Opdracht 2 De Praktijk
Deel 2: De zorgvrager
Hartfalen
Bij hartfalen is de hartspier verzwakt en niet meer in staat om voldoende bloed rond
te pompen om aan de lichamelijke behoefte te voldoen. Hartfalen betekent dat uw
hart minder zijn werk doet en minder bloed rondpompt. Door een verminderde
pompwerking stroomt het bloed trager door het lichaam, blijft het soms achter
(stuwing in bijvoorbeeld de longen, buik of benen) en komt het niet aan waar nodig is
(sommige organen krijgen daardoor te weinig zuurstof). Als de pompfunctie van het
hart verminderd is, kunt u vocht gaan vasthouden, wordt u benauwd bij inspanning of
platliggen en raakt u eerder vermoeid. Uw hart kan door verschillende oorzaken
kracht verliezen en minder goed pompen.
Oorzaken
• Hoge bloeddruk
Bij een hoge bloeddruk moet het hart harder werken dan normaal. Het moet namelijk
tegen een hoge druk in pompen. Als je hier lang last van hebt, kan dit je hart
beschadigen. Eerst lost het hart dit op door meer spierweefsel aan te maken. De
hartspier wordt dan dikker en na een tijdje stijver en minder soepel. Er ontstaat dan
hartfalen. Door je bloeddruk gezond te houden, kun je hartfalen voorkomen.
• Hartinfarct, hartaanval en zuurstoftekort op het hart
Als de bloedvaten vernauwd raken door dichtslibben (aderverkalking), stroomt er
onvoldoende bloed naar een deel van het hart. Dit deel van het hart krijgt dan een
tekort aan zuurstof en voedingsstoffen waardoor klachten kunnen ontstaan van pijn
op de borst, angina pectoris en hartinfarct. Bij een hartinfarct sterft een deel van de
hartspier af. Op die plaats vormt zich een litteken, dat niet samentrekt zoals de rest
van de hartspier. Hierdoor kan de pompfunctie van het hart verminderen. Een
hartinfarct kan hartfalen tot gevolg hebben, maar dit hoeft niet. In hoeverre dit wel
gebeurt, is afhankelijk van de grootte van het hartinfarct.
• Hartspierziekte
Bekende hartspierziekten bij hartfalen zijn bijvoorbeeld familiair/genetisch of non-
familiair/non genetisch (inclusief verworven vormen zoals myocarditis),
hypertrofische, gedilateerde, restrictieve, aritmogene rechterventrikel en overige
cardiomyopathiën. Hierbij neemt de pompkracht van het hart af wat uiteindelijk kan
zorgen voor hartfalen.
Deel 2: De zorgvrager
Hartfalen
Bij hartfalen is de hartspier verzwakt en niet meer in staat om voldoende bloed rond
te pompen om aan de lichamelijke behoefte te voldoen. Hartfalen betekent dat uw
hart minder zijn werk doet en minder bloed rondpompt. Door een verminderde
pompwerking stroomt het bloed trager door het lichaam, blijft het soms achter
(stuwing in bijvoorbeeld de longen, buik of benen) en komt het niet aan waar nodig is
(sommige organen krijgen daardoor te weinig zuurstof). Als de pompfunctie van het
hart verminderd is, kunt u vocht gaan vasthouden, wordt u benauwd bij inspanning of
platliggen en raakt u eerder vermoeid. Uw hart kan door verschillende oorzaken
kracht verliezen en minder goed pompen.
Oorzaken
• Hoge bloeddruk
Bij een hoge bloeddruk moet het hart harder werken dan normaal. Het moet namelijk
tegen een hoge druk in pompen. Als je hier lang last van hebt, kan dit je hart
beschadigen. Eerst lost het hart dit op door meer spierweefsel aan te maken. De
hartspier wordt dan dikker en na een tijdje stijver en minder soepel. Er ontstaat dan
hartfalen. Door je bloeddruk gezond te houden, kun je hartfalen voorkomen.
• Hartinfarct, hartaanval en zuurstoftekort op het hart
Als de bloedvaten vernauwd raken door dichtslibben (aderverkalking), stroomt er
onvoldoende bloed naar een deel van het hart. Dit deel van het hart krijgt dan een
tekort aan zuurstof en voedingsstoffen waardoor klachten kunnen ontstaan van pijn
op de borst, angina pectoris en hartinfarct. Bij een hartinfarct sterft een deel van de
hartspier af. Op die plaats vormt zich een litteken, dat niet samentrekt zoals de rest
van de hartspier. Hierdoor kan de pompfunctie van het hart verminderen. Een
hartinfarct kan hartfalen tot gevolg hebben, maar dit hoeft niet. In hoeverre dit wel
gebeurt, is afhankelijk van de grootte van het hartinfarct.
• Hartspierziekte
Bekende hartspierziekten bij hartfalen zijn bijvoorbeeld familiair/genetisch of non-
familiair/non genetisch (inclusief verworven vormen zoals myocarditis),
hypertrofische, gedilateerde, restrictieve, aritmogene rechterventrikel en overige
cardiomyopathiën. Hierbij neemt de pompkracht van het hart af wat uiteindelijk kan
zorgen voor hartfalen.