ROMEINSE KEIZERS
AUGUSTUS (27 v.C. – eerste helft 1ste eeuw)
Was er fier op dat hij ‘Rome in baksteen aangetroffen had en het in marmer naliet.’
De Romeinse bevolking was hem oneindig dankbaar voor de Pax Romana, die hij na
decennia bloedige burgeroorlogen wist te bewerkstelligen en handhaven.
Huwelijkte zijn zus Octavia uit aan zijn grote rivaal Antonius, die hij later samen met zijn
minnares Cleopatra grandioos zou verslaan.
Om te vermijden dat hij hetzelfde lot zou ondergaan als zijn adoptievader, was hij heel
voorzichtig in het bereiken van zijn ultieme doel: de alleenheerschappij.
Hij verwierf op illegale wijze het consulaat op 19-jarige leeftijd.
TIBERIUS (eerste helft 1ste eeuw)
Hij werd lid van de keizerlijke familie toen zijn moeder Livia van zijn vader scheidde en
hertrouwde met de toenmalige keizer Augustus.
Volgens een gerucht werd hij met behulp van een kussen vermoord door de commandant
van de keizerlijke lijfwacht, maar hij kan evengoed een natuurlijke dood gestorven zijn.
Verbitterd en wantrouwig als hij door de vele onrechtvaardige behandelingen geworden
was, introduceerde hij opnieuw de oude "lex maiestatis" (wet tegen hoogverraad),
waardoor verbanningen en executies schering en inslag werden.
Hij kwam na een aanvankelijk voorspoedige regering in conflict met de senatoren, die hij
gebrek aan initiatief en vleierij verweet.
Trok zich terug op Capri, een klein eiland voor de kust van Napels, en liet het bestuur
grotendeels over aan zijn rechterhand Seianus, de prefect van de Praetoriaanse Garde.
CALIGULA (eerste helft 1ste eeuw)
Zou incest gepleegd hebben met zijn 3 zussen.
Zijn excessief gedrag en extravaganties ruïneerden de staatskas in amper 9 maanden tijd.
Volgens Suetonius deed er een gerucht de ronde dat hij zijn favoriete paard tot consul
wou benoemen.
Dankt zijn bijnaam (echte naam = Gaius) aan het feit dat hij in zijn kindertijd, als zoon van
de grote veldheer Germanicus, vaak in legerkampen verbleef Caligula = soldatenlaarsje
Zijn fenomenaal talent om anderen te vernederen is vermoedelijk (deels) te wijten aan
een sociopate afwijking.
CLAUDIUS (eerste helft 2de eeuw)
Zijn grootste verdienste is dat hij de rijksadministratie geregeld heeft.
Had lichamelijke gebreken (mankte, stotterde, spastisch), waardoor men lang gedacht
heeft dat hij ook geestelijk achterlijk was.
Zijn grote passies waren literatuur, geschiedenis en studie in het algemeen.
Dankt zijn overleven te midden van zijn complotterende omgeving aan het feit dat hij
nooit een post in het leger of bestuur bekleedde om hem voor te bereiden als
machtsbekleder.
Werd vergiftigd door zijn vierde echtgenote, die haar eigen zoon op de troon wou zien.
NERO (tweede helft 1ste eeuw)
AUGUSTUS (27 v.C. – eerste helft 1ste eeuw)
Was er fier op dat hij ‘Rome in baksteen aangetroffen had en het in marmer naliet.’
De Romeinse bevolking was hem oneindig dankbaar voor de Pax Romana, die hij na
decennia bloedige burgeroorlogen wist te bewerkstelligen en handhaven.
Huwelijkte zijn zus Octavia uit aan zijn grote rivaal Antonius, die hij later samen met zijn
minnares Cleopatra grandioos zou verslaan.
Om te vermijden dat hij hetzelfde lot zou ondergaan als zijn adoptievader, was hij heel
voorzichtig in het bereiken van zijn ultieme doel: de alleenheerschappij.
Hij verwierf op illegale wijze het consulaat op 19-jarige leeftijd.
TIBERIUS (eerste helft 1ste eeuw)
Hij werd lid van de keizerlijke familie toen zijn moeder Livia van zijn vader scheidde en
hertrouwde met de toenmalige keizer Augustus.
Volgens een gerucht werd hij met behulp van een kussen vermoord door de commandant
van de keizerlijke lijfwacht, maar hij kan evengoed een natuurlijke dood gestorven zijn.
Verbitterd en wantrouwig als hij door de vele onrechtvaardige behandelingen geworden
was, introduceerde hij opnieuw de oude "lex maiestatis" (wet tegen hoogverraad),
waardoor verbanningen en executies schering en inslag werden.
Hij kwam na een aanvankelijk voorspoedige regering in conflict met de senatoren, die hij
gebrek aan initiatief en vleierij verweet.
Trok zich terug op Capri, een klein eiland voor de kust van Napels, en liet het bestuur
grotendeels over aan zijn rechterhand Seianus, de prefect van de Praetoriaanse Garde.
CALIGULA (eerste helft 1ste eeuw)
Zou incest gepleegd hebben met zijn 3 zussen.
Zijn excessief gedrag en extravaganties ruïneerden de staatskas in amper 9 maanden tijd.
Volgens Suetonius deed er een gerucht de ronde dat hij zijn favoriete paard tot consul
wou benoemen.
Dankt zijn bijnaam (echte naam = Gaius) aan het feit dat hij in zijn kindertijd, als zoon van
de grote veldheer Germanicus, vaak in legerkampen verbleef Caligula = soldatenlaarsje
Zijn fenomenaal talent om anderen te vernederen is vermoedelijk (deels) te wijten aan
een sociopate afwijking.
CLAUDIUS (eerste helft 2de eeuw)
Zijn grootste verdienste is dat hij de rijksadministratie geregeld heeft.
Had lichamelijke gebreken (mankte, stotterde, spastisch), waardoor men lang gedacht
heeft dat hij ook geestelijk achterlijk was.
Zijn grote passies waren literatuur, geschiedenis en studie in het algemeen.
Dankt zijn overleven te midden van zijn complotterende omgeving aan het feit dat hij
nooit een post in het leger of bestuur bekleedde om hem voor te bereiden als
machtsbekleder.
Werd vergiftigd door zijn vierde echtgenote, die haar eigen zoon op de troon wou zien.
NERO (tweede helft 1ste eeuw)