Dan ik of dan mij ³ ⁴
Als en dan zijn voegwoorden van vergelijking. Ze staan in veel gevallen voor een zelfstandig
naamwoord.
De jongen is zo dom als een ezel.
Ze is knapper dan Freek.
De voegwoorden als of dan kunnen ook voor een persoonlijk voornaamwoord staan.
Ik was er vanochtend eerder dan jij.
Sophie typt sneller dan ik.
Is het groter dan ik of groter dan mij?
Tip: zet er een werkwoord achter. Dan krijg je de correcte schrijfwijze.
Frits is groter dan ik (ben).
Evelien arriveerde dagen later dan ik (arriveerde).
Ik ben groter dan jij (bent).
Mijn ouders waren er later dan wij (er waren).
Soms kun je het persoonlijk voornaamwoord na als of dan niet aanvullen met een werkwoord.
Hij geeft het boek liever aan mij dan aan jou.
Hij geeft het boek net zo graag aan jou als aan mij.
Als en dan zijn voegwoorden van vergelijking. Ze staan in veel gevallen voor een zelfstandig
naamwoord.
De jongen is zo dom als een ezel.
Ze is knapper dan Freek.
De voegwoorden als of dan kunnen ook voor een persoonlijk voornaamwoord staan.
Ik was er vanochtend eerder dan jij.
Sophie typt sneller dan ik.
Is het groter dan ik of groter dan mij?
Tip: zet er een werkwoord achter. Dan krijg je de correcte schrijfwijze.
Frits is groter dan ik (ben).
Evelien arriveerde dagen later dan ik (arriveerde).
Ik ben groter dan jij (bent).
Mijn ouders waren er later dan wij (er waren).
Soms kun je het persoonlijk voornaamwoord na als of dan niet aanvullen met een werkwoord.
Hij geeft het boek liever aan mij dan aan jou.
Hij geeft het boek net zo graag aan jou als aan mij.