Identiteiten
- Latijns ‘’idem’’ = hetzelfde (Leerssen- self- sameness, identiteit als tautologie, a=a.)
- Grieks idea= verschijningsvorm, voorkomen, hoedanigheid. Identiteit is een narratieve
constructie over wie je wel en niet bent (deelnemen aan digitale cultuur springt hier op in).
- Overeenkomst en verschil
- Cultureel archief: concept van zowel emoties als attitudes die door de tijd heen zijn
ingesleten in combinatie met kennis (Nederlandse blik op de wereld en zichzelf) (- ontwikkelt
door Edward Said). Basis voor bestuderen representatie + affect/emoties.
- Said en Gloria Wekker komen overeen
Week 1 : 5 aannames
- Culturele constructie: performativiteit (Butler)
- Mede gevormd in media, kunst, cultuur, literatuur, geschiedenis: verbeelding (Anderson-
Imagined communities, een verbeeld idee van gemeenschap, op basis gedeeld medium,
gedeeld ‘’doel’’- zoals een facebook groep waarvan je niet iedereen kent, verzuiling)
- Machtsverhoudingen op basis van tegenstellingen
- Meervoudig, identiteiten: intersectionaliteit (Crenshaw)
- Interdisciplinair perspectief. Multi-disciplinair: verschillende perspectieven naast elkaar
gebruiken, bijvoorbeeld een onderzoeksgroep van xyz bij elkaar zetten , mensen werken wel
vanuit eigen denkbeeld. Trans-disciplinair: overstijgen van disciplines en reflecteren op
mono-discipline.
Week 2: identiteiten van de jeugd
- Phillipe aries
- Evolutionisten (zwarte legende)
- Structuralisten/revisionisten (witte legende)
- Vier problemen bij bestudering jeugdidentieit
1. Stem van het kind?
2. Beschikbaarheid materiaal/sociaaleconomische- en sociaal- culturele oorsprong
materiaal?
3. Self fashioning (Greenblatt): gaat ervan uit dat je een beeld van jezelf projecteert in de
werkelijkheid. Je hebt een beeld van jezelf (welke wel bepaald wordt door de
maatschappij). Verschil performativiteit: komen redelijk overeen maar self-fashioning
gaat minder over gedrag.
4. Terug projecteren van eigen jeugd/ fictie of werkelijkheid?
Week 3 : identiteiten, mannelijkheid en vrouwelijkheid
- Hegemonic masculinity (Connell): hegemonische positie, medeplichtige positie,
ondergeschikte positie (manbeelden die als minder mannelijk worden gezien),
gemarginaliseerde positie. Gaat uit van model.
- Inclusive masculinity theory (Andes): hoe meer we in een samenleving terecht komen,
waarbij bijv. homoseksualiteit geaccepteerd wordt. Ontwikkeling in historisch r=proces in de
laatste eeuw.
- Mannelijkheid als historisch fenomeen (hoofsheid, mannelijke handelaar, de harige oorlog,
het gefeminiseerde koloniale subject.
Week 4: digitale identiteit
- Latijns ‘’idem’’ = hetzelfde (Leerssen- self- sameness, identiteit als tautologie, a=a.)
- Grieks idea= verschijningsvorm, voorkomen, hoedanigheid. Identiteit is een narratieve
constructie over wie je wel en niet bent (deelnemen aan digitale cultuur springt hier op in).
- Overeenkomst en verschil
- Cultureel archief: concept van zowel emoties als attitudes die door de tijd heen zijn
ingesleten in combinatie met kennis (Nederlandse blik op de wereld en zichzelf) (- ontwikkelt
door Edward Said). Basis voor bestuderen representatie + affect/emoties.
- Said en Gloria Wekker komen overeen
Week 1 : 5 aannames
- Culturele constructie: performativiteit (Butler)
- Mede gevormd in media, kunst, cultuur, literatuur, geschiedenis: verbeelding (Anderson-
Imagined communities, een verbeeld idee van gemeenschap, op basis gedeeld medium,
gedeeld ‘’doel’’- zoals een facebook groep waarvan je niet iedereen kent, verzuiling)
- Machtsverhoudingen op basis van tegenstellingen
- Meervoudig, identiteiten: intersectionaliteit (Crenshaw)
- Interdisciplinair perspectief. Multi-disciplinair: verschillende perspectieven naast elkaar
gebruiken, bijvoorbeeld een onderzoeksgroep van xyz bij elkaar zetten , mensen werken wel
vanuit eigen denkbeeld. Trans-disciplinair: overstijgen van disciplines en reflecteren op
mono-discipline.
Week 2: identiteiten van de jeugd
- Phillipe aries
- Evolutionisten (zwarte legende)
- Structuralisten/revisionisten (witte legende)
- Vier problemen bij bestudering jeugdidentieit
1. Stem van het kind?
2. Beschikbaarheid materiaal/sociaaleconomische- en sociaal- culturele oorsprong
materiaal?
3. Self fashioning (Greenblatt): gaat ervan uit dat je een beeld van jezelf projecteert in de
werkelijkheid. Je hebt een beeld van jezelf (welke wel bepaald wordt door de
maatschappij). Verschil performativiteit: komen redelijk overeen maar self-fashioning
gaat minder over gedrag.
4. Terug projecteren van eigen jeugd/ fictie of werkelijkheid?
Week 3 : identiteiten, mannelijkheid en vrouwelijkheid
- Hegemonic masculinity (Connell): hegemonische positie, medeplichtige positie,
ondergeschikte positie (manbeelden die als minder mannelijk worden gezien),
gemarginaliseerde positie. Gaat uit van model.
- Inclusive masculinity theory (Andes): hoe meer we in een samenleving terecht komen,
waarbij bijv. homoseksualiteit geaccepteerd wordt. Ontwikkeling in historisch r=proces in de
laatste eeuw.
- Mannelijkheid als historisch fenomeen (hoofsheid, mannelijke handelaar, de harige oorlog,
het gefeminiseerde koloniale subject.
Week 4: digitale identiteit