. 93 Gw.
Uit art. 93 Gw komen drie samenhangende zaken voort:
i. Het stelt grenzen aan de toetsingsopdracht van de rechter ten aanzien van
overheidsbeleid
ii. Het leerstuk van rechtstreekse werking begrenst de bevoegdheid van bestuur
en rechter om via internationale normen de plichten van particulieren te
bepalen
iii. Art. 93 Gw regelt welke bepalingen van internationaal recht door
particulieren kunnen worden ingeroepen voor de rechter
3) Voorrang
Een regel van internationaal recht die in beginsel geldig is in de nationale rechtsorde,
kan botsen met een regel van nationaal recht.
Fundamentele regel internationaal recht heeft voorrang op nationaal recht.
Maar: in sommige staten geldt dat internationaal en nationaal recht van gelijke rang
zijn. In geval van conflict heeft de laatst aangenomen regel voorrang, net zoals een
latere wet voorrang heeft boven een eerdere wet.
13.3 Toepassing door de wetgever
In de nationale praktijk wordt vaak gekozen voor omzetting in wetgeving in plaats van toepassing van
het verdrag zelf.
Nederland wordt in het algemeen pas partij bij een verdrag indien de nationale wetgeving met het
verdrag in overeenstemming is gebracht.