AFP 17-02-2020
1. Wat is het grootste orgaan van de mens?
De huid.
2. Wat is genetische informatie?
Erfelijke kenmerken die in volgorde van de basen in het DNA ligt. Een persoon heeft 23 paar of 46 chromosomen.
3. Noem een voorbeeld van organen die samen een orgaanstelsel vormen.
Orgaanstelsel = verschillende organen die nauw samenwerken.
Ademhalingsstelsel; longen, luchtpijp, luchtwegen, bronchiën, neus, keel, hart en middenrif.
Spierstelsel; spieren en pezen
4. Waarin verschilt de mitose van de meiose?
Mitose = gebeurt in lichaamscellen
(wordt er een exacte kopie v.d. moedercel in 2 gelijke dochtercellen gedeeld bv. huidherstel, groei)
Meiose = gebeurt in geslachtscellen
(is een celdeling waaruit een cel van 46 chromosomen (bv. mens) gedeeld wordt in 2 cellen van 23 chromosomen.
(Dit is voor bevruchtingscellen zoals zaadcellen en eicellen, eicel en zaadcel wordt dan samen nl 46 en kan dan met de
mitose beginnen voor het vormen van een embryo).
5. Wat is er aan de hand bij iemand met syndroom van down?
Die heeft een extra chromosoom 21. Dit extra chromosoom kan in alle lichaamscellen aanwezig zijn, of in een deel
ervan.
6. Welke ziekte of aandoening kan een gevolg zijn van een abnormale celdeling?
Kanker.
7. Heb je invloed op je celdeling? Leg uit.
Ja, roken, voeding, drank, omgeving.
8. Noem een genetisch verschil tussen jou en degene die naast je zit.
Man, vrouw. Of vingerafdruk.
9. Op welk moment worden je genen gevormd?
Bij de samensmelting van de cellen.
10. Wanneer en hoe wordt bepaald of het een jongen of meisje wordt?
Het mannelijke orgaan bepaald.
1. Wat is het grootste orgaan van de mens?
De huid.
2. Wat is genetische informatie?
Erfelijke kenmerken die in volgorde van de basen in het DNA ligt. Een persoon heeft 23 paar of 46 chromosomen.
3. Noem een voorbeeld van organen die samen een orgaanstelsel vormen.
Orgaanstelsel = verschillende organen die nauw samenwerken.
Ademhalingsstelsel; longen, luchtpijp, luchtwegen, bronchiën, neus, keel, hart en middenrif.
Spierstelsel; spieren en pezen
4. Waarin verschilt de mitose van de meiose?
Mitose = gebeurt in lichaamscellen
(wordt er een exacte kopie v.d. moedercel in 2 gelijke dochtercellen gedeeld bv. huidherstel, groei)
Meiose = gebeurt in geslachtscellen
(is een celdeling waaruit een cel van 46 chromosomen (bv. mens) gedeeld wordt in 2 cellen van 23 chromosomen.
(Dit is voor bevruchtingscellen zoals zaadcellen en eicellen, eicel en zaadcel wordt dan samen nl 46 en kan dan met de
mitose beginnen voor het vormen van een embryo).
5. Wat is er aan de hand bij iemand met syndroom van down?
Die heeft een extra chromosoom 21. Dit extra chromosoom kan in alle lichaamscellen aanwezig zijn, of in een deel
ervan.
6. Welke ziekte of aandoening kan een gevolg zijn van een abnormale celdeling?
Kanker.
7. Heb je invloed op je celdeling? Leg uit.
Ja, roken, voeding, drank, omgeving.
8. Noem een genetisch verschil tussen jou en degene die naast je zit.
Man, vrouw. Of vingerafdruk.
9. Op welk moment worden je genen gevormd?
Bij de samensmelting van de cellen.
10. Wanneer en hoe wordt bepaald of het een jongen of meisje wordt?
Het mannelijke orgaan bepaald.