Als of dan ³ ⁴
Wanneer gebruik je als?
• Na een stellende trap. De stellende trap is gelijk aan de standaardvorm van een bijvoeglijk
naamwoord: hoog, groot, enz.
Het gebouw is even hoog als die boom.
• Na het woordje zo.
De vraag was driemaal zo groot als het aanbod.
Wanneer gebruik je dan?
• Na een vergrotende trap. De vergrotende trap wordt gevormd met het achtervoegsel -
er: sneller dan, liever dan, geschikter dan.
Die cocktailjurk is leuker dan die andere.
De Eiffeltoren is hoger dan de toren van Pisa.
• Na het woordje anders.
Het karakter van Sophie was heel anders dan dat van haar tweelingzus.
Wanneer gebruik je als?
• Na een stellende trap. De stellende trap is gelijk aan de standaardvorm van een bijvoeglijk
naamwoord: hoog, groot, enz.
Het gebouw is even hoog als die boom.
• Na het woordje zo.
De vraag was driemaal zo groot als het aanbod.
Wanneer gebruik je dan?
• Na een vergrotende trap. De vergrotende trap wordt gevormd met het achtervoegsel -
er: sneller dan, liever dan, geschikter dan.
Die cocktailjurk is leuker dan die andere.
De Eiffeltoren is hoger dan de toren van Pisa.
• Na het woordje anders.
Het karakter van Sophie was heel anders dan dat van haar tweelingzus.